top of page

Dorp, feest en Peñas

  • spelbepaler
  • 10 dec 2025
  • 7 minuten om te lezen

Santiago de la Ribera,  1 – 9 December 2025

 

We rijden een grote camperplaats op met ruim 250 plaatsen. Bij de poort staat “completo”. Dat geldt niet voor ons. Wil René heeft gereserveerd. Vrienden van ons staan hier, 20 minuten lopen van de zee. We krijgen plaats 143 toegewezen. Een goede plek zeggen de vrienden want hier

heb je lang de zon. De overburen zitten verder weg dan bij de rest van de plekken. De plek is net groot genoeg om ons stoffen huisje neer te zetten. Daarvoor moeten we de camper strak tegen de grens parkeren en duimen dat onze buren, die al een paar dagen met de camper weg zijn, het geen probleem vinden dat we soms op hun stukje moeten staan om de verfkisten uit de camper te halen.  


De camperplaats zit vol met veel, heel veel overwinteraars. De prijs van 7 euro p/dag voor langblijvers en de goede douches zijn waarschijnlijk de belangrijkste reden dat ze hier staan. Ze zijn herkenbaar aan de inrichting van hun plek met kooktenten, vloerkleden, plantenbakken, èn kerstsfeer. Er hangen kerstkransen aan hun deur, de struik is versierd kerstballen en lichtsnoeren.

En het dashboard is een kerststal. Heel Spanje is in de ban van Navidad – kerstmis.

De zon is lekker, maar om te schilderen heb je schaduw nodig en in het stoffen huisje zitten ramen zonder gordijnen. We kopen een lap stof, met kerstmotief. Dan passen we ons aan bij de Spaanse (en camperplaats-) cultuur. Navidad is een belangrijk familiefeest hier. Winkels puilen uit met kersversiering, in tuinen en op straat hangt kerstverlichting en de kerststallen zijn of worden opgebouwd.  


De wind neemt toe en draait. Flinke windstoten laten de zijwanden klapperen. We besluiten de voorkant ook maar dicht te maken. Probleem is wel dat de grond keihard is. De haringen gaan er

niet in. We leggen grote waterflessen op de flappen maar de wind schudt ze net zo makkelijk er weer af. De windvlagen trekken hard aan de wanden. We vertrouwen het niet en halen de voorkant en een zijwand er maar weer af. Op de andere wand leggen we vier zes-liter flessen en na heel veel getimmer zitten er toch twee haringen in. Zo kunnen we wel uit de zon zitten, en Wil René plakt zijn schilderij vast aan de ezel zodat die er niet af kan vallen. Ik ben met aquarel bezig, dat kan gelukkig binnen. Beter ook, want mijn hoesten en snotteren gaat nog niet echt beter. Het is een taaie verkoudheid. Wil René blijft ruim een week overeind maar begint dan toch ook te snotteren.   


Halverwege de week horen we om tien uur ’s avonds muziek de camping overwaaien. Ieder uur lijkt het volume toe te nemen. Tot twee ’s nachts. Als we de volgende dag ‘s middags weer muziek horen, besluiten we samen met onze vrienden op onderzoek uit te gaan. 1 km verderop in San Javier zit een  evenementenlocatie. Als we daar in de buurt zijn, blijkt de muziek bij de kermis vandaan te komen. De evenementenhal is wel open en aan tafels zie ik her en der mensen, en vooral kinderen, zitten. Het grote podium is leeg. De dame van de crêperie vertelt ons dat ze

feesten hebben ter gelegenheid van de beschermheilige van het dorp. En dat we zeker dit weekend nog wel wat overlast kunnen verwachten. Maar ook dat er zaterdag een grote paella pan is en maandag een optocht wat meteen het einde van de feestdagen betekent.

De geluidsoverlast is vrijdag al aanzienlijk. Het gaat dwars door mijn oordopjes heen. Dit maal duurt het tot 5 uur in de ochtend.  


Op zaterdagmiddag gaan we kijken naar die paella-pan. We zien, net zoals eerder deze week, mensen aan tafels zitten. Dit keer zijn het er veel meer en staan de lange tafels buiten. Vorige

keer viel me al op dat er een groep kinderen hetzelfde blauwe t-shirt aan hebben, Los Tornados. Toen dacht ik aan een voetbalclub ofzo. Maar ik kon die naam niet vinden bij de sportclubs van deze gemeente. Nu zie ik ze weer zitten. Andere tafels hebben rode of zwarte t-shirts. Mensen hebben eten bij zich. Het lijkt eerder een buurtpicknick. Ik vraag een paar meiden wat hier aan de hand is, maar veel meer dan: gezellig bij elkaar komen, kom ik niet te weten. Ze wijzen naar een tent waarop Penã staat geschreven. Dat is hun tent?! Nog twee andere mensen bevraagd, en dan begrijp ik dat Peña niet rouw betekent, zoals google vertaal zegt, maar een gezelligheidsvereniging is, speciaal voor de feestweken. Vandaag zijn er 33 lokale

clubs die samenkomen. De gemeente zorgt voor gratis paella en gratis bier, ook voor ons. En ja, we kunnen ons ook aansluiten bij een Peña of samen met Hollanders die hier in de buurt wonen, een Peña starten. Een aantal van die groepen heeft een eigen tent op het festivalterrein. De groepen helpen bij de organisatie van de feestweken. El Cantazo, met Tazmanian Devil op rode shirts, organiseerden onlangs een heus oktoberfeest, de meiden gekleed  als dirndl. Ik heb net mijn lunch op dus ik laat de paella zitten, net als het bier – niet om 13 uur.   


We kokkerellen in de camper.  Wil René maakt een keer schnitzels en onze vrienden schuiven

aan. Annet kookt Indonesisch: groente en vlees in kokossaus (sajour lodeh) en wij schuiven aan. Ik krijg twee bossen bleekselderij net afgesneden van het land. Ik maak er een salade van. Om

een klein beetje Sinterklaas-gevoel te krijgen bak ik pepernoten in onze mini oven. En net als met pannenkoeken zijn de eerste een

beetje mislukt. Te zwart. Daarna smaken ze prima. Dat is allemaal maar kinderspel bij Indische maaltijd die Annet zondag maakt. Terwijl zij Pangsit goreng maakt, zitten wij de slotwedstrijd van Formule 1 te kijken.

Verstappen wint maar heeft net twee punten te weinig om wereldkampioen te worden.  Na de wedstrijd eten we Sate Ajam, Gado gado, Lontong en net gefrituurde emping. En als toetje Tjendol – wat ik dan weer niet lekker vind. Annet is al dagen aan het voorbereiden. Er blijft zoveel over dat ik een doggy bag meekrijg. Heerlijk, nog een dag Indisch eten. 

 

De optocht dat het einde van het dorpsfeest van San Javier betekent, is leuker dan verwacht en

ook veel langer. Ruim een uur paraderen groepen en wagens aan ons voorbij. Veel filmthema’s zoals Gostbusters, Aladin, Mad Max, veel keiharde muziek. En ze delen allemaal snoepjes en ballen uit. Sommige vaders zijn fanatieker dan de kinderen in het snoeprapen en het bedelen om ballen. Wil René scoort er een voor Annet. Kinderen stelen de show in de optocht en de kleine mannetjes zijn hilarisch.  


De camperplaats is eigenlijk een dorp waar nationaliteiten elkaar opzoeken. Ik zie Fransen jeu de boule spelen, Duitsers verzamelen zich op het terras. Engelsen kletsen bij de afwas. Nederlanders buurten bij elkaar. Alleen de Zweden lijken elkaar niet op te zoeken.  Er is een camperaar-kapster die met koffer en schort haar klanten bezoekt. Een man met een visserspet komt afscheid nemen hoewel we hem nog niet eerder gezien hebben. Hij gaat naar huis, naar Berlijn. Om hem op te vrolijken zegt Wil René: tot volgens jaar dan maar weer. Nou dat is twijfelachtig. Hij mag waarschijnlijk niet meer autorijden. De volgende ochtend komt zijn zoon hem ophalen. Ze rijden naar Berlijn.

En in een dorp gaat het soms niet goed. We hadden verwacht twee vriendenstellen aan te treffen hier maar een stel is boos vertrokken. Hun oude hond kan haar plas niet meer goed ophouden en de uitlaatplek is soms te ver weg. Ook al gaan ze iedere vier uur. Ze nemen een fles water mee om bij een ongelukje meteen met water na te spoelen. In het reglement staat dat honden niet mogen plassen op het terrein. En daar worden ze op aangesproken door andere gasten. De woordenwisseling loopt hoog op en onze vrienden vertrekken.


We hadden een groot deel van de week geen rechterburen. Als ze terugkomen, kijken ze meteen of we de grens van hun perceel niet overschreden hebben. Toegegeven, onze camper staat dicht tegen de rand aan – maar niet er over heen. En alsof ze een statement willen maken, zetten ze hun fietsen precies bij onze zijdeur, waardoor we die niet kunnen openen. Zo flauw. ’s Avonds zetten ze de fietsen in hun tent achter de camper.  Dan kunnen we er gewoon weer bij. Blij dat we morgen weer verder gaan.    


We wandelen en fietsen af en toe naar zee. Ik zie waterflessen op straat staan. Dat heb ik al

eerder gezien. Grote waterflessen staan bij deuren, op straathoeken en soms zelfs midden op de stoep. Het schijnt een oude gewoonte te zijn om honden en katten te ontmoedigen daar hun behoefte te doen. Ze denken dat het zonlicht dat door het water schittert, de dieren afschrikt. Waar geen bewijs voor is. Maar allicht beter dan het strooien van natriumcarbonaat rond het huis zoals vroeger de gewoonte was. Dat mag tegenwoordig niet meer vanwege gezondheidsgevaar.  Bewoners zetten tegenwoordig de flessen neer zodat mensen met honden plasplekken meteen kunnen wegspoelen. Zo blijft de straat frisser en voorkom je nare geurtjes. In veel gemeenten is het zelfs verplicht dat hondeneigenaren een eigen flesje water bij zich hebben om schoon te maken.


Aan het einde van de week is het prachtig weer met strak blauwe lucht en een warm zonnetje. We fietsen rond en zien dat de stranden gerenoveerd worden. Afval en alg verdwijnt, en het zand ligt in grote bergen klaar om verspreidt te worden. De rotsen en afwatering verdwijnen dan onder het zand.  Een dorp verderop zijn ze klaar en daar bakt een stel in de zon alsof het zomer is.



Wat betreft schilderijen: Wil René maakt een herfstlandschap. En voorlopig zijn eerste en laatste landschap, zegt hij, want dit vindt hij zo lastig. Tja, zoiets riep hij vorig jaar ook over portretten en huidskleur…. En dan heeft hij ook nog een nachtlandschap gemaakt.


Ik maak nog een aquarel van een oude foto die ik vorig jaar in Marokko zag.

En we schilderen allebei een mooi portret waar we een aantal dagen mee bezig zijn geweest. en waar we trots op zijn. Wil René schildert zijn nichtje Jhené.






 
 
 

Opmerkingen


© 2025 Hellie van Hout

bottom of page