top of page

Stenen, rotsen en ballonnen

  • 2 dagen geleden
  • 10 minuten om te lezen

Böǧazkale, Göreme, Güzelyurt   14 - 20 juni 2026


Om half elf ’s ochtend moeten we in Böǧazkale zijn, de verzamelplek voor de camperreis verder naar het oosten. Als we om 9 uur voor het hek van de camping staan gaat die niet open. We zwaaien naar de camera’s, ik bel de eigenaar, we proberen tevergeefs de poort open te duwen, die geeft geen krimp. Wil René loopt naar het huis van de campingbaas en belt aan, klopt op het raam…. Niks helpt, de poort blijft dicht. Wil René haalt de kap van de elektrische aansturing en drukt binnenin op een knop. Ik trek ondertussen aan de poort en die geeft nu wel mee. Snel rijden we de camper erdoorheen. Dat had niet gehoeven want de poort gaat niet meer dicht...


We gaan met zeven campers reizen. Het is een gemêleerd gezelschap van toch wel 60-plussers. Die allemaal gekozen hebben voor een reis met mensen die niet van groepsreizen houden. De welkomstborrel is in ieder geval geanimeerd. Tot onze verrassing zijn de begeleiders van de Marokko-reis er ook. Zij zijn de eigenaren van de organisatie en reizen ook mee om nieuwe plekken en routes te ontdekken voor volgende reizen, of voor ons, als dat zo uitkomt.


Bij het dorp Böǧazkale is een stad Hattușa opgegraven van zo’n 2000 voor de jaartelling. De hoofdstad van de Hethieten. De resten liggen op een heuvel van bijna 2 vierkante kilometer. Voor bezoekers zoals wij is er een geplaveide weg. Al zijn we de enige die daarvoor de fiets gebruiken. Het zijn stevige hellingen (gem. 10 %) maar we pauzeren om poorten te bekijken of ruïnes van stadsmuren en huizen.


Je hebt er wel wat fantasie voor nodig want behalve funderingen, halve muren en replica’s van beelden zijn de echte vondsten ondergebracht bij het lokale museum. En de echt grote schatten liggen in het archeologisch museum van Ankara, zoals een bronzen tablet spijkerschrift waarbij de Egyptische Farao een verdrag sluit met de koning van de Hethieten, of gouden beelden en de meeste bijzondere beelden. Datzelfde zien we ook bij een kleinere stad uit deze tijd, 25 km verderop. Hier graven archeologen nog altijd en hebben ontdekt dat er nog een volk voor de Hethieten in de stad woonde. De schatting is 3000 tot 4000 voor de jaartelling. In dezelfde periode als de hunebedden. Hoewel ik weinig herken van de stad, fascineren me deze plekken en voorwerpen. Ik zie een theepot van jaar die ik direct herken als theepot. Een andere kan heeft zo’n mooie bijna eigentijdse vormgeving, dat ik die ook in een luxe keukenzaak voor me zie. En die is 4000 jaar oud! Op een andere plek zijn reliëfs in de rotsen die nog steeds te “lezen” zijn. In Nederland waren er in die tijd nog geen steden, de oudste stad is Nijmegen die werd rond de jaartelling gesticht door de romeinen, dus 2000 jaar later.  Zie video Hattusa Böǧazkale

    

We fietsen van de archeologische site via het dorp naar beneden. Aan de rand van het dorp zit een groep oude vrouwen thee te drinken. Ik stop en groet. Ze gebaren en schenken direct een glas voor me in. Ze spreken alleen Turks en als we google translate willen gebruiken, blijken ze niet te kunnen lezen. Met handen en voeten en de paar woorden Turks voeren we een soort gesprek. We mogen wel een foto maken en ik moet tussen de dames in gaan zitten. Dan wijzen ze naar Wil René, die ook. Grote hilariteit. Zeker als hij ertussen gaat zitten. Een van de vrouwen slaat met een brede glimlach, een arm om hem heen. De vrouwen aan de andere kant willen ook op de foto met hem.


We halen vers brood bij de bakker die de hele

dag door brood bakt. Hij zet net gerezen broden op een lange plank, maakt er een snee in en schuift de plank de oven in.


Na twee dagen oudheid reizen we naar Cappadocia. Onderweg stoppen we in Hacibektas, tegenwoordig een bedevaartsoord voor de Alevieten. In de middeleeuwen stichtte hier een Soefi meester een centrum van kennis (ook wel derwisj/soefi complex). Zijn graf is ook hier. Deze soefi orde kreeg grote religieuze en politieke invloed bij de Ottomaanse sultans tot de val van dat rijk.  De jonge republiek verbood daarom deze orde. Wat leidde tot razzia’s en vervolging door de Soennieten (Grootste islamitische stroming in Turkije, Iran kent vooral Sjiieten). De Alevieten worden nog altijd gediscrimineerd en dan hebben we het over 15 a 20% van de Turkse bevolking. De belangrijkste verschillen tussen beide richtingen zijn dat Alevieten een humanistische, vrijzinnige opvatting hebben. Ze hechten weinig waarde aan dogma’s en religieuze regels (niet nodig om vijf keer per dag te bidden of naar Mekka te gaan). Ontwikkel je tot een goed mens is de belangrijkste opgave voor een Aleviet.  

Dat probeert een man in de tuin bij de begraafplaats mij in het Turks-Duits uit te leggen. Het is dat ik al het een en ander hierover gelezen heb anders was ik hem na één zin al kwijt. Nu begrijp ik er een paar wel en dan een paar niet. Geloof zit in de mensen, staat niet in een boek. In alles zit God, als je je ervoor openstelt zie je het. Zoiets. Hij is opgetogen als ik hem bedank en daarbij mijn hand op hart leg. Zo begroeten de Alevieten elkaar ook, roept hij. Hij heeft Wiskunde gestudeerd, woonde in Berlijn en werkte daar in de zorg. Sinds 6 jaar reist hij rond.

Als we door dit derwisj-complex wandelen - dat tegenwoordig een museum is – zien we de keuken, een woonhuis en loop ik de moskee in zonder hoofddoekje. En er is een grote ruimte waar de diensten worden gehouden en héél belangrijk voor de Alevieten is het bidden bij het graf van Hacı Bektași Veli. Het museum is duidelijk bedoeld voor ingewijden. Er staan borden met ook uitleg in het Engels maar die is zo uitgebreid, dat ik er niet eens aan begin. 


Eindbestemming is Göreme, het hart van Cappadocië. We bivakkeren op een camping met zwembad! Dat is dan ook het eerste wat we doen: zwemmen.


Onze buren zijn een jong Russisch stel, uit Jekaterinenburg Rusland. Hij is met de motor via Georgië naar Turkije gereden. Zij is hem een week later met het vliegtuig nagereisd. Ze slapen in een klein tentje en hebben drie weken vakantie. Hun zoontje logeert bij oma. Terwijl we via google translate praten, komen twee andere motorrijders hen begroeten. Zij komen uit Oekraïne. En ze kletsen als motorvrienden, alsof er tussen hun vaderlanden geen oorlog is…


We eten met een prachtig uitzicht op het bijzondere landschap van Cappadocia. Ondertussen zien we deelnemers aan Marathon des Sables 120 door dat landschap lopen. In drie dagen lopen/rennen ze 70, 90 of 120 km. Boven op die uitdaging moeten ze zelf hun voedsel meenemen voor die dagen. Ze overnachten in een bivak tussen de bergen. De organisatie zorgt voor tent en water. Pet af. [1]


Dat bijzondere landschap is ontstaan na een uitbarsting van de berg Erciyes die als een soort Mount Fuji aan de horizon ligt. De wind heeft in miljoenen jaren de rotsen geschuurd en van de rotsen bizarre vormen gecreëerd. Vooral de schoorstenen zijn beroemd. Het tufsteen is zo zacht dat ook mensen aan het schaven en hakken zijn gegaan. Na verluidt hebben dorpsbewoners tot in de jaren zestig van de vorige eeuw hier in grotwoningen gewoond.


Cappadocia had in het begin van de jaartelling een grote aantrekkingskracht op kluizenaars. Gebedscellen zijn immers zo uitgehakt. In Turkije was toen het christendom de belangrijkste godsdienst, de islam komt pas na 1400. Hier in dit gebied zijn er veel kloosters, kerken en kapellen uitgehakt. Wij bekijken een aantal kerken in het openluchtmuseum. Deze stammen uit de

10 en 11e eeuw. De kleine kerkjes zijn versierd met eenvoudige tekeningen van rode oker, waarmee ze zelfs gestapelde muren tekenden. De Donkere Kerk is gerestaureerd en op alle wanden zijn fresco’s te zien met bijbelverhalen en dan vooral over het leven van Christus. Ze zijn prachtig en kleurrijk en geven een idee hoe de andere kerken er ooit hebben uitgezien. Een rots

met raampjes en gaten was ooit het nonnenklooster. Het moeten kleine gemeenschappen zijn geweest omdat in de kerken en de “eetzaal” maar een tiental mensen konden. Ze moeten wel fit zijn geweest want de oude trapjes zijn uitgehakte treden van een voetbreed en vrij steil. Voor de toeristen hebben ze nieuwe trappen aangelegd. Het zachte steen slijt nog altijd. Nieuw pleisterwerk versterkt hier en daar de rots.

 

De camping zit naast een vallei waar medereizigers een lange wandeling in maken. Ik pas. We trekken wel de stoute schoenen aan en fietsen een van de zandwegen naar beneden. Die weg is een steile weg naar beneden, en mijn achterwiel wil af en toe een eigen pad rijden. De zandweg wordt een smal pad. Totdat het pad te steil wordt. We wandelen een stukje verder naar een theehuis van de gepensioneerde vrachtwagenchauffeur. Alleen passerende wandelaars in de vallei met goede wandelschoenen zijn zijn gasten. We drinken wat en lopen wat verder de vallei in. Het pad volgt een riviertje bergafwaarts door rotsen en langs de rotspilaren en voormalige rotswoningen. Als het pad een soort klauterpartij naar beneden wordt, draai ik om. Ik moet immers ook weer terug naar boven wandelen. Én fietsen. Vol op de pedalen, gewicht naar het voorwiel, maximale ondersteuning en kleinste versnelling – ik heb het allemaal nodig om boven te komen. Het zweet parelt over mijn rug. 


Half vier gaat de wekker. Ik spring, nou, ik kruip m’n bed uit. Over een kwartier verzamelen we bij de uitgang van de camping. Een busje rijdt ons midden in de nacht (althans zo voelt het) naar een plek ergens tussen de rotsen. Daar ligt een luchtballon half opgeblazen. In de schemer zie ik meer halve Luchtballonnen, en autolichten die door het landschap schuiven. Naast ons zijn er honderden mensen die dadelijk de lucht ingaan. Langzaam vult de ballon zich en worden de branders aangezet.

Om me heen zie ik af en toe luchtballonnen oplichten en zie ik dat ze rood, blauw gestreept of wit zijn. Dan mag ik in de mand klauteren. Samen met nog 31 mensen. We stijgen op terwijl heel langzaam de zon achter de heuvels verschijnt. Het is een adembenemend schouwspel. En net als iedereen maak ik foto’s en filmpjes. Normaal vermijd ik die supertoeristische gebieden maar hier is zijn al die toeristen een absolute meerwaarde. Honderden andere mensen hebben een luchtballonvaart geboekt en zijn net als ons vroeg opgestaan. Daarom zweven er tientallen luchtballonnen door en boven de valleien. Het is een feest om naar te kijken.


 



En niet alleen wij genieten, maar ook veel bruidsparen (vaak rode jurk) die aan de rand van de kloof poseren met oude, vaak rode, Amerikaanse sleeën. De tijd vliegt en na een uurtje land de ballon

precies op een aanhanger. Deze grote manden zijn niet te tillen. We proosten op een prachtige vlucht. De mooiste in al die jaren volgens onze organisatoren. En die zijn al vaak mee geweest. De volgende verrassing is stevig Turks ontbijt op een terras. Een lange tafel met brood, olijven, watermeloen, börek, tomatenomelet, verschillende soorten kaas, rozenbotteljam etc etc. Uiteraard veel te veel en zeker heel smakelijk. Als we om half acht op de camping terugkeren zit ik vol. Vol met eten, maar ook vol met indrukken. De foto’s geven een idee maar in werkelijkheid is het nog veel mooier. (Zie ook de video


In het hart van Cappadocia ligt het stadje Göreme dat bestaat dankzij toeristen. En er staan alleen restaurants, cafés en hotels. Toch maken we de afdaling door de vallei met de fiets en die is best pittig. Deze voormalige weg bestaat uit grote klinkers en halverwege ontdekken we dat de oude weg is afgesloten en door een houten trap is vervangen met een rolstoelhelling. Dat is voor ons voldoende. De toeristen kijken verrast op. Als ik later weer omhoog rijd met maximaal vermogen en kleinste versnelling, applaudisseren ze en moedigen me aan. De trap eindigt in een fuik met souvenirwinkeltjes maar met geduld komen we daar ook door.  


Cappadocia kent niet alleen grotwoningen en -kerken maar ook hele steden. We bezoeken er één, die in Derinkuyu. Helaas is er geen gids beschikbaar en lijken alle ondergrondse ruimtes op elkaar. Er staat af en toe een bordje bijvoorbeeld de stallen en bij de graven. We lopen trappen af, gaan gebukt door smalle gangetjes en raken de weg kwijt Gelukkig is maar 10% van deze stad

open voor publiek, 8 verdiepingen van 80 meter diep. In deze 4 km2 stad woonde waarschijnlijk

20.000 mensen[2]. Ik moet direct denken aan de termietenheuvel waar onderzoekers de gangen met cement vulden om te zien hoe dat die in elkaar zat. Toen ze het zand weghaalden verscheen er een enorm gangenstelsel. [3] We  vinden weer pijlen naar de uitgang. Waarschijnlijk is het met een gids een interessanter verhaal, maar die waren op. Ik lees dat de ondergrondse steden ontstaan zijn als verdediging tegen invallers en bovendien koeler in de zomer en warmer in de winter. Later blijken we langs de grootste ondergrondse stad ter wereld te zijn gereden. In Nevșehir werd de stad pas 10 jaar geleden ontdekt bij de renovatie van een kasteel. [4] 

 

We willen nog door een kloof wandelen, 50 km verderop, maar na de work-out in de ondergrondse stad en toegangsprijs van 15 euro pp laten we het aan ons voorbij gaan. Onderweg kopen we aardbeien die we niet in supermarkten hebben kunnen vinden. Wil René eet die graag in zijn yoghurt.  Een groentemarkt of winkel moet je maar net tegenkomen. En hoewel ze niet zo mooi uitzien als in Nederland smaken ze heel lekker. En met een blik schept de man ze onbespoten vruchten in een bakje. De meeste mensen kweken hun eigen groenten, vooral ui tomaten en paprika. En in zakken en emmers spoelt de grond niet weg en bij droogte heb je minder water nodig, denk ik.  

 

We sluiten weer aan bij de andere campers bij een oud kerkje.  Met waarschijnlijk prachtig uitzicht op een besneeuwde bergtop. Wolken belemmeren dat en die groeien uit tot onweer en regen. En een van de camperaars maakt een prachtige foto van ons en een regenboog. Dat wordt weer heerlijk slapen.

 

                                                                     

 Voetnoten


 Bijzondere / grappige beelden


Vijf liter yoghurt.  Zelfs in dorpswinkels verkopen ze deze enorme emmers.                            

 

 

 




Bij het zien van deze enorme vleugels kon ik het niet laten om ertussen te staan.

 

 We zien heel veel landbouw onderweg. Dan zijn kruiwagens dus een veel verkocht product. Wel mooi gestapeld.

 

 

 

En ze transporteren stieren met een autoband op hun hoofd om waarschijnlijk de schade aan de vrachtwagen te voorkomen. En moeten we niet gek staan te kijken als de koeien de weg oversteken.


 


 
 
 

Opmerkingen


© 2026 Hellie van Hout

bottom of page