top of page

Vakantie in Bulgarije en Roemenië

  • 3 dagen geleden
  • 13 minuten om te lezen

Tsarevo, Nesebar, Kamen Bryag, Mamaia-Sat, Transfășgărășan, Brașov, Vadu Crișului, 13 – 24 augustus 2026


Eindelijk rijden we Bulgarije in. Later dan gehoopt. We slaan meteen rechtsaf richting kust. Ik verheug me om het Bulgaars landschap te zien. Maar ik zie alleen bomen en dichtbegroeid bos. Als er een doorkijkje komt zie ik beboste hellingen. Wil René ziet zelfs de bomen niet. Zijn ogen

zien asfalt en de gaten erin. Hij jakkert over de smalle weg want hij wil absoluut niet in het donker rijden. Hij is enigszins nachtblind. Het is een rustig weggetje. In de eerste 20 km komen we 4 auto’s tegen waarvan er drie Bordercontrole op de wagen hebben staan. We worden ook twee keer aangehouden door hun collega’s en moeten de deuren openen. Duidelijk op zoek naar illegalen. Ik moet weer denken aan de verhalen van vluchtelingen die door Bulgarije en Roemenië trokken op zoek naar vrijheid.[1]


Na 60 Kilometer komen we bij de kust waar ik een camping met zwembad heb uitgezocht. We volgen de routeapp die zegt: Sla links af, en rijdt 1 kilometer door op onverharde weg. Als ik “onverharde weg” hoor ben ik altijd alert. Nu weet dat het laatste stukje onverhard is. Totdat we een begraafplaats oprijden. Dat is beslist niet de bedoeling. We vinden een onverharde weg eromheen en bereiken dan in de schemer de camping. Gehaald. De terrassencamping bestaat uit huurhuisjes en heeft dakjes voor caravans. Twee meter zeventig. Daar passen wij met een 3 meter hoge camper dus niet onder. Gelukkig zijn er bovenin nog vrije plekken met een mooi uitzicht op de zee.


Geen dakje betekent wel de hele dag zon. Geen probleem want het waait hier constant en die blaast de warmte uit de camper. Het is trouwens maar 27 graden. We kijken niet alleen uit op de zee maar ook op Costa de Croco – een enorm bouwproject van een resort dat sinds 2009 stilligt. Geld en juridische problemen. Voor 6,5 miljoen kon je destijds, het hele project overnemen. Blijkbaar niet gelukt.  De natuur is bezig om het over te nemen. Ik ben nieuwsgierig om het van

dichtbij te bekijken. Via het strand en een bruggetje van oude deuren kunnen we het terrein op. Treurig dat zo’n enorm complex staat te verpieteren. Maar het levert wel mooie beelden en natuurlijk heeft er iemand al een dronefilmpje gemaakt van zo’n mooie ghosttown[2]. Hoeven wij die niet meer te maken. De video is naar onze maatstaven te traag maar bevat wel mooie beelden.


Na het Grieks. Georgisch, Armeens, weer een taal waar ik geen touw aan vast kan knopen. De

letters zijn cyrillisch (zoals het Russisch, Oekraïens) en voor mij niet leesbaar. Menukaart is niet te doen, bij boodschappen zijn de producten vaak wel herkenbaar zonder te lezen. En de mensen spreken hier vaak goed Engels. Als ik bij de Lidl (eindelijk lekker bruinbrood) een beker yoghurt laat vallen, die uiteraard uit elkaar spat op mijn broek en schoenen, probeer ik het probleem met gebaren aan de medewerker uit te leggen. Tot hij zegt: “you can talk English”. Een beetje gênant dat ik er zondermeer van uit gegaan ben dat ze alleen Bulgaars spreken. Enfin, ik krijg papieren doeken om mijn broek schoon te maken terwijl hij de vloer dweilt.


We fietsen naar het dorp dat leeft van toerisme. Het centrum van het dorp is een lange straat met winkeltjes. Wil René zoekt de ingang naar het pad dat langs de zee afloopt. Maar een braakliggend terrein ligt in de weg en even verderop gaan we de hoogte in. Daar zie ik mensen

staan op een rotspunt in zee. Laten we daar even gaan kijken. In het dorp ervoor is het verkeer vastgelopen. Auto’s willen blijkbaar allemaal naar die rotspunt terwijl anderen het dorp uitwillen. Hoe groter de auto, hoe dichter bij ze willen parkeren. Op de rotspunt blijkt een kerk te staan en ineens zegt Wil René: “Het is 15 augustus!” Alsof ik dan begrijp waarom het druk is. “Maria

hemelvaart”. Een christelijke feestdag. Geen idee, waarom ik dat weet,” voegt hij daaraan toe. En hoewel Bulgarije maar 40% gelovigen kent, staan ze in de rij voor het kerkje. Eerst met auto’s in het dorp en nu staan op het terrein mensen geduldig in de rij te wachten tot ze naar binnen kunnen. Wat me opvalt is dat ze niet op hun paasbest gekleed zijn. Meer vakantiekleding: jurkjes, korte broeken, t-shirts. Uitzonderingen daargelaten. Het kerkje ziet er niet oud uit en via internet zie ik dat dat ook geldt voor het interieur. Ik sluit niet aan bij de rij. Ik kijk wel vanaf de punt naar de zee.


Die grote luxe auto’s verbazen me, aangezien Bulgarije Europees armste land is. Het bruto-minimumloon is 620 euro per maand (in NL is dat 4x hoger) en de gemiddeld Bulgaar heeft een salaris van 1400 euro. Niet verwonderlijk dat veel inwoners als arbeidsmigrant vertrekken naar West-Europa. Gevolg is dat dorpen leeglopen, voorzieningen verdwijnen. En een groot sociaal probleem is dat kinderen van arbeidsmigranten achterblijven bij opa en oma en opgroeien als “Skypekinderen”. 25% van de kinderen spreken hun ouders alleen online. [3] De kloof tussen arm en rijk is hier groot door corruptie (en een zwak rechtssysteem) waardoor hoogopgeleide jongeren zonder netwerk ook vertrekken. Ik kijk nu toch anders naar de chauffeurs van die grote dikke auto’s. 


Na twee dagen luieren, rijden we een paar uur noordelijker. We blijven bij de kust vanwege het weer. En wij zijn niet de enigen. Het is zondag en de Bulgaren zijn massaal onderweg naar het strand. Aan de nummerborden zien we er veel uit de regio Sofia en Plovdiv. We staan regelmatig in de file bij afslagen naar zee. Inmiddels heb ik gemerkt dat onderweg fotograferen zinloos is. Het landschap, dorpen ze verschuilen zich allemaal achter bomen en struiken. Het enige landschap dat zich regelmatig laat zien zijn de enorm uitgestrekte maïs- en zonnebloemvelden. De zonnebloemen zijn al uitgebloeid en laten hun koppen hangen. De uitgestrekte graanvelden zijn allang geoogst.


Bij Boergas, de stad die volgend jaar het Eurovisie Songfestival mag hosten, laat de kaart veel water zien. Ik zie vooral rietlanden. We doen boodschappen in de stad en laten het verder links liggen. De tolweg (gewoon een tweebaans weg) heeft nauwelijks P’s. Ik laat Wil René een zandpad inslaan naar een P die aan zee ligt. Tja, dat dachten heel veel Bulgaren ook. Sterker nog, dat dacht ook veel camperaars die daar gratis aan zee staan. Met veel moeite lukt het om te draaien. En dan blijkt dat er alleen een oprit zit terug naar Boergas. Pas bij een rotonde in de stad kunnen we keren.

Met goede moed rijden we verder naar het dorpje Nesebar dat tevens een schiereiland is. Het is UNESCO erfgoed - en vermoedelijk ook erg toeristisch. Een Nederlandse reviewer heeft het over Valkenburg 2.0. Met alle drukte onderweg vrees ik dat de parkeerplaats vlakbij het schiereiland wel vol zal zijn ondanks dat het betaald is. Het valt mee. Zowel op de parkeerplaats als in het dorp. We bekijken het dorpje op de fiets. Voordeel is dat we in no time op de punt van het

schiereiland staan. En vandaaruit kunnen we verder fietsen naar Sunny Beach. Met een reputatie van zon en zuipen niet boven aan mijn lijstje. Toch wel nieuwsgierig waar onze dochter ooit als 18-jarige vakantie vierde met klasgenoten. De skyline is zoals verwacht een aaneenschakeling van

strandbedden met parasols met daarachter grote hotels. De boulevard is een stuk verderop. We pakken de camper en rijden naar het andere einde waar ik een camperplek aan zee zag. Duimen dat er ruimte is. Het is al wat later in de middag én het is betaald. Die combi geeft inderdaad ruimte. We parkeren de camper nog onder de bomen, halen de fietsen er af en rijden naar de Boulevard wat een combi is van Benidorm maar dan een jonger publiek; kermis – reuzenrad, horrorhouse, schiettenten, toeristentreintje; een strandmarkt – kleding, strandspeelgoed, harenvlechten; horeca strip – met casino, Engelse sportcafés, mini-McDonalds en uiteraard de strandtenten met zitzakken. We kunnen vanavond zelfs de voetbalwedstrijd Ajax-Heereveen bekijken. Ik maak foto’s voor onze dochter maar die herkent er niks van. Waarschijnlijk ging haar aandacht toen uit naar andere dingen/mensen. Halverwege de boulevard draaien we om – genoeg gezien.

Bij het strand verplaatsen we de camper. Nu kijken we uit op het strand, de zee en de skyline van

Sunny Beach. We eten in een strandtent. We bestellen geen varkensoortjes[4] maar schnitzel en garnalen. En we slapen op het strand terwijl het ’s nachts goed afkoelt. De volgende ochtend wandelen we over dat strand met een kop koffie als pauze. We nemen een duik in zee en vertrekken pas weer rond het middaguur als de zon te hard brand.


Drie uurtje naar het noorden waar de zandstranden zijn vervangen door rotswanden. Mooi uitzicht

dat wel. De camping is mini. Met twee campers en drie tentjes staat de tuin van een Duits/Russisch echtpaar wel vol. Hij realiseerde zich twee jaar voor zijn pensioen dat hij weinig had opgebouwd. In Bulgarije kunnen hij en zijn vrouw met een klein pensioen en camping wel rondkomen. Hij laat me zijn moestuin met planten zien. De laurier heeft het erg naar zijn zin, uit Duitsland heeft hij de asperge meegenomen. De artisjok is helaas favoriet bij de woelmuizen. Ik moet ruiken aan de sinaasappel-citroen melisse. Iets verderop staat een bad waar hij nog een vuurplaats en rookoven bij wil bouwen. Zijn vrouw wil zo graag buiten baden. Ze zijn 6 jaar geleden getrouwd in de haven iets verderop. Zijn vorige huwelijken op land waren niet gelukt.  Hij is nog bezig een composttoilet te maken en de deur van het keukentje is kapotgewaaid dus heeft hij ernaast een andere deur erin gezaagd. De haan is net overleden mar daar merken de kippen en de eenden niets van. En zo babbelt hij terwijl we ons installeren. Gelukkig komen er twee wandelaars met tentjes die hem afleiden.  

We wandelen naar de kust en zien het eeuwige vuur. Veroorzaakt door een methaan-leiding uit zee. Ooit gedacht dat het commercieel interessant zou zijn maar dat was het niet. Nu kun je er op bbq-en. De camping is alles houtje-touwtje en van de twee nachten die ik vooraf gedacht had, is één nacht wel genoeg.  We reizen verder naar het noorden.


Het deel van Bulgarije dat ik heb gezien (Zwarte Zeekust) vind ik niet heel interessant. Misschien is de zomer ook niet het mooiste seizoenen misschien is het binnenland veel mooier. Dat gaan wij niet in de zomer bekijken maar wie weet, ooit in het voor- of najaar.


De weg naar het noorden gaat langs de kliffen en aan de rand bivakkeren tientallen caravans.

Dan realiseer ik me dat we in Roemenië ook een tolvignet nodig hebben. Ik heb nog 20 km de tijd om dat te regelen. Online lukt het me om, net voor de grens, het vignet te betalen. De grenspost is klein en de Bulgaarse grens passeren we zonder iemand te zien. Bij de Roemeense grens houdt de politie ons aan – paspoorten, kentekenbewijs en alle deuren openen. Allemaal goed en we zijn in 5 minuten in Roemenië. Daar rijden we meteen door badplaatsen waar het druk is met geparkeerde auto’s voor het strand. De badplaatsen rijgen zich aaneen. We denken na of we verschillen zien met Bulgarije. De zebrapaden zijn met rood gemarkeerd. De kluwen elektriciteitsdraden aan houten palen. En de taal. Gewone letters. Niet dat ik er veel van kan brouwen.


Voorbij Constantia vinden we camping die net begonnen is. Het waait er flink dus dat maakt het ontbreken van schaduwplekken acceptabel. We zitten in een zijstraat van een strandboulevard van 5 km. In het begin zijn er campings maar al  snel zijn het grote hotels die de boulevard

flankeren. Blij dat ik een bril én een zonnebril draag. De hard wind komt vanaf zee en het zand schuurt mijn armen. De ober van de strandtent baalt van de wind. Het is er veel minder druk, dus hangen de 5 collega’s een beetje verveeld aan de bar. De volgende ochtend ontbreekt de zon en wandelen we over het strand naar een van de vele strandtenten voor een (ijs)koffie. Als we omdraaien zien we de petrochemische industrie aan de horizon, terwijl kinderen spelen in de

golven. En wat we niet zien maar wel weten, is dat het oorlog is aan de overkant van de zwarte zee. Het moet raar zijn voor de Oekraïners die hier vakantie vieren. 95% van de strandbezoekers zijn trouwens gewoon Roemenen. Een restauranthouder noemt het pensioen karig – eigenlijk kun je er niet van rondkomen. Maar de zorg is hier gratis en er zijn geen wachtrijen. Dat wordt door een taxichauffeur later genuanceerd. De zorg is gratis als je werkt en belasting betaalt. Zijn oom heeft maar één been en kan niet werken. Hij moet ieder jaar laten zien dat zijn been niet is aangegroeid om gratis zorg te krijgen.


Na twee dagen strand zijn we wel klaar met vakantievieren en luieren. We gaan naar het noordwesten. Vrienden reizen daar rond en we hebben afgesproken in Brașov. Daar niet ver vandaan is een van de topattracties van Roemenië: de Transfăgărășan. Helaas moeten we daarvoor wel eerst 400 km saaie tolweg rijden. En dan komen we bij de 90 kilometer kronkelende weg die ons de bergen inleidt, langs een bijna leeg stuwmeer en beren. Ja echt waar. We zagen

wel de waarschuwingen dat we ze niet moeten voeren, maar met de drukte van al die toeristen, ruim boven de 30 graden, kon ik me niet voorstellen dat we er één zouden zien. We zien er meer. Auto’s die stilstaan op de weg zijn een indicatie dat er een beer staat, zit of ligt. Het is duidelijk dat ze wel eens gevoerd worden. Het levert aandoenlijke beelden op. De beren worden bijna aaibaar. Ik snap dat mensen voorzichtig uit hun auto stappen en vanachter het portier een foto van dichtbij maken. De beren blijven zitten of liggen. Een man stapt uit zijn auto en gaat een eindje verder staan pissen met zijn rug naar de beer. Wat ik dan weer niet snap. Vorig jaar is hier nog een toerist door zo’n beer meegesleurd en gedood. [5]  


Als we net boven de boomgrens zijn, kiezen we een uitkijkpunt waar we overnachten. Ervan uitgaande dat de beren vooral in de bossen rondzwerven. Officieel mogen auto’s niet tussen 9 uur ’s avonds en 7 uur ’s ochtends in het gebied rijden. Jammer genoeg doen ze dat wel en tot middernacht hoor ik ze nog af en toe voorbij komen en om 7 uur racen de eersten weer voorbij. Dat zijn inderdaad snelle auto’s die komen voor de weg. Top Gear noemde het de mooiste weg van Europa.

In de ochtend is nog steeds maar 16 graden. Zodra de zon over de bergen komt, worden we verblind en kunnen we niet meer van het uitzicht genieten. Tijd om verder naar boven te gaan. De top omzeilen we door een korte tunnel. Mijn mond valt open als we aan de andere kant zijn. Het lijkt wel een parkeerplaats van een pretpark, overal zijn auto’s, motoren en kraampjes. Het contrast kan haast niet groter. Even had ik het idee om hier te parkeren en rond het meer te wandelen. Nou dat gaat het niet worden. Vanaf boven zie ik een stuk lager een parkeerplaats, waar enkele campers staan. Het is hier nu nog koel, de stad haalt 35 graden vandaag.  We rijden een paar haarspeldbochten naar beneden. Ik wil toch heel graag een stukje wandelen. Van het

indrukwekkende landschap genieten. Onder aan de berg is een grote vlakte.  Er loopt een pad naar boven en met bergschoenen aan en een stok mee zigzaggen we naar boven. De wind zorgt dat het niet warm wordt. Na een half uurtje zie ik dat het inderdaad een mooi meertje is waar iedereen naar toe wil. Ik zie een file wandelaars naar boven gaan, ik zie overal kleine tentjes en auto’s staan. Tijd voor koffie aan het meer. En daarna wandelen via de weg terug waar auto’s in een hele lange file staan. Voordeel, het is heel veilig lopen.  


Het is toch nog drie uur rijden naar Brasov waar een camperplaats is én waar vrienden van ons bijna tegelijkertijd aankomen. Wat een feest. We kennen elkaar van de reis naar Marokko. Dit jaar doen wij een reis door Roemenië met dezelfde organisatie als waarmee wij naar Georgië, Armenië en Turkije gingen. Zij zijn net 10 dagen onderweg. En ook hun reis is heet, vandaag is niet anders. Al snel zit ik met mijn voeten in het water. Eind van de middag gaan we de stad in en laten ons door een taxi afzetten bij het grote plein. We bekijken de zwarte kerk die zijn naam

dankt aan het verhaal dat de kerk na een brand in de 17e eeuw zwart was geworden. De werkelijkheid is minder prozaïsch: de stenen zijn zwart geworden door luchtvervuiling en de bijnaam is er pas sinds de 19e eeuw. In de kerk hangen tientallen Turkse tapijten – Brasov lag op

de handelsroute - en er zijn veel Duitse woorden en namen, die verwijzen aan Duitse wortels. Zoals de kerkbank van het schoenenmakers gilde. Meer dan 600 jaar geleden vestigden zich hier Saksische kolonisten op uitnodiging van de koning. Die wilde er een stad hebben om de Tartaren en Turken tegen te houden, de stad werd Kronstadt genoemd. Tot 200 jaar geleden vormden Duitsers de meerderheid in de stad en de kerk is nog altijd Luthers.


De volgende dag fietsen we met z’n vieren door de stad en zien de middeleeuwse muren, een stadspoort, huizen met lichte gekleurde gevels. Ik zie een houten kerk die ik fotografeer. Voor onze vrienden inmiddels niet zo bijzonder. Die hebben al mooiere gezien. We bezoeken een orthodoxe kerk die schuilgaat achter een gevel aan het plein. En het heetste deel van de dag brengen we door…. ? Jawel, in een groot winkelcentrum met Starbucks.  

’s Avonds brengt een taxi ons door de regen! naar het centrum. Het is zo weer droog en door de hitte zijn de stoepen zo weer droog. Het is leuk om weer eens ’s avonds door de stad te slenteren. Zeker als er zoveel volk op de been is. Het is weekend. 


De volgende ochtend scheiden onze wegen. Zij vervolgen hun Roemenië-reis en wij gaan verder richting noordwest. Onderweg zie ik een paar keer een paard met wagen rijden. Het gekke is dat ik noch in Turkije, noch in Georgië of Armenië een paard met wagen zag. Het trekpaard was daar vervangen door kleine tractoren.  

 

Het binnenland is aantrekkelijker dan de kust. De bergen en uitlopers van de Karpaten liggen in een krul rond de vlakte waar wij rijden. Hier zie ik grote landbouwpercelen (ontstaan in de Sovjettijd), met kleine dorpen waar we doorheen rijden. Met meestal vierkante huizen van één

etage met rode dakpannen die als een gesloten front langs de weg liggen. Zachte kleuren. Bij een grotere stad zijn nieuwe grote huizen (hotels?) in aanbouw waarvan de daken me chinees aandoen.  Het gras is overwegend geel geworden, de rivieren staan laag. Die avond parkeren we onze camper op een basecamp voor raften en klimmen. Prima overnachtingsplek met douche, wc, afwas- en kampvuurplek ver van de drukte. Totdat we ’s morgens worden gewekt door inparkerende vrachtwagens, dreunende geluiden. We staan naast een spoorlijn in aanleg…


Nog een uur en dan rijden we Hongarije binnen.  We hebben van Bulgarije en Roemenië maar een klein beetje gezien. Onvoldoende. De hitte en de wens om toch begin september thuis te zijn, houden me tegen om het echt te verkennen. Deze 10 dagen voelde meer als vakantie.


Grappig beeld

Gespot in het damestoilet van een Mall
Gespot in het damestoilet van een Mall

Voetnoten

[4] Ooit aten we varkensoortjes in Spanje, in de veronderstelling dat het een creatieve omschrijving was van het gerecht. Het bleken echt varkensoortjes te zijn en de taaie, kraakbeenachtige structuur deed Wil René kokhalzen en rondkijken waar hij die ongezien kon uitspugen.  

 
 
 

Opmerkingen


© 2026 Hellie van Hout

bottom of page