top of page

Natte ramblas

  • spelbepaler
  • 6 jan
  • 8 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 10 jan

Los Madriles, 22 december – 6 januari 2026


De vorige tocht door de bergen, smaakt naar meer. In google maps zie ik ’n pad naar het noorden lopen. Deels door een ramblas = een droge rivierbedding. Of het fietsbaar is, merken we vanzelf. Zo niet, dan draaien we om. Het begin is redelijk. We kunnen zelfs naast elkaar fietsen.

Bergopwaarts wordt het smaller én natter. Er loopt een klein stroompje over het pad wat we telkens kruisen. Het is er stil. Af en toe fluit er een vogel. Ik hoor zelfs geen hond blaffen. De kloof wordt wel smaller en wat natter, maar we komen goed vooruit.  Dan zien we hier en daar een huis

op de helling staan, en wordt de rivierbedding beter fietsbaar. Auto’s stampen de grond aan en naar mate we meer huizen passeren, neemt de kwaliteit van de “weg” toe. Al komen we niemand tegen. Na een uurtje komen we weer op asfalt, met als grote nadeel dat helling steiler wordt. Met maximale ondersteuning komen we boven op de pas en kijken we uit op een vlakte met huizen,

landbouw en de snelweg in de verte. Ik doe mijn bodywarmer aan en een haarband voor over mijn oren. Ondanks de zon en windstilte, is de lucht maar 15 graden en bergafwaarts met 40

km/u suist de koude lucht door mijn kleren en in mijn oren. Het is een korte helling omdat we eerst weer naar boven moeten om over een andere pas terug naar zee te sjezen.

Deze weg is met gewoon asfalt waar regelmatig auto’s ons, met grote boog, inhalen. De weg eindigt in Puerto de Mazarrón. Het is inmiddels half twee, tijd voor een lunch op z’n Spaans: menu del dia. Zittend op een overdekt terras aan de haven komen we bij van weer een mooie fietstocht. Als we langs het strand terugfietsen naar de camping, is de zon inmiddels achter de wolken en de wind fors toegenomen. We zien hier voor het eerst twee surfers met surfboards op de golven rijden.


Dagen rijgen zich aaneen zodat ik niet meer weet welke dag van de week het is. Als we ons een keer vergissen in de (zon)dag, moeten “noodgedwongen“ uiteten. In het dorp blijkt een voortreffelijke Italiaan (zonder pizza’s) te zitten. Ik eet gebakken jonge artisjok in Parmezaanse

saus als voorgerecht, echt lekker. Ik heb me vaak afgevraagd welke andere artisjok-recepten er zijn, dan blaadjes dippen in knoflooksaus. Aangezien we hier veel velden met artisjokken hebben gezien. Ze hebben ook nog gefrituurde artisjokken op de kaart staan, misschien de volgende keer. De ober fronst zijn wenkbrauwen als  Wil René de kipsalade zonder kaas vraagt. “Are you sure?” De ober moet er zelfs hard om lachen. Wie bestelt er een Ensalada Provolone maar dan zonder de Provolone. Tja, als het in het engels Chicken salad heet… Een klassieke Tiramisu als dessert die dit keer echt goed gelukt is. Meestal is dat toetje wat tegenvallend, omdat de luchtigheid ontbreekt. Met zeer volle buiken mogen we, moeten we een half uur terug naar de camping lopen…

 

Van kampeerders die al enkele jaren hier overwinteren, horen we dat het nog nooit zo groen is geweest. Om bij de zee te komen wandel ik door een braakliggend terrein waar bloemen bloeien. Totdat een kudde schapen zich te goed doet aan al dat frisse blad en bloemen. Wat rest lijkt op het uitzicht zoals de overwinteraars het zich herinneren. Droog en kaal.

 


We lopen dagelijks een half uur langs het strand naar het terras van Cantina del local social – vrij vertaald: kantine van het buurthuis. Waar een mix van locals en overwinteraars, kerkgangers en jongeren op het terras zit. Iedere zaterdagmiddag live muziek en de koffie en cola samen kost 3 euro. De zee en het uitzicht maken dat het terras, noch de route, ooit saai is. 's Morgensvroeg zien we de rots van Cabo Cope liggen (20 km) en daarachter de rotskust van Mojácar (ca 50 km hemelsbreed). 


Het weer is hier grillig. Van korte broek naar winterjas – zelfs op een en dezelfde dag. Kerst is nat, Oudjaar is zomers, Nieuwjaar bewolkt. Plotseling zie ik een windhoos achter de daken van de campers. Ik loop snel naar de rand van de camping, en zie in de verte geen wind- maar

waterhozen. De lucht is daar zwart en ik zie op een gegeven moment zelfs drie waterhozen. Met een verrekijker kun je zien, hoe hoog het water wordt opgezogen. De volgende dag zien we bij de NOS op een filmpje van die waterhoos bij de haven van Puerto de Mazarrón en daar binnen valt. [1] Wat een kracht. Het is het dorp waar we altijd boodschappen doen. De schade is aanzienlijk. Niet de boten maar restaurants en bars naast de haven zijn de klos. De pier is afgezet zodat ook de tenten met ogenschijnlijk alleen dakpan-schade zijn gesloten. Dubbel pech.


Ik heb weer een fietstocht bedacht. In het binnenland liggen oude mijnen, en niet veel verder een Via Verde (fietspad op een oud treinspoor). Om de wat grotere wegen te vermijden, zoeken we tussen de kassen en een ramblas, een route. Het eerste obstakel is een nieuwe kas, we draaien om en willen een pad ernaast in fietsen. De modder houdt ons tegen, totdat we in de verte een fietser ons tegemoet zien fietsen. Als we hem naderen, zegt hij in gebroken Duits, dat het verderop niet te fietsen is. Veel te veel water. Hij gaat toch maar via de grote weg. We bekijken de kaart, en kiezen ervoor om een omweg te maken via de kust. Verdere via een zandweg vol plassen, zigzaggen door de modder. Bij de kust steken we de ramblas over. We volgen een stukje asfaltweg omhoog en duiken dan omlaag het kassengebied in. In mijn ooghoek zie ik een wapperend politie-afzetlint. En iets verderop snap ik waarom: de doorsteek door de ramblas is

geblokkeerd door een rivier. Ineens realiseer ik me, dat de zwarte lucht van de windhozen, hier in deze vallei zijn regen heeft laten vallen, en dat moet behoorlijk veel zijn geweest. Na twee dagen stroomt het water nog steeds. Er zit niets anders op dan terug naar boven te ploeteren, en de asfaltweg naar Mazarrón te volgen, waar we de rivier met een brug kunnen oversteken. Naast dit stadje liggen de verlaten mijnen. Met de fiets hobbelen we 60 meter omhoog en komen op een bijna buitenaards plateau. De resten van

mijngebouwen, schoorstenen, uitgespoelde grond en veel kleuren. De regen heeft veel sporen van wandelaars en fietsers uitgewist, zodat de omgeving iets maagdelijks heeft. Wil René maakt opnames met zijn drone en ik geniet van het uitzicht. De Via Verde is, net als andere zandwegen, gehavend door het noodweer. Onze dikke banden zorgen dat we de plassen kunnen omzeilen. We maken een stop in Mazarrón Country Club. Een gedateerd vakantieresort met zo’n 900 woningen. Sommige huur, de meeste koop. Het ziet er desolaat uit. Er is wel een cafetaria. De tent heeft zijn beste tijd wel gehad. De meeste tafelranden ontbreken en de blauwe stoelen doen me denken aan congreslocaties uit de jaren ‘90. Er zit een bejaard Engels echtpaar dat hier blijkbaar vaker komt - ze bestellen hun eten zonder kaart. Mij bekruipt me een treurig gevoel want hier zijn geen winkels, geen leven, geen sfeer. Je zal er maar wonen. Snel terug naar de bewoonde wereld. Na 50 km ben ik blij om in de campingstoel neer te ploffen. Wel weer een mooie dag.

 

De jaarwisseling verloopt hier buitengewoon stil. Nauwelijks vuurwerk. Aan de overkant van de baai zie ik een paar vuurpijlen en later hoor ik nog een paar klappers. En dat in een land dat

volgens mij, bij wel ieder feest vuurwerk afsteekt. De traditie schijnt hier te zijn : je draagt nieuw rood ondergoed (voor geluk, liefde en voorspoed), wat je dan verbrand net na oudjaar. Voor 2,50 koop je die bij de Chinees. Die traditie ga ik niet uitproberen.  Wel die van de 12 druiven. Om middernacht eet je bij iedere klokslag een druif. Nou dat probeer ik. Maar na 5 druiven zit mijn mond zo vol, dat ik geen idee heb, hoe je zo snel 12 druiven opeet. Van Doortje hoor ik, dat ze in Portugal 12 rozijnen doen. Lijkt me beter. Al is de traditie daar, dat je bij iedere rozijn een wens doet. Dat is dan ook weer niet zo makkelijk.

  

Toen we vanaf de mijn door het stadje Mazarrón fietsten, zagen we bij toeval een Nederlandse winkel. Toen gesloten. Dus fietsen we een paar dagen later nog een keer naar boven. Het water in

de Ramblas is vergenoeg gedaald om erdoor heen te fietsen. De winkel zit in een achteraf- straatje, midden in het stadje dat nauwelijks sfeer heeft. En ik zie weinig toeristen hier. Dus vraag ik de winkeliers of hier veel Nederlanders/Vlamingen wonen? Ze focussen vooral op overwinteraars en de bewoners van urbanisaties zoals de Country Club. Ze zijn onze leeftijd en zijn één jaar geleden met deze winkel gestart. Ze hadden hiervoor een paar jaar een bar/restaurant in Puerto de Mazarrón, aan de kust. Trots vertellen ze, dat het bedrijf in de afgelopen jaren goed gegroeid was, totdat er iemand langs kwam en de zaak voor een mooi bedrag wilde overnemen. ”We besloten daar op in te gaan, maar achter de geraniums te gaan zitten, is niks voor ons.” Als ik later wat speur op facebook en internet, blijken ze met hun spaargeld in 2022 - met nul horeca-ervaring -

op avontuur te zijn gegaan om een rockcafé te starten. De bar was geen vetpot, ze waren al blij als ze dagelijks de kosten eruit haalden en leven van hun spaargeld, lees ik.[2] In deze regio zijn er geen Nederlandse winkels zoals bij Alicante, dus waarschijnlijk hebben deze avonturiers bedacht, dat de winkel een slimmer verdienmodel is. De winkels is drie dagen per week open van 10 tot 16 uur en “mensen rijden soms 100 km om Nederlandse producten te kopen.” Wij kopen komijnekaas, nasikruiden, dropkogels en voor onze Nederlandse buren nemen we beschuit en poedermelk mee.

Vanwege de aangekondigde regen dit weekend, fietsen we langs andere supermarkten in Puerto om groente en vlees te kopen. Met volle fietstassen rijden we terug naar de camping. Laat de regen maar komen.   


In Nederland valt de sneeuw, we zien mooie foto’s, ook van onze tuin. Beetje jaloers kijk ik er naar. Het is lang geleden dat er veel sneeuw valt, die ook nog blijft liggen. Dat koude-front komt dus ook naar Spanje maar in plaats van sneeuw, hebben wij regen. Het regent van Portugal tot Alicante. Dus is het nog niet zinvol om te vertrekken. Wij doen maar spelletjes, maken het filmpje, maken een cheesecake, kijken film, oefenen Spaans terwijl buiten de wind aan de luifel trekt en de regen op het dak valt. Kleine wereld zo. De temperatuur daalt tot 8 graden overdag. Ik wandel met een jas, dikke trui en thermoshirt eronder, langs het strand. De noorderwind is ijzig.


Ons stoffen huisje is echt een aanwinst. Alleen als het zo stormt, dan kraakt, klappert en piept het. Ik slaap erg onrustig. Ik weet wel dat het niet wegwaait maar toch… Bij zo’n windvlaag, die ik hoor aan komen rollen, staat mijn buik strak. Als we de volgende ochtend naar buiten kijken, zien we dat een zijwand is losgewaaid. De stang bungelt, de haringen liggen werkeloos op de grond en de waterflessen, die we als extra ballast op de randen hebben gelegd, liggen in de regen. Wil René mept nu een paar hele stevige haringen in de grond en het huisje staat weer redelijk strak.


En dan gaan we toch echt verkassen. Dag strandwandeling, dag zwembad, dag hete douche, dag mooi uitzicht.  Op naar een nieuwe plek.

 

Schilderijen die we maakten:

 


Voetnoten

 
 
 

Opmerkingen


© 2025 Hellie van Hout

bottom of page