top of page

Vlaamse frieten en verse vis

  • spelbepaler
  • 23 jan
  • 10 minuten om te lezen

Almendricos, Cabo de Gata 7 – 21 januari 2026


We reizen een klein stukje zuidelijker en een klein beetje het binnenland in. Onderweg zien we in de verte de Sierra Espuña liggen met witte toppen. Sinds afgelopen week ligt er in de provincie Murcia al sneeuw op de 400 meter hoogte. Ongekend laag voor Spaanse begrippen.


Onze route gaat door de Sierra de la Almenara naar het landbouwgebied dat tussen bergen ligt op zo’n 350 meter hoogte. Daar is een kleine camperplek, met weids uitzicht. De 13 campers staan op grind, met daartussen een grote variëteit aan cactussen, vetplanten en palmachtige planten. NIET water! geven staat nadrukkelijk in de informatiemap die we krijgen. Doen we dat

wel dan worden we weggestuurd. Sinds 7 jaar werkt het jonge stel aan deze plek. Met een zevenjarige zoon lieten ze Vlaanderen, een kappersbaan en een dierenwinkel achter voor deze plek, vlakbij de grens met Andalusië. Aanvankelijk verhuurde ze een deel van het huis en mochten er drie campers op de oprit staan. Corona gooide roet in het eten. Maar het zijn aanpakkers. Hij vond een vaste baan in vastgoed, en zij werd sleutelbeheerder, schoonmaker van een aantal verhuurhuizen in de regio. Zo overleefden ze de crisis. Ondertussen maakten ze een echte camperplek – voor zes – en nu 13 plekken. De douche en keuken van het verhuurdeel zijn voor de camperaars én de douche in het huis voor een deel van de ochtend en de middag. Stapsgewijs bouwen ze aan de plek want voor een apart douchegebouw hebben ze nog geen vergunning. Inmiddels is zij fulltime met de camperplek bezig, knipt ze gasten en kookt ze dagelijks twee verschillende maaltijden, waar je op kunt intekenen (van blinde vink met sperziebonen en puree tot pasta cabonera}. Hij werkt en bouwt aan de tuin. Aanvankelijk reed hij naar tuincentra en kocht planten die het in dit klimaat goed doen. "Maar het is wat uit de klauwen gelopen", zo zegt hij. Inmiddels zijn er zo’n 200 verschillende planten en is er een stuk grond al voorzien van paden waar een tuin komt met nog meer exoten – de visitekaartjes zijn al gedrukt.


Dat we meer in het binnenland kamperen merk ik meteen ’s nachts. De temperatuur koelt af tot maar 2 graden - brrr. Het grote voordeel van een heldere hemel is dat de volgende dag, de zon volop schijnt. En dat we ‘s avonds een treintje van Starlink satellieten voorbij zien trekken. 

’s Ochtends maak ik meteen gebruik van de kapper. Ze heeft een kappersstoel met grote spiegel klaarstaan. Terwijl zij mij knipt verplaatst Wil René onze camper naar een plek met uitzicht op de heuvels. De plek is net vrijgekomen. De kapster houdt van kletsen en hoewel ze allang klaar is, blijft ze vertellen over de camperplek, het onderwijs, over een collega-camperplek die ik ook ken etc etc. Met moeite zoek ik een moment, om niet al te onbeleefd te vertrekken. We staan hier namelijk nog een week. Ondertussen heeft Wil René ook maar ons stoffenhuisje opgezet – in zijn eentje. Het tentje zorgt ervoor dat hij heerlijk in t-shirt en korte broek geniet van de zon. En ik ook.    


Natuurlijk schilderen we ook in het tentje, totdat de wind ineens aantrekt. Alles klappert. De windstoten zijn hard. Te hard. De weersvoorspelling geeft aan dat het vandaag en morgen zo blijft. Dus breken we het tentje weer af. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. De zijwanden gaan goed maar de luifel indraaien… Ik sta op een krukje en hou, met alle kracht, de luifel op zijn plek. Althans dat is wat ik wil, maar die windvlagen duwen de luifel zo hard naar binnen, dat Wil René moet bijspringen. Zodra de wind even gaat liggen, draai ik zo snel als ik kan, de luifel naar binnen terwijl Wil René hem inbedwang houdt. We hebben er goed aangedaan, want de wind neemt alleen maar toe.


Met ons uitzicht op de velden, zien we hoe de wind stepperollers voortstuwt. Van die droge plantenbollen die je in Westerns door de vlakte ziet stuiteren. Hier stuiteren ze door de velden met sla. De wind tilt ze soms hoog op zodat ze over hekken vliegen en al stuiterend hun weg vervolgen. Op facebook is een video van dit tuimelkruid te zien[1]


De volgende dag is het windstil en de lucht weer blauw. Dus bouwen we ons huisje weer op. Zijn we weer driekwartier mee zoet. De komende dagen lijken rustig te blijven…  zeggen ze.


Ook hier ga ik iedere dag wandelen. Niet een mooi strand, noch een terras. Gewoon een rondje langs de groentevelden, braakliggende stukken land en langs waakhonden. Ineens zien we een fazant tussen de stenen, nee een haas, nee een kip wegrennen? Gezien de afstand moet het

wel een hele grote kip zijn geweest, meer een gans maar dan met een korte nek.  We speuren op internet en komen uit op de Grote Trap[2]. Een vrouwtje gezien de kleur en de smalle nek. Ze komen inderdaad nog voor in Spanje, in rustige gebieden die op steppe lijken. Al worden ze wel bedreigd doordat er steeds meer gebieden landbouwgrond worden. Als we datzelfde rondje een paar dagen later lopen, speurend naar deze vogel, zien we dat het braakliggende terrein wordt omgeploegd. Ondanks de vele stenen trekt een trekker het zand onder de stenen vandaan en strijkt het glad. Hier wordt gras gezaaid voor de geiten van de boer hiernaast, horen we.  

  

Ook in dit gebied moet het een paar dagen geleden gehoost hebben, gezien de modder en grote plassen die ons de weg versperren als we wandelen. En ook een dag later, als we met de fiets een route zoeken om de drukke weg te vermijden. Het was een fietsroute door de ramblas maar nu is die zwaar misvormt. Dus toch maar een stuk over de drukke weg fietsen om in Pulpi te komen, waar een grote supermarkt is. 



In het dorpje Almendricos dat op 3 km ligt, is ook een supermarktje. Als ik de gevel zie verwacht

ik er niet veel van.  Maar eenmaal binnen, blijkt het een grote winkel te zijn. Ze verkopen naast voedsel ook batterijen, pannen, wasmiddel, airfryer, kunstbloemen, loten. Er is zelfs een grote slagerij achterin of moet ik zeggen: uiteraard. Spanjaarden eten veel vlees. 105 kg per persoon per jaar [3]. Dat is 40% meer dan in Nederland. Het voorverpakte vlees in de supermarkt, zoals gehakt of kipfilet, zijn minimaal 600 gram. Kleiner is niet te vinden.


Hoewel we graag zelf koken, is het zondag Belgische frituur op de camperplaats. Heerlijk weer

eens frietjes met frikandel en kaaskroket. De campingeigenaar komt het zelfs bij de camper brengen op borden. Als het weekmenu-overzicht verschijnt, zie ik bij maandag zalm met groene asperges staan, da’s ook weer even geleden. Wil René maakt wel een salade voor zichzelf, zalm is niet zijn favoriet.


We combineren boodschappen doen met een fietstocht over een Via Verde (voormalig spoortraject). Twintig kilometer fietsen we langs sinaasappelplantages, sla- en koolvelden, met af en toe mooie vergezichten. Ook hier is er noodweer geweest, gezien de natte velden en de sporen die het water heeft achtergelaten.

Halverwege de route steken we de provinciegrens over en rijden Andalusië in. De weg is meteen slechter en op twee plaatsen ontbreken de bruggen en moeten we door de ramblas. Gelukkig geen water meer, wel een pittige bedding. Huércal-Overa is niet zo’n spannend stadje. Wel zit er sinds kort een Zeeman. Bij de kassa staat een bord waar tussen de Spaanse woorden, het Nederlandse woord Zuinig staat. Er staat “Y somos Zuinig” (wij zijn zuinig). Het woord Zuinig wordt uitgelegd als een Nederlands woord dat zowel zuinig als

voorzichtig betekent. Ik koop er een pyjama en een flanellen dekbedovertrek, want ’s nachts koelt het soms af tot 2 graden. De terugweg is dezelfde weg terug, want veel alternatieven in dit landbouwgebied zijn er niet.    

 

Na een week gaan we weer verder. De zon blijft vandaag achter de wolken, wat het afscheid makkelijker maakt. We gaan weer wat zuidelijker en weer dichter bij zee. Met de verwachting dat het daar, in ieder geval ’s nachts, weer wat warmer is. Onderweg stoppen we bij een stadje Cuevas del Almanzora. Ze hebben er een klein museum van een kunstcriticus / verzamelaar. Eerst een parkeerplek vinden want het stadje is tegen een berg is opgebouwd. Het wordt een zandvlakte onder aan de berg, achter huizen waar meer auto’s staan. Voelt altijd als een gok, is dit veilig? In die 30 jaar dat we camperen, is er nog nooit wat gebeurt. Dus nemen we (weer) de gok.  De bodem in dit gebied is van zacht materiaal. Hier zijn ook grotwoningen te zien. Eentje

is te bezichtigen en gevuld met oude spullen die bewoners hebben gedoneerd. In een hele muffe kelderlucht, bekijk ik een keuken, een woonkamer en slaapkamer. Met mijn neus dichtgeknepen “ren” ik er door heen. Liever kijk ik naar de schilderijen en tekeningen die Antonio Manueal Campoy (1923-1993) verzamelde van Spaanse

kunstenaars / tijdgenoten. Dat levert een enorme diversiteit aan schilderijen op. Voor amateurs zoals wij, is het leuk en leerzaam. Wat spreekt mij aan, waarom? En dan de doeken van heel dichtbij bekijken om te ontdekken hoe hij/zij dat heeft gedaan. Na een uurtje zijn we wel door de verzameling heen en wandelen we naar beneden waar de camper ongedeerd op ons wacht.


Bestemming is een camping in Cabo de Gata, waar vrienden van ons een paar weken kamperen. Ik heb gereserveerd en helaas krijgen we een schaduwplek. Althans de Spaanse buren hebben nog netten hangen die de zon blokken. In de zomer vast een goed plan. Nu niet. Maar och, als we de tent opzetten, blokken we de wind en dan is het vast aangenaam Zodra we onze camper hebben neergezet, gaan we op zoek naar onze vrienden. We kunnen ze eenvoudig verrassen want ze zitten met de rug naar het pad toe. Het geknerp van onze voeten op het grind, laat ze omdraaien. Surprise!


Deze camping staat ook een landbouwgebied, wel veel minder fraai omdat het tussen de kassen

staat.  Wel kunnen we in een half uur naar een terras wandelen, langs de tomaten en paprika’s die beschermd opgroeien achter witte doeken.  Totdat ze geoogst worden en sommige de pech hebben om in het water te vallen en daar wegrotten. 


De route is voor een deel ook die van een kudde geiten en schapen. Een prachtig plaatje. Van verre hoor je ze klingelen, iets dichterbij ruik ik hun sterke lucht. Een groter nadeel is dat we hun keutels niet kunnen ontwijken en eenmaal terug onze schoenzolen moeten schoonkrabben.

Tijdens een ochtend worden we verrast door een wild zwijn. Zij is net zo verrast als wij. “Nu hopen dat ze geen jongen heeft”, zegt Wil René. “Dan kunnen ze agressief zijn.” Na ons goed geobserveerd te hebben, draait ze zich om en rent terug. Daarmee komt ze achter een gaashek en voelen wij ons een beetje meer beschermd. Zeker als we zien dat ze zich bij twee jonge zwijnen voegt. Ze doen zich te goed aan resten voedsel die bewoners over het hek gekieperd hebben.   


We spreken met onze vrienden om te gaan fietsen langs de kust naar de andere kant van de landtong van Cabo de Gata. En dan terug door de heuvels. Een route van ruim 40 km en flink wat hoogtemeters. Er is enige aarzeling, totdat ik zeg dat er aan de andere kant een Indiaas restaurant zit waar we kunnen eten. De aarzeling is weg – we gaan. ’s Nachts hoost het flink. Even twijfelen we of we de tocht wel moeten gaan doen. Een deel is onverhard en misschien wel een modderzooi. We besluiten toch te gaan en als het te slecht is, draaien we om. Tot het onverharde stuk blijken we al twee flinke hellingen te moeten nemen. Bij de eerste staat 10%

dat redden we wel met mooi asfalt. De tweede helling was ooit verhard maar is verbrokkeld. Hoe hoger we komen hoe meer stenen er liggen, en de helling is steil. We stoppen vaak om uit te hijgen en van de prachtige uitzichten te genieten. Als we op het hoogste punt de hoek om slaan, waaien we bijna van de berg. Wat een wind. Trots laten we ons fotograferen door een

mountainbiker, die zonder ondersteuning diezelfde helling heeft gedaan. Hij draait om terwijl wij het onverharde pad gaan afdalen. Stoer hadden we gezegd dat we wel zouden draaien als het een te grote modderzooi zou zijn, maar nu denk ik dat het wel héél beroerd moet zijn want die helling naar beneden is ook link. Gelukkig blijkt het pad prima te fietsen zijn en alleen helemaal

beneden zijn wat plassen, die makkelijk te vermijden zijn. De andere kant van de landtong is veel mooier, door de natuur en het ontbreken van de vele kassen. Na 2 uur fietsen komen we hongerig aan in San José, zo’n dorpje met witte huizen tegen een helling. Na het eten moeten we nog 17 kilometer, 100 meter omhoog en omlaag. Eitje denken we. Maar we hebben een stevig wind tegen en de route is saai, of beter: gewoon lelijk. Eind van de middag zijn we terug, leeg. En niet alleen onze batterijen. Maar het was een prachtige tocht (althans het eerste deel).


Ondanks de muren rond de camping, trekt de wind weer aan ons huisje. Dit maal laten we ‘m staan. Het klappert wel, maar ik raak er toch aan gewend. Buiten de camping haalt de wind 55 km per uur (windkracht 6 = flinke bries volgens KNMI). Binnen de camping blokkeren andere campers een rechtstreekse confrontatie zoals op de vorige camping. Toch schilderen we weinig. Enerzijds omdat het enkele dagen te koud is (13 graden max) en anderzijds omdat we regelmatig met onze vrienden lunchen. De middag is dan al een eind voorbij en rond vier is het alweer te koud. "Deze winter is kouder dan andere jaren", hoor ik mensen verzuchten. Als ik naar de historische gegevens van januari kijk, lijkt dat zo te zijn. [4] Dit jaar heeft tot nu toe een gemiddeld maximum temperatuur van 15 graden – dat wordt pas rond 15 uur bereikt. De dag begint met zo’n 8 graden De afgelopen 5 jaar was de gemiddelde hoogste temperatuur zo’n 17 tot 18 graden.[5]  Maar het kan altijd erger: in 2017[6] was hier in januari gemiddeld 12 graden en in deze week vroor het zelfs ’s nachts en overdag werd het niet warmer dan 3 tot 5 graden. Er viel toen zelfs een beetje sneeuw. Uniek.  


Onze vrienden hangen stiekem een slinger met ballonnen op als Wil René jarig is. Een taart

vinden blijkt lastig. De bakker in het dorp verkoopt alleen brood, de lokale supermarkt heeft alleen diepvries taarten en het café alleen verpakte muffins. We vinden naast de benzinepomp bij de rotonde een cafetaria annex pasteleria (banketbakker) met vers gebak. En boven verwachting is het gebak super lekker. Gelukkig ligt deze tent buiten mijn wandelbereik...

    

Na een week gaan wij weer verder met zeker 2 kilo meer lichaamsgewicht. Met dank aan de gezellige maaltijden: fish & chips, gebraden kip, Indiase maaltijd, gebakje en de verse vis die we uitkiezen in het visrestaurant aan het strand. Het was heerlijk én gezellig. Nu weer zelf koken.  En hopelijk naar een zonniger plek.

             

Voetnoten:

 
 
 

Opmerkingen


© 2025 Hellie van Hout

bottom of page