top of page

Vier seizoenen in 10 dagen

  • 15 mrt
  • 9 minuten om te lezen

Palomares, L’Aldea, Narbonne, Châtelguyon, Mailly-le-camp, 6 – 16 maart 2026


We verlaten Granada met regen. Op borden boven de snelweg wordt gewaarschuwd voor

gladheid. De regen wordt natte sneeuw zodra we op 1250 meter rijden. Op bruggen over de snelweg staan de strooiwagens klaar. Het ziet er naar uit dat we de juiste beslissing hebben genomen om te vertrekken.


We rijden de kortste route naar de oostkust wat nog altijd 3 uur rijden is maar daar schijnt de zon. Er is een camperplek die niet ver van het strand ligt. Zodra we de camper hebben staan, wandelen via de achteruitgang richting zee. Tussen de velden door. Alleen heeft het hier vannacht ook flink geregend. Het zand wordt modder en ik zoek droge stukken om te staan. Totdat die er niet meer

zijn. De modder plakt onder mijn zolen. En ineens glijden mijn voeten onder me vandaan. Ieder een andere kant op. Ik weet nog net mezelf op te vangen … met mijn handen. Die dan ook onder de modder zitten. Hééél voorzichtig lopen we verder en bereiken heelhuids de asfaltweg naar het strand. Zover als ik kijken kan, zie ik campers staan. Op deze stranden schijnt kamperen tot 1 april gedoogd te worden. Het bord langs de weg, geeft andere informatie. Verboden te parkeren voor caravans en campers, voor alle voertuigen langer dan 5 meter. Met deze zon en de ligging aan zee snap ik wel dat ze hier gaan staan, het is bovendien gratis. De modder is niet echt een pré en hier staan ze ook in een rijtje net als wij.  



Mijn enthousiasme om langer te wandelen heeft een keerzijde. Vanochtend naar en over het strand gewandeld. Aan het einde van de wandeling gaat mijn heup zeer doen. En hoewel ik ’s middags niet meer wandel, blijft het lopen pijnlijk. Is mijn rug net weer opgeknapt, komt de volgende blessure. Dit zijn van die momenten dat ik me realiseer, dat ik het lijf van een 60+-er heb.


In plaats van wandelen pakken we de volgende dag de fiets. Geen lange fietstocht maar een lunch in Vera, dat is een half uurtje van hier. Meestal plant Wil René de route maar sinds een paar weken, gebruik ik ook de wandel- en fietsapp Organic Maps. Ik plan een route en controleer met satellietbeelden of het wel verharde wegen zijn. Zodra we het dorp uitfietsen, zien we dat hier veel water heeft gestroomd. Er ligt opgedroogde modder met flinke keien op de weg. Weer een kilometer verder is er geen asfalt meer maar gravel, waar het water weer flinke sporen in getrokken heeft. Af en toe komt er een auto ons tegemoet, maar de wegkwaliteit wordt er niet beter op. Met de harde opgedroogde modder is soms lastig manoeuvreren. We fietsen tussen slakroppen, bloemkolen, en omgeploegde velden een beetje omhoog en een beetje omlaag. Weer een kilometer verder is de modder minder hard opgedroogd en is het zoeken naar een beetje harde grond. Wil René zegt dat dit zo’n weg is waarvan je kunt verwachten dat die straks ineens stopt. Dat is niet te hopen want er waren nauwelijks zijpaden. De harde grond begint spaarzamer te worden en de modder wordt dikke klei. Ik voel dat de modder aan mijn banden kleeft, en rij naast de weg een braakliggend stuk op met  planten. Die is gelukkig wel hard. Ondertussen zit Wil René achter me vast in de klei. Met veel moeite komt hij er uit. Met een paar oude tegels die langs het pad liggen, krabt hij de klei van zijn banden. Ik zie een auto 30 meter verderop, op een verharde weg rijden. Dat gaan we redden. Ik krab eerst nog wat modder weg tussen het wiel en

het spatbord. Wil René rijdt vast naar de weg. Hij roept dat ik het modderpad moet oversteken en aan de rechterkant moet blijven. Weer plakt er modder aan mijn banden maar het blijft beperkt. Dan zie ik Wil René die vast staat in de klei. Hij moet zijn fiets er zelfs uit tillen. De modder zit in grote bulten vast aan zijn fiets. Met stokken schrapen we er zoveel af, dat de wielen weer kunnen draaien. Nu hopen dat we al fietsend veel kwijtraken. Nou, een beetje. Als we bij een lunchtent onze fietsen parkeren, reageren mensen op het terras. Het was inderdaad een avontuur. De terugweg gaan we keurig over de weg. Op de camperplek spuiten, lepelen, borstelen we de fietsen schoon. Een eenvoudige fietstocht werd een stevige beproeving en voorlopig mag ik de route niet meer plannen, denk ik.     


Verbaasd kijk ik, als er een Guardia Civil over de camperplaats rijdt. De verbazing stijgt als daarachter een auto van de lokale politie rijdt. Ik kijk mijn buurman aan, die zijn schouders ophaalt. Ook hij heeft geen idee. En zijn nieuwsgierigheid is groter. Als hij terugkomt, vertelt hij dat er een camperbezitter over de rooie is gegaan: schold zijn buren uit en goot zuur over hun was en camper. Die hebben de politie erbij gehaald. “Je kent hem misschien wel, dat is die man die af en toe rare dingen zegt.” “Nee, is me niet opgevallen. We staan hier net 2 dagen.” Burenruzie komt dus ook voor op camperplaatsen.  


Aanvankelijk hadden we hier twee nachten bedacht maar maandag is nog een zonnige dag en daarna komt er weer een regenfront over Spanje. Dan kunnen we beter dinsdag verder reizen. Onze buren gaan dan ook reizen. Ze zijn een maand in Spanje en dat is ze tegengevallen. Veel regen en harde wind. Veel te weinig buiten gezeten. Hun dakluik is er zelfs afgewaaid toen ze op de snelweg reden. En nee, het luik stond niet open. Na 15 jaar twijfelen ze of ze niet hun camperbus moeten verkopen. Er zijn kleinkinderen en een zomerhuisje bijgekomen en met een Spaanse winter als deze, vragen ze zich af of het nog de moeite waard is. Ik denk dat ze net pech hebben gehad met de maand. Dus rijden we allebei op dinsdag weg. In de regen.


Zolang het regent rijden we naar het noorden. Inmiddels hebben we besloten dat weer naar Nederland gaan. Naar huis. Al klinkt dat gek want we zijn meer in onze camper. Die noemen we dan maar thuis. Het regent tot voorbij Valencia. Dan komt de zon tevoorschijn. We zoeken een camperplek niet ver van de snelweg. En bekijken het weer. De komende dagen is het mooi weer voorbij de Pyreneeën. Dus stappen we de volgende ochtend weer in en rijden naar Zuid Frankrijk.


Bij Narbonne is een kleine camping die open is. In tegenstelling tot Spanje zijn in Frankrijk veel campings pas vanaf 1 april open. Het is een typische Franse camping waar kippen rondscharrelen met veel groen - al zijn de bomen nog kaal -, de receptie en het huis zijn wat vervallen. Het toiletgebouw is gelukkig supernieuw. Door de regen van de afgelopen tijd is het wel modderig. We vinden een plekje dat moddervrij is, althans als we eerst met de camper door de modder heen rijden 😊


 

Narbonne blijkt zo’n mooi Frans stadje te zijn, dat niet ten prooi is gevallen aan de vernieuwingsdrang zoals in sommige steden. Daar zijn oude panden afgebroken en door van die lelijke betonblokken vervangen. Soms is armoede een zegen voor een stad – geen geld voor stedelijke vernieuwing. Centraal in Narbonne staat een enorm aartsbisschoppelijk paleis, een robuust gebouw uit de middeleeuwen dat ver boven

de stad uitsteekt. Op internet zag ik dat vanmiddag om 3 uur een rondleiding over architectuur gegeven wordt door studenten: verzamelpunt gemeentehuis. Die blijkt in dat paleis te zitten. De receptioniste weet niet of die rondleiding ook in het Engels is maar belt met iemand. Helaas alleen in het Frans en dat beheers ik onvoldoende.

In datzelfde paleis zit een kunstmuseum. Op de derde etage. Aanvankelijk zie ik matige schilderijen. Gevolgd door serviezen. Ben ik ook niet enthousiast over. De volgende zaal hangt vol met Orientalistische schilderijen. Schilders uit de 19e eeuw gingen naar Marokko, Turkije of het verre oosten en schilderden taferelen uit die landen. De mooie kant, zoals westerlingen dat graag zagen. Het was de hoogtijdagen van het kolonialisme. We herkennen Marokkaanse taferelen, al ontbreken de brommertjes. Wij kijken uiteraard naar de manier waarop ze zijn geschilderd. Toch nog een interessant museumonderdeel.

We rusten uit op een terras op het plein. Dan wandelen we om het paleis en lopen de kathedraal in. Zoals in iedere kathedraal is er een schatkamer. Bij het entreekaartje van het museum zat de toegang van de schatkamer er ook bij. Nou schatkamer. Ik weet het tapijt, de kistjes en de boeken waarschijnlijk niet op waarde te schatten. Hier zou ik nooit een kaartje voor gekocht hebben. Binnen 5 minuten staan we weer in de kathedraal die vooral heel hoog en donker is. Hetzelfde kaartje geeft ook toegang tot de oude toren van het paleis. Laten we die dan ook maar doen. 42 meter omhoog met een smalle wenteltrap. Pittig maar wel een mooi uitzicht.


Ook de volgende dag is het zonnig weer en het is maar 15 minuten fietsen langs het kanaal naar

het centrum van Narbonne. In een oude kapel is een tentoonstelling over street art van Mr Brainwash. Deze kunstenaar werkt met een aantal iconische afbeeldingen van anderen die hij herhaaldelijk gebruikt en dat combineert met veel kleuren. Denk aan het meisje met de ballon van Banksy, soepblik van Warhol, Charlie Chaplin van Sintek.  Hoewel ik er vrolijk van wordt, denk ik ook: is dit straat - Kunst? Ik denk het niet. Hij is wel commercieel handig. Hij verkoopt werken voor een ton. De tentoonstelling heet Narbonne is beautiful en is betaald door de gemeente, waar verder nauwelijks streetart is. De naam en de inhoud lijkt op het museum van Mr Brainwash zelf in LA: life is beautiful.[1]


Natuurlijk zitten we daarna weer op een terras in de zon. Wie weet wanneer we dat weer kunnen – morgen is er weer regen voorspeld. We eten een gebakje op de gezondheid van mijn schoonzussen en de geboorte van een kleinkind van een vriendin en mijn eigen verjaardag die er aan komt.


Als we de camping op fietsen, komt er een jogger het terrein oprennen en roept van alles in het Frans. Veel begrijpen we er niet van, maar dat hij in paniek is, kunnen we in zijn ogen lezen. We nemen hem mee naar de receptie maar die is gesloten. Dan begrijpen we dat hij moet bellen en geen telefoon bij zich heeft. Met horten en stoten vertelt hij, dat hij een fiets langs het pad zag en toen rondkeek naar de eigenaar en hem zag hangen in de boom. We geven hem onze telefoon en hij belt de politie, doet zijn verhaal, wordt doorverbonden naar de lokale politie, doet zijn verhaal, die meldt dat ze hem doorverbinden met de brandweer. Voor de derde keer vertelt hij wat hij gezien heeft. Ze komen er aan. Het ingewikkelde is dat hij ons mobiel bij zich moet houden van de brandweer. Wil René kan wel met hem meefietsen terwijl hij terug rent naar de plek. Als ze

willen gaan, komt er een busje vanaf de camping naar de uitgang. Nee, geen personeel maar wel Franstalig. Hij kan meerijden en Wil René fietst erachteraan. Ondertussen regelen ze, dat ze met de telefoon van het busje contact houden met de brandweer. Wil René kan terug zonder dat hij het drama moet zien. Ineens realiseren we ons dat we gisteren bij de ingang van dat pad hebben gestaan maar vanwege de modder er niet zijn ingelopen. Poeh. Het duurt 30 minuten voordat de brandweer de camping oprijdt en wij uitleggen dat ze een zijstraat verder moeten zijn. Het is zo treurig. Mijn gedachten gaan naar een vriendin die ook lang geleden op die manier uit het leven stapte. 


Voor het eerst sinds maanden hebben we last van muggen. In Spanje hebben we daar geen last van gehad, waarschijnlijk vanwege het winterweer. Hier zitten ze wel. Van die grote, die zelfs door mijn spijkerbroek heen prikken. Eigenlijk vind ik geprikt worden niet zo vervelend, alleen dat gezoem rond mijn oren is bloedirritant. Wil René is helemaal niet van de beesten. Het formaat maakt niet zoveel uit. Toch gaat hij wel mee naar Micropolis. Het is een insectenmuseum en gelukkig voor hem zitten ze allemaal achter glas. Zowel de levende als de dode. Het museum is gericht op kinderen. Ik moet regelmatig door mijn knieën om door gaten te kijken. Ik zie prachtige kevers, mieren die door doorzichtige buizen wandelen en voedsel naar hun nest brengen, wandelende takken van wel 20 cm. En rijen prachtige vlinders en motten met een speld opgeprikt.

Gecombineerd met spelletjes, kruip door, speeltoestellen en een 3D film over bijen die honing maken. Kortom een leuke pauze voor onze reis naar het Noorden. Tegen de verwachting in is het de hele weg droog met in de middag n zonnetje. We zien de sneeuw liggen in het centraal massief en krijgen ook een vleugje sneeuw als we passeren. Gelukkig komt de temperatuur niet beneden de 2 graden. Geen zin om ook nog te koken, eten we onderweg wat en komen in het donker aan bij een camperplek. Geen idee hoe de omgeving eruit ziet. Het is er wel windstil wat het makkelijker maakt om de camper warm te houden. 's Nachts daalt het kwik naar 2 graden. Binnen 10 dagen hebben we winter (sneeuw), zomer (zon), lente (terrasje met je jas aan) en herfst (regen en wind) gehad.  


Een zandvlakte met nog twee campers met een groene heuvelrug, is het uitzicht dat we gisteren in het donker niet zagen. Niet heel boeiend, maar goed genoeg om te overnachten. Vandaag rijden we weer 400 km naar het Noorden, de tolweg vermijdend. Morgen zullen we dat weer doen. Dan zijn we in Limburg waar we vrienden bezoeken. Het streven is om woensdag weer thuis te zijn, dan kunnen we ook nog gaan stemmen.

  

Voetnoten

[1] https://www.mrbrainwash.com/ Museum is trouwens sinds januari gesloten.

 
 
 

Opmerkingen


© 2026 Hellie van Hout

bottom of page