Een gewilde plek
- spelbepaler
- 31 minuten geleden
- 8 minuten om te lezen
Agua Amarga 21 januari - 1 februari 2026
Vlak voordat we vertrekken, bestuderen we de weersvoorspellingen. Die zijn voor de Zuidkust somber komende week. Veel regen en stormachtige zuidwestenwind. Hmm. “Laten we naar Agua

Amarga gaan, dat kleine plaatsje aan de oostkust.” Twee jaar geleden hebben we daar met veel plezier gestaan. Een camperplek die aan de zuidwestkant door rots wordt beschermd. Op 100 meter van het strand met strandtent. Dus in plaats van westelijk, rijden we een uurtje naar het noorden. Ik bel van tevoren of er plek is, omdat je er niet kan reserveren. Januari is een drukke maand. “If you come in the morning, there is always place”, zegt de camperplek. Als we om half elf aankomen, kunnen we nog net op het laatste plekje staan. Tussen een paar grote campers. Met uitzicht op de achterkant van een ook grote

camper. Niet ideaal, hoewel die grote jongens de wind blokken terwijl de zon ertussen schijnt. In de middag zit ik voor het eerst sinds dagen met een korte broek een boek te lezen. Toch staan we liever aan de zijkant van de camperplaats. We kunnen altijd morgen verplaatsen. Met de eigenaresse bekijken we wie er mogelijk morgen vertrekken. Dat blijken er vier te zijn. We informeren ’s middags bij de eerste twee campers, die melden dat ze gaan verlengen. De derde blijft ook nog maar haar buurman, een Estlander gaat wel vertrekken. Als de buurvrouw dat hoort, zegt ze meteen: “oh dan kunnen mijn vrienden naast me komen staan.” Nou, niet als het aan ons ligt. Die kunnen wel op onze plek. Dat kunnen we nu niet overleggen met de eigenaresse van de camperplek. Ze is er alleen tussen 10 en 12 dus dat doen we morgenvroeg. Die nacht regent en waait het. Onze camper staat redelijk beschut.
De volgende ochtend staan er al campers voor de poort te wachten. De Estlander is nog niet wakker. Om stipt 10 uur rijden de eerste campers al naar binnen, op zoek naar een vrije plek. Wil René gaat bij de eigenaresse navraag doen en krijgt te horen dat hij achteraan in de rij moet aansluiten. Ze spreekt ineens geen Engels meer en is gestrest. Het blijkt dat er veel minder campers vertrekken dan ze verwacht had. Daarnaast heeft ze tegen camperaars gisteren gezegd dat als ze om 10 uur komen, er plek is… We leggen ons er maar bij neer. Om zijn frustratie - afspraak van gisteren bestaat vandaag niet meer - af te reageren, gaat Wil René maar afwassen. “Heel fijn”, denk ik. Ondertussen hebben de eerste nieuwe camperaars een plek en is de

Estlander nog altijd niet in beweging gekomen. Wil René checkt of hij nog wel gaat, en dat is zo. Wil René doet nog een poging bij de eigenaresse, ditmaal met Google Translate, en nu lukt het wel om af te spreken dat wij verkassen en dat een nieuwe op onze plek komt. Tjonge 1,5 uur stress. Maar wel met een goed resultaat: we staan op een veel betere plek: meer zon, meer uitzicht, minder wind.

De camperplek ligt zo dicht bij het strand (de roze pijl op de foto) dat het geen einddoel van mijn wandeling kan zijn. Wel zijn er meer mogelijkheden: rondje door het dorp met veel bloeiende bougainvilles; de berg op om vanaf boven het dorp met zijn witte huizen te zien; de grotten boven het strand. In de middag wandelen we nog een keer via het strand maar dan naar het terras als doel. Proosten op weer een mooie dag.

Als we boven de camperplaats wandelen, ziet Wil René nog ‘n wandelpad op de berg bij de zee. Laten we daar morgen gaan wandelen. Op goede geluk zoeken we in het dorp de weg naar boven. Ergens moet dat pad beginnen. Maar we zien ‘m niet. Wel denken we dat pad wat hoger te zien. Dus klauteren we tussen de grassen, struiken en kalksteen naar boven. De laatste meters heb ik ook mijn handen nodig, maar dan staan we wel op het pad hoog boven het strand. Het loopt naar het einde van de baai. Als we bij de hoek komen, voelen we de harde wind. Daarmee

is het smalle pad hoog boven de zee niet veilig. Ik maak een foto van het uitzicht om de hoek. Snel weer de hoek om, en genieten we van het uitzicht over “onze” baai terwijl we op een oude bunker zitten.

Met de boodschappen die we onderweg hebben gedaan, koken we vier dagen: maaltijdsalade, venkelschotel, nasi en schnitzel met sperziebonen. Dan moeten we boodschappen doen: met de fiets naar de supermarkt in Carboneras. Acht kilometer verderop. Eerst een pittig klim het plateau op, door het natuurgebied, en weer afdalen. Hier zijn weinig bochten, en met goed asfalt durven we met 57 km per uur af te dalen. Dan langs een cementfabriek, ontziltingsinstallatie en de industriehaven. Hé de hoge pijp van de energiecentrale staat er niet meer. Later lees ik dat de kolencentrale vorige jaar is afgebroken na 40 jaar. Nu wil het energiebedrijf via een internationale inschrijving (inmiddels 14 voorstellen) het gebied nieuw leven inblazen met oa hernieuwbare energie. Het is Futur-e Plan gedoopt. Benieuwd wat we hier de volgende keer aantreffen.
Het stadje zelf is onveranderd. Alleen weet het meisje van de boekhandel niet hoe ze de foto’s die we haar mailen op A3-formaat kan printen. Na een paar pogingen verwijst ze ons naar een imprimera (drukker). In een ander dorp hebben we een keer hele dure kopieën op hoogglanzend karton gekregen omdat de drukker niet begreep dat we gewoon eenvoudige kopieën willen om te gebruiken met schilderen. Met die ervaring lukt het om mooie kopieën op 80 grams papier te krijgen.
We fietsen snel terug. Het is mooi weer dus kunnen we schilderen. Helaas gaat het de komende dagen weer stormen, dus bouwen we ons stoffen huisje nog steeds niet op. De voorspelling is 90 km per uur.

Die storm klopt. Ze heet Herminia, lees ik in de Spaanse nieuwberichten. Waarschuwingen voor hevige wind en hoge golven. Een paar dagen windkracht 6 – 7 met stevige windstoten tot 110 km per uur. De zee is ruw en mooi om naar te kijken. De echte grote golven zitten verder op zee. De horizon heeft geen donkere lijn van de zee maar een grillige witte. Het water stuift vanaf de golven. We wandelen een paar keer per dag langs het strand om te kijken. Mijn ogen blijven gefixeerd op de golven, die in de verte hoog opspatten op de kust. Of ik zit in een stoel te kijken naar de langs jagende witte wolken in de blauwe lucht. Het is namelijk niet koud: overdag 16 tot 19 graden en ’s nachts 12 tot 16.

In de wijnbar staat een potje met een rood servet, spar takjes en kerstballen. Ook bij huisdeuren hangen nog kerstkransen of een staat een kerstster. Bij ons het met 6 januari wel klaar met kerst. Hier waarschijnlijk eind januari? De volgende dag krijg ik antwoord. Een weg in het dorp is geblokkeerd door een hoogwerker. Hij is bezig de kerstverlichting er af te halen. Op 28 januari of is de storm aanleiding om het er nu al af te halen?
Daags daarna vult een lange hoosbui de rambla. Overal lopen kleine stroompjes richting zee. Het strand is een stukje korter geworden. De golven hebben een mini afgrond gemaakt en knabbelt met iedere golf een stukje van het strand af. Ik zie een scheur langs de rand en film om te zien
hoe het afbreekt. De golven spoelen het zand er onder weg, maar de rand blijft fier overeind. Na 10 minuten geef ik het op en waarschijnlijk als ik 25 meter verder ben, is het alsnog afgebrokkeld, alleen ben ik daar geen getuige van.
’s Avonds vangt een aggregaat de uitgevallen stroom op. Alleen op de camping, het dorp zit in het donker. Een volgende dag valt wederom de stroom uit. Net op het moment dat ik me wil gaan douchen. De douche werkt met munten en het apparaat doet het niet zonder stroom. Maar na uurtje doet de stroom het weer. Net lang genoeg om te douchen – dan ligt de stroom er weer af. Wederom wordt de generator gestart en hebben we weer stroom. De accu zit vol we hebben geen enkel probleem en dat geldt waarschijnlijk voor alle campers. ’s Avonds zijn de bergen om ons heen weer aardedonker. Geen enkel verlicht raam. Ondanks de storm hoor ik de aggregaat brommen. Vannacht gaat het weer spoken, is de voorspelling. Bij stevige windvlagen hoor ik zand op het dak vallen.
De wind trekt aan mijn lijf tijdens een wandeling landinwaarts. Het smalle pad vraagt dat ik naar de grond blijf kijken om mijn voeten goed neer te zetten, en niet te struikelen over rotsen en takken. De wind maakt dat nog uitdagender. Op sommige stukken is de wind zo sterk dat ik voorover hang om vooruit te komen. Alleen stilstaand kan ik dit stuk natuurgebied bekijken, al
probeert de wind me toch uit balans te krijgen. Plotseling rukt de wind aan mijn arm zodat mijn hand een cactus aantikt. Een lange naald hangt aan mijn pink terwijl een andere n stukje huid heeft losgetrokken. Pijnlijk maar een dag later is alles weer oké. Er bloeien veel bloemen (vooral schijnraket en knikkende klaverzuring) dankzij de regen en de zon.
Na drie dagen worden we wakker en er raast geen wind om de camper en de zon piept naar

binnen. Net als iedere morgen is het rond 10 uur onrustig met campers die een plek willen. Een gewilde plaats. In de rambla naast de camperplek staan iedere dag wel campers hoewel bij de ingang van het dorp een bord staat dat kamperen met campers en caravans verboden is. Zelf in het zicht van het bord. De camper naast ons is in alle vroegte vertrokken. Even denk ik dat ze boodschappen zijn gaan doen, want er staat nog een opstapje. Mensen laten vaker stoelen staan, of een kleed of oprijblokken, waarmee ze aangeven dat ze terugkomen. Later blijkt dat onze buren het opstapje in de haast zijn vergeten. Lastig, lijkt me.
Lastig is ook dat een deel van de verlichting het niet doet. Waarschijnlijk is de schakelaar op het display het probleem. Om daar bij te kunnen moet Wil René eerst een half uur van alles losschroeven (deurtje, plankje, behuizing ed). De schakelaar is binnenin vuil. Hoe dat kan geen idee, maar eenmaal schoon werkt het weer. Fijn zo’n klusser als partner.
Dit gebied is trouwens onderdeel van het grote Natuurpark van Cabo de Gata. Een droog landschap van schelpenzand rotsen en vulkanische rotsen. Waar nauwelijks wegen zijn. Eentje naar het noorden - Carboneras - en eentje naar het westen – aansluiting met de snelweg 7 km verderop. Naar het zuiden lopen alleen wandelpaden. Niet fietsbaar. Dus wandelen we iedere dag en telkens iets verder. Met de app Organic Maps kan ik wandelpaden in de buurt zien. Er zitten er hier genoeg. Zo kan ik telkens een ander pad kiezen. Door de afwisseling vind ik het makkelijker iets langer te wandelen. Vandaag 45 minuten. Zodra we buiten het dorp zijn, lopen we langs een begraafplaats. Ik wil dat eigenlijk al een tijdje bekijken. Het idee dat er mensen zijn die rouwen heeft me weerhouden. Hier is niemand. Dus durf ik rond te lopen langs de nissen (nichos). Wat opvalt zijn foto’s van de doden met hun beroep of hobby. Een boer met zijn tractor, een mandenvlechter, een jager. Er staat zelfs een speelgoed shovel naast de nis van de chauffeur. Bij een nis is het strand met heuvels van het dorp weer gegeven in geglazuurde tegels.
Als ik zoek naar de geschiedenis van dit dorp – wat beperkt is tot vissershaven en laadplatform van de ijzererts uit de mijn van Lucainena[1] - zie ik dat er binnen mijn loopafstand (25 min) een meer dan 1500 jaar oude wilde olijfboom staat. In deze omgeving staan weinig bomen, laat staan hele oude. Te droog, denk ik. Deze staat in de rambla, waar soms een klein beetje water door stroomt. Daar zien we ook een amandelboom in volle bloei staan en we horen een rode patrijs, die we gisteren tijdens onze wandeling plotseling zagen wegvliegen. Dat ontdekken we via de vogelapp Merlin Bird ID.
De laatste dagen is het mooi weer, dat betekent lekker schilderen. De camper naast ons zorgt voor de schaduw in de middag. Geen tentje nodig. Ik oefen verder met verschillende huidskleuren. Wil René waagt zich aan een Rembrandt.
[1] Daar waren we in 2023 - zie ook 2e deel van het filmpje over de ovens waar het ijzererts werd verwerkt - https://youtu.be/nAj1imq2Pjg?si=0JurtyYQ96aBoZZy


























































Opmerkingen