top of page

Armenië

  • 3 aug
  • 17 minuten om te lezen

Haghpat, Gavar, Khndzoresk, Tatev, Arpi, Yerevan, Gyumri, 22 juli – 1 augustus 2026

 

De grens, het blijft een ritueel. Ook hier moet ik als bijrijder te voet de grens over. Paspoort laten zien, bril af, in de camera kijken, stempel in je paspoort en door. Het gaat alleen langzaam omdat er veel bijrijders de grens over willen. Wil René is met de camper sneller door de procedure dan ik. We zijn Georgië uit. Een kilometer verderop een herhaling bij de Armeense grens. Het grote verschil is de vriendelijkheid van de douane : welkom in Armenië. Voor Wil René is de procedure wat langer want hij moet wegenbelasting betalen en daarvoor moet hij naar een loket met paspoort en kentekenbewijs. Daar bepalen ze hoeveel we moeten betalen in … Armeense Dram. De pinautomaat staat naast het loket. Na de betaling krijgt Wil René 3 formulieren waarmee hij naar een volgend loket mag. Daar wordt alles gecontroleerd, zelf drie handtekeningen zetten en hij mag naar de laatste slagboom. Wederom paspoort en kentekenbewijs laten zien en dan gaat de grens open. Eindelijk want mijn heupen zijn pijnlijk van het staan. Net over de grens regelen we nog de verplichte WA verzekering en een SIM-kaart. En dan zijn we klaar om Armenië in te rijden. Het is hier 11 uur terwijl Nederland net begint met werken (9 uur). 


De Georgische grens ligt aan mijn rechterhand wat ik herken door de rollen prikkeldraad. Aan de

Georgische kant zag ik vanochtend raketten in een weiland staan gericht op Armenië. Toch zijn het geen aartsvijanden zoals de andere buren (Azerbeidzjan, Iran, Turkije). Armenië is net als Georgië orthodox christelijk en ze voelen zich meer verwant aan Europa. Beide landen zijn ook voormalig sovjet republiek en zijn sinds het uiteenvallen van USSR onafhankelijk. Georgië heeft inmiddels een openmarkt-economie. Armenië heeft door het gebrek aan zee en met vijandige buren zich economisch aangesloten bij voormalige sovjetlanden Rusland, Kazachstan, Belarus, Kirgizië - te bereiken via Georgië.  Die Russische oriëntatie herken ik ook direct aan de auto’s. Hier rijden nog Lada’s en Volga’s.    


Op de camping staat er ook nog een GAZ 21 Volga. De campingeigenaar vertelt vol trots dat de auto uit de jaren ’60 is, van zijn opa, en hij rijdt nog steeds. Die jaren ’60 zijn ook herkenbaar aan de trailer waar hij in woont.


Camping. Ja je hoort het goed. Na 14 dagen staan we weer op een camping: met douche, elektriciteit, gras, schaduw van fruitbomen, wifi. Bovendien is de temperatuur nog net geen 30

met een briesje. Het uitzicht is ook nog prachtig. Het is dat we deelnemen aan een reis anders waren we zeker een week blijven staan. Nu blijven we twee nachten en wandelen de volgende ochtend naar het klooster van Haghpat. Een pittige helling naar boven maar absoluut de moeite waard. Het middeleeuwse complex is weer anders dan de kloosters in Georgië. Geen koepels maar een verzameling ronde puntdaken. Een aantal hebben een gat in het midden zodat er daglicht binnenvalt. De grote lege ronde ruimtes binnen zijn indrukwekkend. En overal ontdek ik sierlijke details. Doordat we vroeg zijn, hebben we het complex voor onszelf.  


 


Aan de overkant van de kloof zit een dorp Sanahin. Hemelsbreed maar 5 kilometer, met de auto 3 keer verder. Ik kan het dorp zien liggen. Bij een van die huizen ligt een klein museum over twee broers  uit het dorp. Die hebben het ver geschopt toen Armenië onderdeel van de Sovjetunie was. De een was de ontwerper van het MIG gevechtsvliegtuig waarvan een exemplaar in de tuin staat. De ander was invloedrijk staatsman die na zijn reis naar Amerika zijn invloed deed gelden bij voedingsindustrie. Hij bracht de industrie op het idee om schepijs, hamburger en champagne te

maken. En bij gebrek aan sinaasappelteelt werd tomatensap bij het ontbijt geïntroduceerd. Hij moet een handig politicus zijn geweest om deze uitgesproken producten van het decadente westen in Rusland te introduceren ten tijde van Stalin. Beide broers, weliswaar geboren in Armenië, woonden in Moskou. De een ging voor zijn opleiding en bleef.  De ander als vooraanstaand lid van de partij. En als zodanig heeft hij geen schone handen. Toen Stalin de partij en het land “zuiverde” van ongewenste personen, werd deze broer naar Armenië gestuurd met een lijst namen. Hoe enthousiast hij daarover was, weten ze niet, maar nee zeggen tegen Stalin was zelfmoord.


We volgen zoals altijd in de bergen, de rivier die de kloven heeft uitgesleten. We stijgen deze reis van 900 naar 1900 meter. Onderweg doen we boodschappen. We zien bij de groenten kleine

bruine bollen liggen met een inkeping. We kopen een ons, en krijgen er een sleuteltje bij om de noten te  openen?! Ze zijn lekker. Wat denk je dat het is? Raden maar of spieken bij de voetnoten[1]. We kopen 3 soorten brood om te proeven. Een stukje roggenbrood, blijkt inderdaad zo te smaken. Een wit brood dat op het Georgische lijkt en een groot vel (Lavash) dat opgevouwen wordt en ik mee krijg in een plastic zakje. Het ziet er uit als een wrap XXL, het zal ook wel zo gebruikt worden. Het smaakt in ieder geval gewoon naar wit brood.

Het Armeens is zo mogelijk nog onleesbaarder omdat de 33 letters nog meer op elkaar lijken dan het Georgisch. De vertaalapp heeft er ook moeite mee maar een winkelbediende kan wat Engels en helpt ons met boodschappen doen. Հաց և մածուն եմ փնտրում։ Որտե՞ղ են դրանք։ (Hier zou moeten staan: Ik zoek brood en yoghurt waar staat dat?)


De volgende kloof leidt ons naar het Sevanmeer dat op 1900 meter hoogte ligt. Vergelijkbaar groot als het IJsselmeer. Daar ligt een klooster dat vroeger op een eiland lag, maar door de daling

van het peil , is het nu prima bereikbaar voor toeristen en dat merken we. Het valt niet mee een parkeerplek te vinden. Dan moeten we door een haag van toeristische kramen de trappen op. We zien veel granaatappels. Als fruit, als sap, als schilderij, als afdruk op schort en als beeldjes. Naast de afbeeldingen van het klooster zelf. Dat bestaat uit twee

kerkjes. Het ene puilt uit vanwege een trouwerij of doop. De feestkleding, camera’s en drone doen dat vermoeden. Het andere kerkje is ook vol met gelovigen en een verdwaald toerist. Gelovigen steken een kaarsje op, schrijven een kaartje met een wens en lopen achteruit - kruisjes slaand - de deur uit. Wat niet eenvoudig is want na de drempel volgt een trapje. De donkere kerkjes zijn van binnen ook niet zo bijzonder. De ligging (70 km van de hoofdstad Yerevan en het meer) zorgt dat er duizenden selfies per dag worden gemaakt.


We hebben de benen gestrekt en rijden verder langs de kust vol watertoerisme, campings, af en toe een hotel. Althans, langs het stuk weg dat naar Yerevan loopt. Na de afslag wordt het rustiger. Halverwege het meer zit onze overnachtingsplek: een kaasboerderij. We krijgen hier een rondleiding met proeverij. Wil René is geen kaaseter en bedankt. Nou, hij weet niet wat hij mist. De rondleiding beperkt zich tot een verhaal over het ontstaan (eigenwijze boerendochter)  en hoe

de kazen die we dadelijk gaan proeven, worden gemaakt. Ze maken andere kaas dan de meest voorkomende Armeense kaas: witte pekelkaas (Chanakh, beetje feta-achtig). Ze maken alleen kaas van hun eigen koeien en sommige kazen worden dagelijks met cognac ingesmeerd, anderen zijn in zwarte komijn, of roze peperkorrel gerold etc. Na dat verhaal komt het proeven – bij het zien van de kaasplanken loopt het water je in de mond en daarnaast staan twee glazen Armeens wijn.

Die kaasplank wordt onder commando’s steeds leger. “Nu proeven we nummer 3” “Nu nummer 3 in combinatie met vruchtensaus” “Ho, de rode wijn mag pas na kaas nummer 5.” Het fruit gebruiken we om onze smaakpapillen te neutraliseren en tussen door eten we de zelfgemaakte rauwe ham. Ondertussen noteren we wat we lekker vinden. Uiteraard om straks te kopen. Als ik anderhalf uur later bij de camper kom, die in het weiland staat, heb ik niet zo’n honger meer. Wil René is echter al aan het koken dus eet ik een klein bordje mie met teriyaki mee. Natuurlijk heb ik kaas gekocht die ze gevacuümeerd hebben: nr 2 en nr 7. Voor Armeens begrippen hééél duur en zelfs voor Nederlandse begrippen prijzig.    


Vlakbij de boerderij is een gigantische middeleeuwse begraafplaats met kenmerkende kruizen gehakt in stenen platen - khachkars - en grafbalken die vaak overwoekert zijn. Sommige

khachkars zijn wel 1,5 meter hoog. De recentere doden hebben de weg overgestoken. Opmerkelijk genoeg staan de stenen met hun “gezicht allemaal richting het westen” en wij zijn er in de ochtend. Fotograferen met tegenlicht dus. Dat maakt het lastig een mooi plaatje te maken.


We gaan steeds Zuidelijker. Het landschap wordt droger, weidser en imposant. We rijden 220 km en doen daar de hele dag over. De hoogte schommelt tussen de 1400 en 2400 meter. Een eerste stop maken we bij Orbelian karavanserai, een eeuwenoude rustplek op de zijderoute. Niet zo’n


imposant paleis als in Turkije, maar de ligging op een bergpas maakt dat het prachtig is. Terwijl wij van het uitzicht genieten, spoort een herder te paard zijn koeien aan om door te lopen naar boven. De camper is plots omringt met beesten terwijl de ruiter een achtergebleven koe met een stok opjaagt. De koe herkent de stok en rent snel naar de kudde die de weg oversteekt. De vliegen die de kudde volgen vinden onze camper ook interessant. Het wemelt ervan en we moeten flink wapperen om zonder insecten binnen te komen.  


De volgende stop die ik op internet zag, is een plek met menhirs. Zorats Karer. Stenen die

rechtop in het landschap staan. Grote en kleine. In een lange rij, in een cirkel. Veel liggen er plat, wat in dit aardbevingsgebied wel logisch is. We lopen er langs en verwonderen ons over de kleine ronde gaten die in tientallen stenen zijn geboord. Archeologen duiden het als een oud astrologisch observatorium terwijl anderen een begraafplaats als functie noemen. Een ander duidt de rij als resten van een stadmuur. Ach het is lekker weer en we wandelen door het gras langs de stenen. De gaten zouden een fluitend geluid maken als de wind goed staat. Het waait hard vandaag maar de wind staat blijkbaar niet goed vandaag.   


De route gaat verder tussen rotsen en stijgt naar een hoogvlakte. Uitgestrekt velden zonder bomen, bloemrijke weides waar imkers hun bijenkasten tijdelijk hebben staan. Bij de kasten staat een keet waar de honing uit de raten wordt geslingerd en in potten worden gedaan. In sommige keten lijken mensen te wonen.


We slingeren steeds hoger en rijden over de Vorotan pas van 2340 meter. Het eindpunt is een

grottenstad in de buurt van Goris. Met uitzicht op de Azerbeidzjaanse bergen, de grens ligt hemelsbreed 5 km verderop. Daarvoor rijden we 3 kilometer over een landweggetje naar de parkeerplaats van de grottenstad. Over die 3 km doen we 30 minuten. Ik klots van links naar rechts terwijl Wil René zijn best doet om de diepe kuilen en de tegenliggers te vermijden. Dit is echt de slechtste weg tot nu toe. We rijden iets verder door en parkeren de camper tussen de velden. En om te voorkomen dat we morgenochtend weer last van tegenlicht hebben, wandelen we meteen naar de kloof. Daar moet een hangbrug zitten om de grottenstad te kunnen bezoeken. Als ik de kloof zie, met heel ver onder me de “swinging bridge”, weet ik ,dat ik van een afstand de grottenstad ga bekijken. Jammer om de resten van een dorp waar rond 1900 nog 8300 mensen woonden en werkten, niet van dichtbij kan zien. Er is een uitzichtspunt waar ik met mijn camera film, en Wil René met zijn drone de kloof verkent. Zie filmpje.

De sovjets herhuisvestte alle inwoners in de jaren ‘50 naar gewone huizen in een nieuw dorp dat dan ook Nieuw Khndzoresk heet.  


Die afstand naar Azerbeidzjan is klein. Tegelijkertijd merk je niks van de vijandigheid. Ik zie alleen mooie weilanden en bergen. Pas als we bij de volgende stop zijn, wordt het zichtbaarder. Er staan daar grote borden waarin steun wordt gevraagd om de

voormalige minister van Nagorno- Karabakh,  Ruben Vardanyan, vrij te krijgen. In 2023

heeft Azerbeidzjan deze republiek, waar honderdduizenden Armeniërs wonen, ingenomen. Mensen zijn massaal op de vlucht geslagen. Azerbeidzjan arresteerde acht (voormalige) politici, die begin dit jaar tot levenslang of 20 jaar gevangenis zijn veroordeeld, waaronder Vardanyan. Hij is als ondernemer en filantroop, in 2008, samen met zijn vrouw, initiatiefnemer van Tatev Revival project. In 2010 wordt een hele lange kabelbaan opgeleverd en met inkomsten daarvan, wordt de renovatie van een groot klooster boven de kloof van Vorotan bekostigd. De toeristen zijn de inkomensbron van de bewoners.  


We hebben vooraf de kabelbaan gereserveerd want het is zondag. Dus stappen we om precies 16.45 uur in de gondel, en zweven over de kloof in 12 minuten naar het klooster. Prachtig uitzicht

begeleidt door gegil als de gondel over de rand gaat. We wandelen weer langs de kraampjes die dit keer vooral zelfgebreide poppen, kettingen en kruidenthee verkopen. Het klooster is met de renovatie weer ommuurd en eenmaal door de poort is direct duidelijk waar de meeste bezoekers op afgaan. De waterkraan. Het is immers alweer 30 graden. Ik wandel op mijn gemak door het klooster en duik in alle ruimtes die er zijn want daar is het koel. Ook hier weer gebeeldhouwde kruisen en prachtig houten deuren. De bergen omlijsten het klooster en als er dan ook nog grote roofvogels over de kloof vliegen, is het plaatje compleet. Het lukt me niet om die vogels herkenbaar te fotograferen. Dus die mag je erbij bedenken.


Om precies 18:15 nemen we de gondel terug en rijden naar het wildcamp dat uitkijkt over de kloof. En als toegift zweven twee aasgieren voorbij. Terwijl Wil René met de monokijker het luchtruim afspeurt, weet een medereiziger de gier wel te fotograferen. Dank.


We rijden met camper de route van de gondel. Eerst 500 meter dalen en daarna weer 500 meter stijgen met haarspeld na haarspeld. Daar doen we bijna 25 minuten over. “Goed aangelegd”, is het oordeel van Wil René, “door de struiken zie je de diepte niet.” Als fotograaf deel ik die mening niet. Al vind ik het nu minder hinderlijk, want we hebben tegenlicht en het is heiig. We rijden voorbij het klooster verder de bergen in. Het asfalt is verrassend goed ondanks dat we vooral


vrachtwagens zien rijden. Het is een van de routes naar Iran. Weer prachtig uitzicht op bergen terwijl we boven de 2000 meter rijden. Hoog boven de Vorotan die we nog twee keer in het landschap zien als stuwmeer. De route is “maar” 128 kilometer en met goed asfalt doen we er 3 uur over inclusief pauzes.

 

Omdat we vroeg zijn vertrokken, zijn we vroeg op een camping …. met zwembad. Nou dat hoef je

Wil René niet twee keer te zeggen. Die springt er meteen in. Wel zes keer die middag. Het is ook heet met 34 graden. De camping heeft bomen zodat de camper niet bloedheet wordt, en de wind die aan het einde van de middag opkomt, is het aangenaam. We blijven hier nog een dag. In de ochtend  schrijven we en maken een filmpje in een briesje aan een tafel. In de middag zwemmen we regelmatig terwijl de zon volop brandt. Eind van de middag stappen we allemaal in een taxi voor een wijnproeverij en aansluitend diner. Areni is het centrum van lokale

wijnproductie. Deze wijnmaker heeft de laatste jaren flink geïnvesteerd in een grotere productiecapaciteit, opslag en een Franse wijnmaker. Hun wijnen worden in veel landen gewaardeerd. Vele flessen vinden hun weg naar Rusland, Japan, Europa etc. We - nou ja allemaal, behalve Wil René – proeven rood, wit, rosé en een betere witte. Ik wordt niet verleid om een fles te kopen, zo bijzonder vind ik ze niet.


De Armeense maaltijd begint met een gedekte tafel die al vol staat met voorgerechten. En die zijn echt lekker. Gevulde auberginerolletje, dragonsalade met peer, noot en …, een ingelegde spinazie, ui,……salade, dolmus, kaas, olijven, brood etc. Uiteraard geflankeerd met een witte wijn of rosé. En speciaal voor Wil René is er een flesje cola zero, tot onbegrip van de obers. De tweede ronde zijn gevulde groenten , die wat mij betreft wat meer kruiden hadden mogen hebben. De derde ronde is draadjesvlees, maar liefst drie stukken. Die krijg ik niet op, teveel voorgerecht gegeten. Nog een ijsje om de gaatjes te vullen. Ik plof.     


Op de oude locatie is niet alleen een restaurant

maar ook een wijnbank. Mensen kunnen hier hun gekochte wijn bewaren voor later. En net als in een bank met kluisjes, liggen de flessen achter slot en grendel en zijn voorzien van nummers. Het brengt twee reisgenoten op het prachtige idee om voor hun (te vroeg) geboren kleindochter een fles te kopen en 18 jaar te laten bewaren. Ze krijgt het certificaat en kan na 18 jaar zelf de wijn gaan ophalen. Nu maar hopen dat ze dan wijn lust.


Yerevan, de hoofdstad is de volgende overnachtingsplek. Op weg er heen zijn er nog twee kloosters als potentiële stop. Twee. We overleggen welke van de twee want we hebben er al veel gezien. En misschien moeten we er alleen maar langsrijden want de interieurs zijn vergelijkbaar. Vergelijkbaar leeg. Ik kies die met de Ararat op de achtergrond. Dan appen onze reisleiders dat

we beslist die andere (Noravank) moeten doen vanwege de mooie route door een kloof. Die kloof en vooral het rode rotslandschap erna doet me denken aan Amerikaanse Westerns. Bij het klooster hoor ik van reisgenoten die net terugkomen dat het middeleeuwse klooster zelf de moeite waard is. Wil René wacht wel even in de camper. Het ommuurde klooster bestaat uit drie

kerkjes/kapel. In de kapel ligt een grafsteen waarop een leeuw is afgebeeld, hier ligt prins Elikum Orbelian III (overleden in 1300). De leeuw “die brult staand voor de vijandelijke troepen”[2]. Die naam Orbelian heb ik eerder gezien: de karavanserai in de bergen. Die is door zijn zoon gebouwd.


Om het tweede klooster te bereiken gaan we volgens de kaart dwars door Azerbeidjaans grondgebied. Geen bord of zo die dat aangeeft. De reden: in 1992 heeft Armenië dit stuk grond ingenomen maar feitelijk het is nog steeds van Azerbeidzjan.


Dan rijden we een grote vlakte in en rijden we naar de grens met Turkije op 1 kilometer. Met daarachter de voor Armenen zo belangrijke berg de Ararat. Het klooster kijkt erop uit. De temperatuur is inmiddels gestegen en brandt op mijn huid. Geen haar op mijn hoofd die er aan denkt om de trappen te beklimmen. Een foto van een reisgenoot laat het voor de Armenen belangrijke klooster Khor Virap zien. Het verhaal vertelt dat St. Gregorius hier 13 jaar gevangen zat en de Armeense koning Tiridates IV (rond het jaar 300) bekeerde, die op zijn beurt het christendom als officiële religie aannam waardoor Armenië het eerste christelijke land werd.


Eigenlijk hebben we in Yerevan een plek waar we wild kamperen. Maar met de voorspelling van aanvankelijk 41, inmiddels nog maar 36 graden en ’s nachts 25, gaan wij niet slapen op een zandvlakte boven de stad. Ik heb een hotel geboekt aan de rand van het centrum met airco.


We rijden dwars door de stad waar 1 miljoen Armenen wonen (een derde van het land). Als eerste tanken we AdBlue. Want bij de tankstations die we eerder aandeden, hadden ze daar nog nooit van gehoord. Waarschijnlijk wordt het systeem bij nieuwe auto’s op het platteland, uitgeschakeld. De wegen zijn vol terwijl het begin van de middag is. Met veel geduld komen we op

de plek en parkeren de camper op de zandvlakte, pakken spullen in en fietsen naar beneden. De fietstomtom vermijdt zoveel mogelijk de drukke wegen waardoor ik me begin af te vragen waar ik in godsnaam een hotel heb geregeld. Het hotel zelf ziet er van buiten netjes uit en de kamer en badkamer zijn oké. De airco aangezet en dan we wandelen de hoek om en staan in het bruisende

Yerevan – de cascade. Dat had ik nou ook weer niet verwacht. De Cascade is een soort hedendaagse openlucht kunstmuseum. Helemaal boven kun je de stad zien met de Ararat, als het helder is. Helaas dat is het niet. In het park staan kunstvoorwerpen en flaneren heel veel mensen in de koelere avondlucht – het waait hier, merken we. In de middaghitte is het er uitgestorven. Alleen aan de rand waar de terrassen onder bomen zitten en arcades zitten zijn nog mensen. Yerevan heeft zo wie zo, veel parken. We gebruiken het hotel ook om de middaghitte te ontlopen en staan zeker twee keer per dag even onder een lauwe douche. Dat wordt straks weer afkicken.

’s Avonds is de stad net zo levendig en druk als overdag. Vanaf de Cascade loopt er een wandelgebied schuin de stad in. We gaan om half 10 kijken bij de “singing fountains” een soort vuurwerk van water. We hoeven niet te zoeken, we volgen de massa door de stad. Op het plein bewegen sproeiers en lichten op de muziek. Afhankelijk van de wind, stuiven mensen af en toe weg, om te voorkomen dat ze nat worden – wat met zo’n drukte mislukt. Het is een gemoedelijke stad.


We bekijken de creativiteit van de stad. Dit keer op de fiets. Gisteren heb ik echt te veel gelopen. Stiekem hoop ik dat ik iets kan vinden dat ik mee naar huis wil nemen. Ik zie muurschilderingen,

een handwerkbeurs die meer lijkt op een souvenirmarkt met eindeloos veel stenen granaatappels, houtsnijwerk – knap maar erg gepolijst -, sjaaltjes, kleden en schilderijen. Ik hoop iets “rauwers” te vinden. We bezoeken nog een  kunstenaarsplek die verscholen zit tussen de gebouwen. Het enige dat in de buurt kom is een uitgehakte voet van 1 meter maar die is nog niet af. Bovendien durf ik niet in te schatten wat die weegt – waarschijnlijk zakt de camper door zijn vering. 


Naast alle vrolijkheid is er ook een donkere geschiedenis. De genocide door het Turkse leger op 1 miljoen Armeniërs[3], ruim 100 jaar geleden. Iets wat volgens Turkije niet waar is. Hun verweer is dat het in 1915-1918 oorlog was (1e wereldoorlog en burgeroorlog); dat er Armeniërs samenwerkte met de vijand [4] (Rusland); dat door die oorlog vele mensen (ook Turken en

Moslims) door oorlogsgeweld, honger en ziekte omkwamen. Er was volgens hun geen geplande uitroeiing van een bevolkingsgroep. Hoewel er genoeg documentatie is dat bewijst dat in die periode het Turkse leger bijna alle Armeense dorpen binnen het Ottomaanse Rijk heeft geëvacueerd en honderdduizenden burgers heeft vermoord of gedeporteerd.[5] Eerst werden alle weerbare mannen opgepakt en/of vermoord om te voorkomen dat ze in opstand zouden komen. In de tweede fase volgde de deportatie van vrouwen, kinderen, ouderen en zieken naar de Syrische woestijn – dit waren barbaarse dodenmarsen. In het genocide-museum zien we dat allemaal, vastgelegd in foto’s, ooggetuigenverslagen, nauwgezette chronologische documenten.[6]  Indrukwekkend en treurig, wetende dat demagogie zo een volgende bevolkingsgroep tot slachtoffer kan maken. Ook onder internationale druk erkent Turkije nog altijd niet de genocide. Om diverse redenen. Angst voor financiële claims; angst dat Turks grondgebied, dat historisch deel uitmaakte van Armenië, wordt opgeëist; en angst voor internationaal gezichtsverlies.


Toch zijn de Armenen niet bij de pakken neer gaan zitten. Het land kent de laatste jaren een sterke economische groei (gemiddeld 6 %),[7] ook dit jaar verwachten ze 5 %. Als onafhankelijke republiek was het een zwaar begin: na de ineenstorting van de Sojvetunie daalde de economische cijfers met -40%. Van de 3,5 miljoen inwoners verlieten zo’n 800.000 mensen de republiek. Verreweg de meeste Armenen wonen buiten Armenië – de diaspora van naar schatting 7,5 miljoen (mn in Rusland, VS en Frankrijk)[8]. Naast ons tafeltje zitten twee Armeens-Amerikaanse gezinnen die elkaar vertellen, dat de generatie van hun ouders niet geloofd dat Armenië veranderd is. “Maar het is moderner dan zij denken.” Mij valt op dat er in Yerevan veel jongeren rondlopen. De opbouw van de bevolking is ook anders dan bij ons. Hier zijn mensen gelijk verdeeld over de leeftijdscategorieën tot 50 jaar daarna neemt het aantal mensen af. De Nederlandse piramide heeft last van obesitas, met veel minder kinderen en pas bij 80 jaar neemt het aanzienlijk af   [9].

Die Armeense jongeren zien we op onze laatste avond in Jerevan, uit hun bol gaan op

Volksmuziek. Ja, echt waar. Honderden jongeren vormen kringen en dansen op oude muziek aan de voet van de Cascade. Sinds twee jaar, iedere laatste vrijdag van de maand, wordt er hier gedanst, vertelt een meisje me. Op mijn vraag waarom zoveel jongeren hier aan meedoen – terwijl in Nederland volksdansen door een hele kleine groep vooral ouderen wordt gedaan. Ze denkt even en zegt dan: “It’s in our blood”, net als zingen. Ik heb eerder bij een klooster een man van middelbare leeftijd ook overgave zien dansen. Beide hebben we in een filmpje verwerkt. Zie https://youtu.be/e9U6-AvxtEM Na een half uur kijken, gaan wij eten. Als we om half 10 teruglopen naar ons hotel, zwijgen de boxen maar zingen zo’n 50 jongeren terwijl ze nog steeds in kringen volksdansen. Indrukwekkend.

Drie dagen Jerevan in een hotel voelt als een leuke stedentrip. Relaxed de stad verkennen

overdag en ’s avonds. Maar de reis gaat verder. Vroeg uit de veren. Het fietsen naar de camper is een stevige work-out. Die staat immer bij Mother Armenia op de heuvel. Vandaag rijden we via het Armeense alfabet en een enorm kruis opgebouwd uit 1725 kruisen. En we bereiken de tweede stad van het land Gyumri (toch maar 130.000 inwoners). Waar we weer bij een groot beeld van

Mother Armenia staan. De fietsen gaan er weer af en we zoeken de schaduw in de stad op.  De stad die huizen en kerken herbouwde na de aardbeving in Spitak (1988), dat 50 km verderop ligt. De oude torenspits ligt als herinnering naast de gerestaureerde kerk.

Van de filmpjes die ik onderweg van het landschap maakte, heeft Wil René een compilatie gemaakt. Kijk maar: Armenië onderweg  



Bijzonder – gekke beelden

Ik zag zoveel mooie deuren in kloosters. Sommige lijken we stripverhalen in hout.


Er rijden hier zoveel oude vrachtwagens, ze zijn niet kapot te krijgen.

 

In Yerevan lijken we in een doodlopende straat te zijn beland maar dan wijzen een paar mensen dat we in de hoek verder kunnen. Er staat een deur aan de straat open en daarachter zit een smal gangetje. Ik was er zelf nooit in gegaan. Het is niet alleen smal, ik kijk in de keuken van een restaurant. Het is een doorgang onder een flat door. Aan de andere kant komen we tussen twee terrassen uit. Niemand kijkt gek op. Nou wij wel.     

 

Voetnoten

[1] Macademia noten

[3] Over het aantal slachtoffers zijn de meningen verdeeld. Ergens tussen de 1 en 1,5 miljoen. https://nl.wikipedia.org/wiki/Armeense_genocide

 

 
 
 

Opmerkingen


© 2026 Hellie van Hout

bottom of page