top of page
  • 3 sep 2025
  • 12 minuten om te lezen

2 – 31 augustus 2025 - Lunteren, De Meern, Woold, Wilp, Bussloo, Renkum


Door het natte Duitsland zijn we eerder terug. Het is begin augustus. Het huis is wel weer even wennen. We zijn drie maanden geleden vertrokken nadat we er pas drie maanden hebben gewoond. Waar staan de dingen ook alweer?

De tuin is gegroeid en bloeit prachtig. En zoals verwacht zijn niet alleen de planten die we geplant hebben, gegroeid maar ook onkruid (herenmoes, paardenbloemen) en planten van de vorige bewoners die zich in de ondergrond verstopt hebben, zoals de frambozen die onder en in de aalbesstruik kruipt, twee hemelbomen (snelgroeiend zachthouten boom die al een meter hoog zijn) die de tuinkruiden overschaduwen. En boksdoorn die tussen de wortels van de kleine Japanse esdoorn groeit met lange stengels van anderhalve meter. In een poging die stengels uit de grond te trekken, hoor ik het knappen bij mijn ribben. Chips, ik kneus mijn rib – een beetje. Ik herken het, want vier jaar geleden kneusde ik die flink. Nu kneus ik het een beetje want ik krimp niet in elkaar bij lachten en niezen. Het is vooral hinderlijk en pijnlijk als ik op mijn zij lig en bij de grondige schoonmaak van de camper.

Ik schreef vorige keer dat we een mogelijk nieuwe camper gingen bekijken. Maar dat viel tegen. De camper heeft zeker pluspunten maar ook een paar grote minpunten. De conclusie is dat hij niet beter is dan wat we nu hebben. De tweede conclusie is dat we de onze gaan “opknappen”. Te beginnen met een grondige schoonmaak en het maken van een lijstje verbeterpunten. Op die lijst staan nieuwe banden, de buitenkant opnieuw laten coaten, USB-oplaadpunten repareren, extra stopcontact, nieuw kussen achterin etc.

De camper wordt pas over 14 dagen gekeurd en de vooruitzichten in Nederland zijn goed. Dus na krap een week thuis, pakken we de camper weer in. We rijden naar Winterswijk – niet alleen omdat het daar mooi is maar eerst en vooral omdat daar Obelink zit. Een gigantische

kampeerwinkel. We kopen “luifelwanden”.  Daarmee kunnen we een buitentent maken of windscherm afhankelijk of we één, twee of alle drie de wanden installeren. Na vier uur rondslenteren hebben we een winkelwagen vol spullen. We rijden naar een camping in de buurt – Woold dat tegen de grens met Duitsland ligt. Als ik bij de receptie sta, vliegt de deur open en een man begint in het Duits te schelden tegen de man achter de balie. Die direct in het Duits terug scheldt. Ik ben perplex. De Duitse man eist een plek op de camping. “Je kan makkelijk regelen dat we een nachtje kunnen staan”, roept hij. De campingbaas zegt zoiets als dat hij naar de maan kan lopen, dat íe een andere camping moet opzoeken. En als hij niet snel van het terrein weggaat, duwt hij ‘m met een trekker er wel af. “Nou dat durf je niet, doe ‘t dan, doe ‘t dan”, gilt de man en loopt naar zijn kampeerbus. Buiten wordt er nog wat heen en weer gescholden. Wat eraan voorafgegaan is, weet ik niet maar ik heb de neiging om me te excuseren voor het botte gedrag van mijn mede-camperaar. Als ik dat zeg, zegt de campingbaas dat dat echt niet nodig is. Ze hebben niet gereserveerd en ook al lijkt er nu nog plek, het zit vol. Het gedrag van het stel trok het bloed onder zijn nagels vandaan. “Dus ze zoeken maar een andere plek.”     

De camping heet Hermienehoeve, net als de boerderij 100 meter verderop. Dat blijkt een pannenkoekenhuis te zijn. Nou, na 4 uur rondslenteren, heb ik niet zo’n zin om te koken. We wandelen naar de boerderij, waar we om vijf voor zes het terras oplopen. Daar lezen we dat de keuken om zes uur sluit. Jasses. Wil René waagt toch een poging voor een pannenkoek met spek. Nou als we snel bestellen, willen ze voor ons nog wel een pannenkoek bakken. Fijn! 


De volgende dag zetten we meteen de nieuwe buitentent op. Daarvoor moeten we een richel in de luifel plakken, maar die hangt op bijna 3 meter. Gelukkig kan ik een trap lenen van de camping. Verder lukt het prima. We breken ‘m ook meteen weer af. Het is hier te warm in de tent. Straks in de Spaanse winter willen we ‘m gebruiken. Dan kunnen we buiten schilderen ook als het waait of regent. 

Ik ben verbaasd hoeveel bossen hier in de achterhoek zijn. Er liggen wel akkers en weilanden tussen maar in mijn geheugen was het vooral boerenland. Met van die typische boerderijen met grote ronde deuren in de gevel die met zwart hout bekleed is. Met de stijgende temperaturen is het in het bos heerlijk fietsen.

Zondagavond loopt de camping leeg en de paar die er op maandagochtend staan zijn voor de lunch vertrokken. Plek zat. Gelukkig. Want de temperaturen stijgen en stijgen tot boven de 30. De oude camping kent wel hoge bomen maar de meeste plekken liggen in de volle zon, zo ook die van ons. Van de campingbaas mogen we onder de oude eiken staan waar alleen in de vroege ochtend de zon schijnt. Het blijkt een reserve campingplek te zijn, nou dat maakt mij niets uit. Als ik maar schaduw heb. Het zwembadje met koud water plons ik alleen in om af te koelen. Ik ben niet zo’n waterrat.

Zoals gewoonlijk schilderen we, fietsen we en bezoeken we nog twee keer Obelink om dingen te ruilen en aan te vullen. We lopen geroutineerd door de grote hallen want inmiddels weten we wel waar we moeten zijn.


Na een paar dagen verkassen we naar Wilp omdat we een afspraak hebben bij een kussenmaker in Apeldoorn. Eén van de kussens waar Wil René vaak zit, is niet alleen slap maar kan beslist ergonomisch beter. Het schuim dat de camperbouwer gebruikt heeft, moet vooral licht zijn. En

daarmee mindere kwaliteit, zeker op de lange termijn zakt íe in. De kussenmaker meet, wij zoeken stof uit en tasten best diep in de buidel. Maatwerk is kostbaar. Als we daarmee rugpijn voorkomen of verminderen is het dat zeker waard. Een week later halen we de nieuwe kussens op.


Voordat we naar de camping in Wilp gingen, heb ik in de krant al gezien dat deze maanden de IJsselbiënnale is. Ik heb twee leuke activiteiten geregeld. Maar eerst fietsen we een rondje om de Bussloose recreatieplas en ploffen neer bij een strandtent met palmbomen voor een cocktail. Dat past helemaal bij de tropische dag die het vandaag is. 

Na al die warme dagen is plotseling de zon de hele dag weg. Het wordt “maar” 20 graden. Weer eens een lange broek aan en een bodywarmer op de fiets. We hebben namelijk een afspraak, 20 km verderop. We gaan kijken, én een beetje bijdragen aan een kunst-performance. Verder heb ik er nog weinig idee bij, maar zoals vaker, zie ik iets op internet en dan meld ik me direct aan. We worden om 1 uur verwacht op een voormalige boerderij[i] in de uiterwaarde van de IJssel.  Daar is een oude silo waarin Anne ten Ham[ii] haar kunstwerk gaat

realiseren. Bij aankomst krijg ik een zwart emmertje met een laagje melk.  Met mijn emmertje wacht ik net als zo’n 50 andere toeschouwers/participanten nieuwsgierig tot het begint. We krijgen uitleg wat onze bijdrage wordt: stil zijn, en op een teken mogen we om beurten ons emmertje leeggieten/gooien. Dan lopen we naar de silo, de trap op en zoeken op de verhoging een plekje– in stilte.  Onder in de oude mestsilo zie ik negen vrouwen in het water staan. Ieder

met een zwart emmertje. Heel langzaam stijgt het water. Het enige geluid dat ik hoor is de wind, het water, een hoest, ver weg een auto, en een zoemend geluid dat ik direct herken: een drone. Boven de silo hangt een drone die de performance De Verstilden filmt. Jammer van het geluid maar het beeld moet prachtig zijn (de film zal later op de site van Anne te zien zijn). De vrouwen gieten de melk in het water. En dan mogen wij. De melk vloeit uit in het water. Een kwartier later lopen we weer op het erf en rondom hoor ik mensen uitwisselen. Vooral de verschillen in

uitvoering van het emmertje leeggieten, is ze opgevallen: heel langzaam leeggieten of de emmer bruusk omdraaien en leegstorten, en alles daartussen. Zelf hadden ze daar van tevoren ook over nagedacht - hoe ze het zouden doen. Grappig. Ik loop terug naar de silo om te kijken hoe ze die leegmaken want over 3 uur wordt de performance voor de tweede en laatste keer herhaalt. Van het kunstwerk blijven alleen de beelden.  


De volgende dag schuiven we aan tafel op de dijk in Steenkamer. Ook onderdeel van de IJsselbiënnale. We parkeren onze fiets bij een woonhuis en lopen door hun tuin naar de dijk die er aan grenst. Daar staat inderdaad een gedekte tafel. We maken kennis met een aantal mensen die allemaal een link hebben met Deventer en of de eigenaren van het huis. Het gespreksonderwerp is: Van wie is de dijk?  


Met een theateroptreden van twee hazen waarvan één claimt dat zij er eigenaar van is. “Gewoon omdat ik dat zeg– het is van mij. Net als het landschap, het gras, allemaal van mij.” Ondanks de poging om het onderwerp zo op tafel te leggen, bespreken mijn disgenoten allerlei thema’s zoals het optreden van onze Eus in zomergasten, Ruimte voor de rivier, kennisgebrek over de natuur, U-theory  etc. Wil René - die door een van de hazen aan het andere eind van de tafel is gezet om “orde te scheppen in de

chaos” – voert een gesprek met de klimaatburgemeester, hoort de stand in de voetbalwedstijd van Deventer Go Ahead tegen Ajax (dat uiteindelijk gelijkspel werd) en vertelt over onze reizen. Het zijn leuke gesprekken terwijl we een lekker lunch voorgeschoteld krijgen en prachtig uitzicht hebben op de uiterwaarden en de rivier. Ondanks de wolken en de wind is het niet te koud maar na twee uur op de dijk ben ik blij dat ik een jas in de fietstas heb zitten.


Mijn fiets heeft kuren. Ik kan de ondersteuning alleen nog maar opschakelen niet meer terugschakelen. Alleen door ‘m helemaal uit te zetten. De fietsenmaker gaat het besturingssysteem claimen bij de producent (blijkbaar heb ik 5 jaar garantie). Dat kan wel even duren. Dus heb ik mijn fiets meegenomen naar Wilp. Daar krijgt íe nog meer kuren.  Ik moet steeds meer geduld hebben met het aanzetten van de ondersteuning. Ik druk op allerlei knoppen, zet aan en uit, wiebel aan draadjes en dan ineens doet hij het. Soms valt ‘ie uit onderweg en pruts ik al fietsend aan knoppen. Kortom terug naar de fietsenmaker, die zal ondertussen wel de onderdelen binnen hebben. Hij heeft niet gebeld dus het zal wel goed zijn. “Mijn” fietsenmaker blijkt net met vakantie te zijn en in de computer kan zijn collega niets vinden. Hij gaat ‘m bellen en ik krijg een leenfiets mee. Als ik de volgende dag nog niets gehoord heb, ga ik eind van de middag polshoogte nemen. Ik ga namelijk overmorgen weer kamperen en dan is een oplader voor de leenfiets wel makkelijk, tenzij mijn fiets…. De derde fietsenmaker kijkt in het systeem en kan de stand van zaken niet vinden: hij kan niet inloggen. Dus ik verlaat met oplader de fietswinkel. Maar de volgende ochtend ontvang ik om 10 uur een sms: uw fiets is klaar. Fijn want de elektrische leenfiets is oké maar de mijne is honderd keer lekkerder. Nu duimen dat alle problemen opgelost blijven.        


Niet alleen mijn fiets is opgeknapt, ook de camper. Voor de APK-goedkeuring moet er toch het een en ander vervangen worden. De remschijven en -blokken van de voorwielen, lampje aan de zijkant, de banden…. Euh, de banden?  We dachten dat ze wel door de APK zouden komen. Wil René had het uitgezocht en nagemeten – op het rechtervoorwiel. Maar het linker was echt slechter. Hmm, we hebben al nieuwe 4-seizoensbanden geregeld bij mijn zwager. Die moeten we dan maar ophalen – met de camper want we hebben geen auto. De garageman gaat meteen moeilijk doen: Als we de camper meenemen, moet hij de camper afkeuren en moeten wij 90 euro betalen. Misschien hadden we dat moeten doen, maar we hebben nog maar drie dagen voor de APK verlopen is. We praten de garageman om. Hij vervangt alvast de remmen, en wij halen die avond de banden op die er dan morgen op gelegd kunnen worden. Een dag later is de camper klaar - met een rekening van ruim 1700 euro. En dan hebben we de banden zelf betaald. We hadden een kleine beurt gevraagd maar deze garageman heeft alles wat hij aan service kon uitvoeren, gedaan, zonder overleg. Tja toch betalen, ik kan slechts zeggen dat hij het oude oliefilter moet terugzetten. In ieder geval komen we hier niet terug. Het goede nieuws is dat de camper weer veilig is.



Nu de camper gekeurd is, kunnen we weer onderweg. Een bevriend stel die we in Marokko hebben leren kennen, hebben ons uitgenodigd op een camping in de buurt van …. Wilp. Tja we hebben daar vorige week al gestaan. Deze camping ligt zelfs maar 1 km westelijker. Wel wat dichter bij de snelweg maar aan dat geluid wen je opmerkelijk snel. De campingbaas heeft ons op de camping gezet ipv camperplek. Veel leuker, volgens haar en veel meer ruimte, met schapen als buren. We kunnen meteen onze nieuwe voortent uitproberen. De eerste dagen is het nog niet zo warm én in de aanbouw zitten we uit de wind. We merken dat we direct langer buiten blijven zitten. Ook het schilderen is prettiger.    

Apeldoorn ligt vlakbij Bussloo en in het CODA is Papierkunst te bewonderen. Net als vier jaar geleden kijk ik ademloos naar het vakmanschap en de creativiteit. Wat je allemaal met papier kunt maken. 


We laten ons met onze vrienden culinair verwennen. In Deventer zit een restaurant dat gerund wordt door twintigers. Ik heb ruim van tevoren gereserveerd en tot mijn verrassing bellen ze me twee dagen van tevoren. Of het een speciale gelegenheid is, of we nog wensen hebben of allergieën. Wil René roept meteen Cola zero zero (zonder cafeïne en zonder suiker). Dat hebben ze niet maar ze gaan het regelen. We kiezen een viergangendiner met een half wijnarrangement (we moeten nog 12 km fietsen) en verder laten we ons verrassen. Diverse kleine gerechtjes komen op tafel waar ze met een pincet de laatste hand aan hebben gelegd. Het is erg lekker én mooi. En gezellig. De halve glazen wijn voel ik. Gelukkig heb ik een elektrische fiets en is de route heel rustig – kan ik eventueel een beetje slingeren. 



Onze vrienden drinken graag wijn en hebben de afgelopen 20 jaar de kurken van hun wijnflessen

bewaard. Die mag ik hebben om een groot prikbord te maken voor in de keuken. Inmiddels ben ik begonnen met ontwerpen en testen – want hoe snij je die kurken, met welke lijm kun je die plakken en waarop? Het ontwerp heb ik wel bedacht en na 200 kurken snijden, ben ik blij dat we een paar dagen gaan kamperen, want ik voel het al in mijn pols. En ik ben pas halverwege met snijden. Het plakken komt daarna pas.  


Na een week kamperen, fietsen en schilderen is het tijd om te gaan. Allereerst omdat we afgesproken hebben om vrienden te ontmoeten op landgoed Quadenoord. En ten tweede zijn ze al de hele week aan de overkant van de straat bezig om Ground Zero op te bouwen. Een hardcore nachtfestival met vijf podia, waar tot 07:00 uur de beat zal dreunen. Dus slapen kun je hier niet. De campingbaas zegt dat haar camping vol zal staan met heel veel kleine tentjes van festivalgangers. Fijn voor haar maar mij niet gezien.   


Quadenoord is een natuurcamping en we mogen, net als vorig jaar, de grote Tipi gebruiken. En dat is fijn want de eerste avond regent het stevig. Jammer is wel dat het bosbrandrisico te hoog is

en we geen kampvuur mogen aansteken. In de tipi staat een grote vuurschaal ons uitdagend aan te kijken. Maar we houden ons aan het verbod. Als de volgende avond een groep jonge mannen tegen het vallen van de avond hun tenten opbouwen en een vuur maken, ontstaat bij ons de vraag wat doen we? Gaan we de campingbaas bellen, gaan we ze waarschuwen, gaan we ook een vuurtje aansteken? Het wordt het tweede. De groep bedankt voor de info en gaan verder met hun kampvuur. Tja het heeft natuurlijk wel wat geregend gisterenavond. Toch blijf ik alert, ook als ik later in mijn bed lig. Als ze de volgende ochtend alweer voor tienen vertrokken zijn, ben ik overtuigd dat ze “illegaal” hebben gekampeerd. Later ontmoet ik de terreinbeheerder die de verbodsbordjes voor open vuur verwijderd. Ik vraag haar of ze had willen weten dat er vuur gemaakt is. Ja, beslist. Ik had haar moeten bellen. Nou de volgende keer… Ze vraagt me of Joeri bij ons staat. Geen idee wie dat is. Nou hij had de tipi gereserveerd voor de helft. Ze had wel gezegd dat hij en zijn vrienden wel de tipi moesten delen met anderen…. Nou ze hebben niet geïnformeerd en nadat we ze gezegd hadden dat open vuur niet mocht, hadden ze waarschijnlijk geen zin om bij ons te komen zitten, die gasten die geen vuur wilden maken….. Ik met mijn vooroordelen ook.


En dan weer naar huis want ze komen morgen voor de douchewand. We hebben er een hard

hoofd in dat ze ditmaal wel de wanden kunnen plaatsen. 3 maanden terug waren de monteurs na een kwartier weer vertrokken omdat er een lat ontbrak. Toen lazen we de handleiding en zagen dat er nog een probleem was met een raamprofiel. Eigenlijk klopt dat ook maar deze mannen verzinnen een oplossing die eigenlijk mooier is. Ze kitten de glaswand bij het lage muurtje tegen de tegels aan. We mogen 24 uur niet douchen en een week lang de glaswanden niet poetsen. Nou dat heb ik er wel voor over en trek het plastic zeiltje van het plafond los. Na 4 maanden mag die in de prullenbak.

Komende zes weken zijn we nog in Nederland en daarna gaan we weer. Richting de zon.  


Schilderijen die we in Nederland maakten:

 

    


[i] Waar een buitenkunst-restauratie-bedrijf zit http://www.burodsb.nl/

 

  • 1 aug 2025
  • 14 minuten om te lezen

17 juli - 2 augustus 2025 - Linz, Nabburg, Nürnberg, Chemnitz, Eisenach, Witten


Linz in Oostenrijk is de bestemming van de reis dwars door de alpen. Niet omdat het zo’n mooie stad is, ik vind de Barokke stijl, de tijd van Sisi en keizer Franz zelf veel te pompeus. We zijn hier vanwege het straattheaterfestival. Zo’n 20 jaar geleden waren we bij toeval bij het Pflasterfestival terecht gekomen. Nu had ik het opgezocht en de reis getimed. Zo ook een camping gevonden op

10 km, die nog plek had. Een Gastwirthaus (herberg) die naast hun restaurant, kamers, een tennisbaan, een ijsbaan, dus ook een camping uitbaat. Een deel aan de overkant van de weg met vaste gasten en een deel achter de tennisbaan met vrije plekken. Wij gaan daar staan, met uitzicht op een maisveld, en de ijsbaan waarvan nu alleen de verlichting te zien is.  De herberg heeft net vier gloednieuwe luxe douches gebouwd. Een

matglazen schuifwand  sluit een ruimte van 6 m2 af waarin RVS douchekop, plintafvoer, 4 dubbele haken een kwaliteit wastafel en een luie stoel staat en de wanden afgewerkt zijn met grote kunststofplaten, rotsblokken en wit geschilderde wand. En de straal is hard en de temperatuur is verstelbaar tot heet. Het klinkt misschien als een normale douche maar een campingdouche kent negen van de tien een drukknop, waar gedurende korte tijd lauw tot warm water uitkomt, in een ruimte van 1 a 1,5 m2. En als je pech hebt, werkt het alleen met muntjes, zit er in de kitranden schimmel en kun je je kleren niet droog weghangen. Dus genieten.


Na aankomst stappen we meteen op de fiets om te ontdekken dat de 10 km naar Linz goed te fietsen is via een fietspad langs de Donau. Geen bijzondere route maar veilig. Met een

hellingbaan komen we op de brug en fietsen over de Donau letterlijk het centrum én het festival in. Dat is net een half uur geleden gestart. Ik kan direct zien waar er optredens zijn want daar staan veel mensen. Wil René scoort een programma en we zien dat er 35 plekken zijn waar goochelaars, acrobaten, muzikanten, cabaret, dansers, poppenspelers, mime etc etc. zijn. Hun act duurt 20 tot 40 minuten, waarna de hoed komt. De spelers verdienen hun brood met optreden, en alleen deze selectie van artiesten mogen deze dagen optreden. Ze komen vanuit de hele wereld. Ik zie artiesten uit o.a. Japan, Brazilië, Duitsland, Spanje, VS, Engeland, Ghana. Afhankelijk van de kwaliteit van hun act, halen ze veel of weinig op. Het verschil tussen munten en briefjes. Het festival duurt drie dagen en wij zijn er

drie dagen. We kunnen op ons gemak rondkijken. Nou op ons gemak… Het is een beetje zoeken, manoeuvreren om een plek te vinden waar je wat kan zien, en als het dan niet interessant is, op naar de volgende plek. [i]

Als het begint te schemeren, fietsen we terug om uitgeput in ons bed te rollen. Wil René voelt zijn rug en ziet op tegen het fietsen. Gisteren zagen we onderweg een bootje met de naam Donaubus

varen. Het blijkt een veerboot te zijn, die pendelt tussen het dorp waar wij staan (Ottensheim) en Linz. Om 13 uur stappen we op het bootje met onze fietsen en varen in een verbazend hoog tempo, in 20 minuten (stroomafwaarts) naar de stad.


Het programma begint om 14 uur en als eerste zien we een Japanse goochelaar[ii] die zijn plek op

een stoep voorbereid. We kijken vanaf een bankje in de schaduw toe. Als zijn act begint, zijn we wel gedwongen om in de zon te staan, om het goed te zien. Een jongetje heeft zijn zitkussen als zonneklep op zijn hoofd gelegd. We zijn verrast door de kwaliteit van de goocheltrucs nadat we hem onhandig hebben zien scharrelen tijdens zijn voorbereiding. Zijn publiek is beperkt en jong. We gunnen hem een groter groep (en inkomsten). Hij zal nog tweemaal optreden en telkens op een andere plek.   

De temperatuur loopt tegen de 30 graden. Respect voor alle artiesten[iii] die in de zon optreden.

Het zal vanavond beslist afkoelen, maar dan zijn wij weer op de camping. De laatste busboot vertrekt om half zeven maar zelfs dat houden we niet vol. Om half zes stappen we weer aan boord, het is me te warm in de stad.

We besluiten om de laatste dag, die ook zo warm is, pas aan het eind van de middag te gaan als er meer schaduw is. We zorgen er voor dat we een kwartier voor aanvang van een act een zitplekje scoren. De eerste act is eigenlijk tenenkrommend amateuristisch. Een jongleertruc mislukt en blijft mislukken, de pijltjes uit een blaaspijp missen verschillende keren doel. Zo knullig dat ik toch blijf zitten en hoop dat het beter gaat worden. Ook bij de volgende acts kunnen we zitten. We zijn echt oude zakken geworden. De Japanse acrobaat,

jongleur[iv] die ook met vuur werkt, zet een goede act neer met een groot publiek. Zijn hoed zit vol met briefjes. Een Ghanese hypermobiele acrobaat[v] en jongleur is de laatste act die wij zien. Als

hij zijn shirt uittrekt om zijn act te beginnen, is mijn buurvrouw al fan. Hij heeft een perfect afgetraind lijf. Wat ik lastiger vind om naar te kijken, is dat hij dat lijf door een draadloos kindertennisracket weet te wurmen.

Het is donker als we terugfietsen. En voor het eerst zien we schepen op de Donau varen: de riviercruise schepen. Andere aken hebben we niet gezien en zullen we ook de volgende dag niet zien als we de Donau stroomopwaarts volgen.


We rijden weer Duitsland in, herkenbaar aan de vele zonnepanelen, naar het Noorden. Het plan is om naar Chemnitz (Duitsland) te gaan, één van de twee culturele hoofdsteden van Europa 2025. De andere is Nova Gorica (Slovenië) en haar zusterstad aan de andere kant van de grens Gorizia (Italië) – daar was/is het voor ons te heet.

Hier in Oostenrijk en Zuid-Duitsland gaat het juist veel regenen, zeggen ze. Dus reizen we traag naar het Noorden door de snelwegen te vermijden. Als de zon gaat schijnen, zoeken we een plek in de buurt en komen bij Huize Anja terecht. Het klinkt heel fout, maar het is een camperplek bij een particulier. We rijden letterlijk de ruimte voortuin in van Anja. En Anja is ook degene die ons welkom heet. Tegen betaling van 10 euro kunnen we een nachtje kamperen. We zetten onze schilderkoffers in de schaduw en maken weer een slag in onze schilderijen.

’s Nachts begint het te regenen, te regenen en te regenen. Geen reden om snel te vertrekken.

Onderweg doen we boodschappen, waarbij we alle gangpaden van de supermarkt doorwandelen en op ons gemakje bekijken wat de Edeka in haar schappen heeft staan. De weersvoorspelling is dat het de hele dag blijft regenen. Op internet zie ik dat een uurtje verderop, in Het Bayerische Wald, een Glasmuseum is. Rudolf Schmid heeft 50 jaar geleden een oude schuur gekocht en die in de loop van de jaren verbouwt tot een kunstproject met daarin raamschilderijen en houtsnijwerk. Zijn volwassen kinderen vullen inmiddels ook een deel van de Gläserne Scheune[vi] (Glas-schuur) met sierraden, boeken en schilderijen. Ik zet mijn koptelefoon op en luister naar de verhalen over de bouw, de kunstenaar en zijn werk. Normaal doe ik dat niet zo snel, maar ach, buiten regent het. De kunstenaar werkt graag met potlood/grafiet en op matglas. Hele ramen zijn voorzien van verhalen en legendes uit het Beierse Woud. Het zijn geïllustreerde verhalen over het leven van Heigl, een rover die het woud onveilig maakte in de 19e eeuw. Over bijgeloof van


vliegende heksen, duivels, en andere bovennatuurlijke krachten. Een andere grote wand gaat over het leven van de ziener Mühlhiasl [vii] die in de 18e eeuw het Beierse Woud leefde.  

Een van zijn laatste werken, is een wand met het verhaal van Adam en Eva, althans zoals het volgens de kunstenaar, ook zou kunnen zijn gegaan. Waarbij God Eva schiep die in het paradijs woont, daar bevalt van een zoon Adam, een ondeugende jongen die door de slang verleid wordt om de appel van de levensboom te plukken. Een vertoornde God stuurt Adam het paradijs uit en zijn moeder gaat vrijwillig met hem mee. Niet Eva, de vrouw, als het zwakke geslacht maar de man, Adam die de zondeval veroorzaakt. Als ik het verhaal volg  - opmerkelijk genoeg van rechts naar links “lezend” – staat de kunstenaar daar, inmiddels 87 haar, in gesprek met een andere bezoeker. Ik speel met de gedachten om hem te bevragen over dit werk en luister stiekem naar het gesprek. Om dan te ontdekken dat de ouderdom een goed gesprek niet meer mogelijk is. Helaas.  Ruim een uur later loop ik de Glas-schuur uit.


Tegen het einde van de middag zoeken weer een gewone camping op, met daarnaast het gemeentelijke zwembad. Ondanks de dreigende regen gaat Wil René zwemmen – in het binnenbad. Ik heb geen zin in het echoënde en chloorstinkende ruimte. Ik ga wel douchen.

De volgende ochtend is het even blauw maar al snel drijven de grijze wolken daarvoor en begint het te regenen. Ik bedenk weer een regenprogramma voor vandaag. Shoppen in zo’n groot overdekt winkelcentrum bij Neurenberg. Op zoek naar nieuwe polo’s voor Wil René, dan kunnen er een aantal, met gaten, de prullenbak in. Alleen een parkeerplaats vinden, blijkt niet eenvoudig te zijn. Natuurlijk zijn er parkeergarages voor auto’s, maar die zijn niet hoger dan 2,3 meter. Het winkelcentrum ligt midden in een druk gebied van bedrijven én oude woontorens, waar blijkbaar veel te weinig parkeerplekken zijn. We rijden een rondje, vragen het na bij de bezinepomp. Die geeft ons de meeste kans, rechtsaf de woonwijk in. En ja, we vinden een plek waar we als camper in passen, door de fietsendrager over een deel van een brede stoep te zetten. Ja, een rollator kan er langs. Terwijl het buiten regent, wandelen wij van winkel naar winkel, door drie etages, met af en toe een pauze. Met vier nieuwe shirts, en pijnlijke voeten wandelen we twee uur later terug naar de camper. Het is droog en een waterig zonnetje doet zijn best tussen de wolken door te komen. We hebben een plekje geregeld op een naturisten-verenigingsterrein want de mensen van de weer-app beloven morgen zon. 


En dat klopt! Zwemmend en schilderend komen wij de dag wel door. In de middag is het stockschiessen[viii]. We zijn uitgenodigd om te komen kijken. Gisteren probeerde de man van de

vereniging me uit te leggen wat het was maar ik kon me er geen voorstelling van maken. Het blijkt een soort curling te zijn maar dan op asfalt. Twee teams zijn bezig om hun stokken zo dicht mogelijk bij de Daube te krijgen. En dan lijkt het weer op jeu de boule. Het team dat zijn ballen (hier stokken) het dichtstbij het kleine balletje gooit, krijgt punten, en dus probeer je elkaars ballen/stokken weg te ketsen. Het is een sportieve vereniging. Ook op zondag spelen ze dit, zaterdag is er een jeu-de-boule-toernooi en daarnaast wordt er regelmatig getennist. Donderdagmiddag zijn er drie tennistafels bezet. Ik pas. Ik heb net al in het Neues Museum Nürnberg een paar pingpongballetjes geslagen

met batjes van gerecycled materiaal. Interactie met een kunstwerk is natuurlijk het leukste. Zo ook de plattegrond van een kubus waar regengordijnen de wanden vormen. Je kunt op een van de vakken gaan staan, je weet alleen niet wanneer welke wand gaat spuiten. En als alle watermuren het doen – wordt je nat. Het kunstwerk staat buiten,

en menigeen springt ,net als ik, snel in een vlak om niet door het water verrast te worden. Voor een ander kunstwerk moeten we sloffen aantrekken en liggen we op kussens naar het plafond te kijken waar een verwarrende videofilm wordt getoond. Dan zijn de spiegels wat boeiender.  De

bovenste etage bevat een collectie van Gerard Richter, een van de duurste nog levende kunstenaars. Iemand betaalde in 2015 maar liefst 41 miljoen voor een abstract schilderij. Niet dat ik het aan de muur wil hebben, hoor. Richter zelf vindt het ook absurd. In een video zegt hij dat hij niet snapt dat iemand de prijs voor een huis uitgeeft aan een schilderij. Ik ook niet. Ik ben al zeer vereerd dat iemand mijn schilderij aan zijn muur hangt ergens in een stadje in de buurt van Monza (It). Als bewijs kreeg ik deze foto.


We blijven cultuur snuiven. Onze volgende bestemming is Chemnitz, culturele hoofdstad dit jaar.

Het ligt in het voormalige Oost-Duitsland, 100 km ten zuiden van Leipzig en 100 km westelijk van Dresden. Het is een voormalige industriestad met in 19e eeuw de bijnaam:  Manchester van Saksen vanwege de vroegbloeiende industrie én vervuiling. Textiel (handschoenen, kousen) en bouw van stoommachines. Net als veel Duitse steden is het zwaar gebombardeerd en ten tijde van de DDR zijn in het centrum de gaten gevuld met Sovjet gebouwen. Dat maakt de stad een allegaartje van gebouwen. De stad heette destijds ook  Karl Marx Stadt. Sinds de val van de muur heet de stad weer Chemnitz. Het haalde ook nog het nieuws in 2018 toen Neonazi’s, skinheads en hooligans op mensen met niet Westers uiterlijk jaagden. Na een moord gepleegd door een migrant sloeg daar de vlam in de pan. Een jaar later werd een Neo-nazi herdacht met toespraak en vlaggen bij een lokale voetbalwedstijd. Volgens de club omdat ze er niet onderuit kon…[ix] Met die verhalen in mijn achterhoofd, krijg ik kippenvel als een een gozer met een lange zwarte leren jas, hoge laarzen en een jaren-30 kapsel (strak achterover gekamd haar en aan de zijkant opgeschoren) me tegemoet loopt. En aan de grijns op zijn gezicht te zien, weet hij, dat hij die reactie oproept. Als ik ’s avonds naar een concert in het park luister, ben ik verrast dat er een politiebusje stapvoets voor mijn bankje rijdt én even

later lopen vijf politieagenten voorbij. Ik voel de spanning die dat oproept bij de jongeren om me heen. En mede omdat het concert niet super is: tijd om naar de camper te gaan. Wat maakt dat hier Neo-nazi’s hier ruimte nemen en krijgen? Ik lees een verhelderend artikel over de achtergrond, die alles te maken heeft met de val van de muur (1990): massale ontslagen en West Duitsers die fabrieken en vastgoed opkopen en de nieuw huisbazen worden. Maar vooral de desinteresse voor de kolossale gevolgen van de val van de muur voor de Oost-Duitsers[x]

De camper hebben we geparkeerd op een gloednieuwe camperplek, die nog niet helemaal af is.

Het is een grasveld waar je je plekje kunt kiezen. Tegen betaling kun je ook water en elektra tappen. Verder is er niks. Het is zo nieuw, dat ik een paar keer mensen nieuwsgierig het terrein zie oplopen en dan de tekst bij de betaalzuil zie lezen. We ontdekken dat er wifi is en via een appje krijgen we de inloggegevens. De kwaliteit van de verbinding is soms zwak, daarom hebben ze nog geen QR-code opgehangen. Voor 2 nachten is dat oké, daarna zoeken we wel weer een camping op. Er hangt wel een adres waar we afvalwater en het chemisch toilet kunnen legen. Als we daarheen rijden, blijkt dat het afvalstation van de gemeente te zijn. De opzichter kijkt ons raar aan, maar verwijst ons naar achteren. Als er nog plek is kunnen we wel lozen. Met fronsende wenkbrauwen rijden we het terrein op en vinden alleen een gewone straatput. We gebruiken geen chemicaliën voor de toilet, dus lozen we die in die rioolput. Dan komt de opzichter om de hoek en wijst ons een tank aan, waar we het toilet in kunnen legen. Oeps, we beloven de volgende keer het beter te doen.

Tot onze verrassing is in Chemnitz het prachtig weer. We fietsen meerdere keren de 3 km naar het centrum. Voor info, om te eten, het parkconcert, ontbijt en een kunstmanifestatie in een oude energiefabriek. Die fabriek heeft alles te maken met de prangende vragen over energie, water, natuur en landschap. Kunstenaars geven beelden en woorden aan de zorgen. Ik ben vooral gecharmeerd van de locatie. Een geluid-installatie in de koeltoren is indrukwekkend door de hoogte en de vele echo’s. In het deel over open-mijnbouw (bruinkoolwinning) staan twee drilboren tegenover elkaar met een kogel op de punt – klaar voor een duel. Op de muur erachter krijgen oude verfdruipers in eens een andere betekenis.


Na twee dagen rondfietsen, hebben we het wel gezien. Het is geen mooie stad, wel veel contrasten: barok en moderne bouw naast elkaar, groot bos waar we doorheen fietsen om industrieterrein te bereiken, veel leegstand én opnieuw gebruik zoals oude spoorbaan waar de hele dag mensen wandelen en kinderen spelen. Transformatie is dan ook een van de thema’s van Chemnitz als Europa’s Culturele hoofdstad. 

En wat doen we dan? De komende week is het regenachtig en fris in én boven de Alpen van Parijs tot in Slowakije. Alleen mijn broer meldt hoge temperaturen in Noorwegen. Nou dat is dan toch weer echt te ver weg. Terug naar Italië willen we niet – we moeten over zo’n twee weken in Nederland zijn. Wat is er te doen als we twee tot drie uur naar het westen rijden? Waar zijn we dan met onze kruissnelheid van 85 km per uur? Ik kijk wat er mogelijk te doen is. Ik stuit op de Drachenschlucht, een wandeling van 3 km door een kloof bij Eisenach. Drie kilometer moet ik kunnen lopen. Na al die cultuur, is natuur wel een mooie afwisseling. Op de kaart zie ik meerdere parkeerplaatsen. We kijken daar wel, het is maandag dus erg druk zal het er niet zijn. Als we rond 13 uur de situatie bekijken, kiezen we voor de parkeerplaats aan het einde van de kloof en dan fietsen we wel naar het begin van de route. Na afloop pikken we die daar later wel op met de camper. Die keuze betekent wel, dat we naar boven moeten lopen. Ik loop eigenlijk makkelijker naar beneden maar de weg die we fietsen is erg druk, slingerend en met 8 tot 10 % helling ook niet heel veilig. Met 35 tot 40 km per uur zijn we nu zo beneden. De eerste 1,5 km is het een leuke wandelroute tussen rotsen door. We lopen naast een klein stroompje.

Als de route te smal wordt (70 cm) lopen we boven het water op roosters. Hoewel het grijs is, is het droog. En het aantal toeristen valt mee, het merendeel zijn gezinnen. Halverwege kunnen kinderen een stempel in hun boekje zetten, die verstopt zit in een kistje. We hebben net tegen elkaar gezegd dat de stijging goed te doen is, als we het eerste trapje tegen komen. En hoe dichter we bij het eindpunt komen, hoe meer we moeten stijgen. En hoe langzamer ik loop. Hijgend en zwetend kom ik boven. Blij dat de camper daar staat, en plof neer op de bank. Tja het venijn zat dus in de (draken)staart. Erg ver willen we niet rijden en zetten de camper op een parkeerplaats in Eisenach. Daar mogen we overnachten en een Grieks restaurant zit op 5 minuten lopen. Dat red ik nog wel.

’s Avonds is het weer de vraag waar gaan we heen. Ik wil wel graag een douche. Ik herinner me dat we drie jaar geleden in de buurt van Dortmund een poging hebben gedaan om een ijzersmeed-workshop te doen, die ging uiteindelijk niet door vanwege de hitte en het brandgevaar en volgens de website zou die 6 augustus weer gehouden worden. Ik stuur ze een e-mail en helaas blijkt het onjuist te zijn. Ruzie tussen smid en gemeente, ontdek ik op internet. We stonden toen op een camping met een heel mooi zwembad. Een weer “niet-gewone” camping van een naturistenvereniging. Natuurlijk is er plek met dit regenachtige weer. Het is er rustig want de

meeste leden zijn met vakantie. We krijgen de sleutel van het verenigingsgebouw en uitleg hoe het systeem werkt van het zwembadafdekking. Het water is namelijk 27 graden en dat willen ze

graag zo houden. De eerste dag is het lekker zonnig maar daarna is er regelmatig een bui. Dus mogen we in het verenigingsgebouw schilderen. Bijna iedere dag is de sauna aan dus we vermaken ons prima.

De schilderijen die we deze weken hebben (af)gemaakt:

We moeten wel een keer boodschappen doen en fietsen met regenpakken in de tas, de berg af naar Herdecke dat veel vakwerkhuizen heeft. De zon piept zelfs door de wolken en geeft meteen

het gevoel van vakantie. We genieten van een kop koffie op het terras. Helaas is de kopieerwinkel vandaag gesloten, maar een straat verder is er een piepklein winkeltje, waar we foto’s kunnen printen om na te schilderen. Na de boodschappen fietsen we de berg weer op en dit keer staat bij Wil René het zweet op zijn rug.  


We zijn al een tijdje aan het kijken naar een nieuwe camper. Vorig jaar op een kampeerbeurs zagen we een aardige, maar die had toch teveel negatieve punten. Nu zien we op internet een model die interessant is, maar eerst zien. Ik stuur een paar mailtjes naar leveranciers in Duitsland en Nederland.  Eén meldt dat hij er een heeft staan. Die is al wel gereserveerd maar we kunnen ‘m nog wel bekijken. En die staat ….. in IJsselstein. Dus rijden we morgen al naar Nederland. Eerder dan gedacht maar vanaf woensdag schijnt het daar ook weer zomer te worden.


Voetnoten:

[i] Kunstenaars op de foto’s zijn: Fraser Hooper (bokser) Garaghty and Thom (eenwiel), Gina Sibila (Cyr-wiel), Manshula Circo (hoepels)

[iii] Straatperformers op de foto’s Soul Project (dans), Stradeaperte (muziek) Ray Circus (jongleur)

[ix] NOS - Twee gewonden na nieuwe avond vol onrust in Oost-Duitse stad Chemnitz  - https://nos.nl/l/2247796

[x] Johan de Poortere, VRT jourmalist – 2018. Vanaf alinea Petra Köpping. https://vrede.be/nl/nieuws/chemnitz-het-lelijke-gezicht-van-duitsland

 

 

  • 18 jul 2025
  • 11 minuten om te lezen

7 – 18 juli 2025, Sasselo, Lugano, Piano Porlezza, Pfunds, Bad Aibling


Nadat we voor de hitte in de bergen geschuild hebben, is de temperatuur zo gezakt, dat we op

een willekeurige Italiaanse camping kunnen gaan staan, zolang het niet bij een grote stad is. We kiezen echter geen gewone camping maar een naturistencamping. Daar zijn er niet veel van in Italië. “We’ve got the pope”, is de uitleg van onze Italiaanse buren. Zelf vertellen ze ook niet aan vrienden of buren dat ze bloot kamperen. “Dat snappen ze niet, terwijl het normaal is, toch?” Ja voor ons wel en we maken er zeker geen geheim van. Niks fijner dan zwemmen zonder badpak en douchen tussen

de bomen. Het grootste nadeel van een blootcamping is de ligging: in the middle of nowhere. In dit geval nabij het dorp Sassello - 1800 inwoners. En daarvoor volgen we 45 minuten een kronkelende rivier om van de dichtstbijzijnde grote stad in het dorp te komen. Vanaf de camping is het dorp 15 minuten fietsen (bergafwaarts) en in 20 minuten terug. Het is een leuk dorp.

We gaan op een terras zitten en wat me opvalt, is dat mensen elkaar groeten en uitgebreid met elkaar staan praten. Later blijkt dat dat het enige terras dat open is, dus niet zo gek. Volgens onze Italiaanse buren die uit de buurt van Monza (Milaan) komen, zijn ze boven verwachting aardig. “Want de Liguriers (Italianen van de Noordwestkust) zijn over het algemeen erg afstandelijk.” Bij

de koffie krijgen we een lokale lekkernij Amaretto. Een zacht soort bitterkoekje . En die is ook boven verwachting lekker. Tot nu toe waren de Italiaanse koekjes heel droog. Dan vallen ze in je mond als poeder uit elkaar, en moet je iets te drinken in de buurt hebben, om het weg te spoelen. We wandelen door het dorp langs piepkleine winkeltjes. De slager heeft het vlees herkenbaar  hangen. De bakker ontdek ik omdat er achter een kralengordijn veel gelachten en gepraat wordt. Eerst zie ik de Palestijnse vlag en dan het bord dat een bakker doet vermoeden. Het is een oude bakkerswinkel. De dame achter de vitrine is zelf zeker 60+, en vertelt aan de hand van een foto dat haar vader en moeder hier al bakten. Destijds was dat op kolen, nu op gas. Dankzij mijn Spaanse-duolingo-woordenschat kan ik het Italiaans aardig volgen, en de dame noemt soms wat Engels woorden. Het brood is zo lekker dat Wil René een dag later weer de berg afdaalt om groot soort stokbrood te kopen. De enige supermarkt heeft boven verwachting een groot assortiment. Het is een pijpenla van twee gangpaden met stellingen tot aan de nok gevuld, net zoals in Marokko. En waar je regelmatig moet wachten tot een andere klant zijn keuze heeft gemaakt, omdat je elkaar nauwelijks kunt passeren. 

Nieuwsgierig wat er nog meer te doen is in de buurt, bekijk ik ook de restaurants. Bij één zie ik in de positieve reviews dat ze thema-avonden organiseren. Met een beetje speuren, zie ik dat ze vanavond een bbq-avond met livemuziek hebben (indie-rock). Lijkt me leuk/lekker. Dus fietsen we de berg af, en een andere berg op want het restaurant ligt aan de rand van het dorp. Het restaurant heeft zijn tafels in de tuin gezet en de band is zich aan het installeren. De sfeer is relaxed. We mogen aan een klein tafeltje met van die harde terras stoelen gaan zitten. De ondergaande zon houdt ons nog even warm. De bediening doet hippieachtig aan. Misschien door de hemdjes, harembroeken, kralenketting en tattoos. Andere gasten komen binnendruppelen en

de meesten begroeten elkaar, of de serveersters, of de bandleden en sommigen alle drie. Het voelt alsof we op een buurtfeest zijn aanbeland. We zijn ook de enige niet-Italianen. De bandleden zijn heel jong en hebben nog niet vaak opgetreden. Het duurt een hele poos voordat het overtuigend klinkt. De geprinte menukaart is uiteraard in het Italiaans en de serveerster doet haar best die te vertalen. Gefrituurde groenten (inclusief courgettebloem) als vooraf,  bbq-vlees als hoofd gerecht en een appelflan als toetje. En dan voor het helemaal donker is, stappen we op de fiets. Met een net te volle buik.    


Met weinig afleiding in de buurt, maakt dat we iedere middag schilderen. En ja hoor, mensen komen kijken en een praatje maken. Zo ook onze Italiaanse buurman Frediano. Hij schildert zelf ook. Al 15 jaar. Toen hij geen meer werk had, spoorde zijn vrouw hem aan. Ergens 51 jaar geleden had hij ook wat geschilderd, toen hij moest wacht op de geboorte van zijn zoon. Frediano blijkt inmiddels 82 jaar te zijn en spreekt redelijk goed Engels. Hij heeft een paar keer in Amerika gewoond voor het werk, 40 jaar terug. Het Engels is roestig maar in de dagen die volgen gaat het steeds makkelijker.  Zijn vrouw Rita worstelt meer met het vinden van woorden. Na twee dagen begrijp ik dat ze met haar ‘nephews’, haar kleinkinderen bedoeld.

Het klikt tussen ons, we maken regelmatig een praatje. Ze blijken helemaal verliefd te zijn op Corsica. De zee - de bergen - weinig mensen. Frediano heeft vaak het landschap van Corsica geschilderd. Zijn schilderijen zijn heel gedetailleerd en hij doet er maanden over een doek, en bijna allemaal in olieverf. Ieder blaadje, kiezelsteen is herkenbaar. Thuis hangen al zijn

schilderijen in de woonkamer. Ze wonen net als wij beneden, en boven hun woont hun zoon en zijn gezin. Ze blijken al heel lang duurzaam te leven. De warmtepomp heeft het namelijk na 18 jaar begeven. Ze eten voornamelijk groenten en pasta en misschien twee maal per maand vlees. En dat horen we pas als ze een hapje met ons mee eten: kip korma.  

Rita komt uit Milaan, haar vader was echter een Siciliaan, die trouwde met een vrouw uit Lombardije, haar moeder. Ze heeft tot haar verdriet veel jaren aan de voet van de Etna gewoond. Sicilië was arm en ouderwets. Ze mocht als meisje niet alleen over straat. Het wonen bij de Etna betekende ook dat ze regelmatig moest vluchten. Frediano vertelt over die keer dat ze een kleine aardbeving in Californië meemaakten. Rita lag ziek in bed, en op het moment van de aardbeving wil Frediano haar gaan zeggen dat ze gewoon in bed moet blijven, als hij haar  onderaan de trap tegenkomt, met koffers in de hand.


Op de camping schildert Frediano met aquarel en is bezig om op een klein paneeltje, zeer gedetailleerd, een kolibrie te schilderen. Hij geeft mij ook een paneeltje om te proberen. Het heet aquaboard (Ampersand). Het is kant en klaar (niks eerst vastplakken en dan bobbelt het papier nog vaak door het water). Ik schilder een waslijn. Die zag ik ergens in Italië en vond de kleuren en de volgorde interessant. Én gaandeweg ontdek ik, dat je op dat paneel kunt corrigeren! De schaduw vind ik te sterk en haal ik weg om die te vervangen door een zachtere tint. Interessant. Als het klaar is geef ik Frediano het geschilderde paneel, in ruil voor een kop koffie. Hoewel interessant, ga ik zelf die aquaborden niet gebruiken. Ze zijn kostbaar (paneeltje van 13x18 kost 10 euro) én ik vind het ook wel weer spannend om het gekleurde water zijn weg te laten vinden.

Wil René heeft zichzelf een grote uitdaging gegeven met het schilderen van een oude man – veel rimpels - met baard. Daar is hij in de bergen al mee begonnen en daar is hij nog wel even zoet mee. Dus het eindresultaat komt hopelijk bij het volgende verhaal. Hij staat altijd te schilderen en na 4 dagen schiet het in zijn rug, als hij zijn zwemtas van de grond oppakt. Zwemmen helpt, net als tijdelijk niet schilderen. Het lijkt de goede kant op te gaan.


Het regent pijpenstelen als we vertrekken. Dat hadden we al voorzien. We hebben alles al ingepakt. Alleen de wc moet nog geleegd worden. De weer-app zegt dat het voorlopig niet droog wordt. Met regenjas aan stapt Wil René de regen én de plassen in. Stoere man. Totdat hij een matje van de grond pakt…. en het weer in zijn rug schiet. Met pijnstillers, regelmatig pauzeren, en ik als chauffeur, redt hij de reisdag. Buien en zon wisselen elkaar af. Het regent als we eind van de middag Zwitserland in rijden. Desondanks is het uitzicht over het meer van Lugano indrukwekkend.

 

Op de camperplek boven de stad is nog plek. Morgen gaan we de stad wel bekijken. Vandaag ben ik daar te gaar voor. Helaas miezert het de volgende ochtend. Niet echt lekker om een stad te bekijken. We tutten met ontbijt, ik lees de krant uitgebreid en wacht tot het droog wordt. Pas dan wandelen we naar beneden, en langs het meer, het centrum in. We trakteren onszelf op koffie met een gebakje, een beetje troostvoedsel voor Wil z’n pijnlijke rug. Het is Zwitserland, dus uiteraard de hoofdprijs, 27 euro. We proberen te betalen met twee oude Zwitserse frankbiljetten maar die kan de ober niet accepteren. Daar was ik al bang voor. Ze zitten al 20 jaar in de kluis. Ze zijn over van een vakantie, toen digitaal geld nog niet zo gewoon was.  We pinnen en de ober tipt ons om

de Franken bij de Zwitserse bank te wisselen. Ik heb er weinig fiducie in maar we wandelen toch een bank in, zo een met marmeren vloer en gouden deurstijlen. Eenmaal binnen zien we niemand, het voelt alsof we verkeerd zitten. Wil René loopt door en achter de planten zitten waarachtig vier loketten. De bankemployé ruilt direct onze 20 en 10 frankbiljetten voor nieuwe. Enigszins verbouwereerd wandelen we de bank weer uit. Niet verwacht dat het zo eenvoudig zou gaan.  

Inmiddels zijn de wolken verdwenen en zien we het meer en de stad op zijn mooist. Wat een verschil met het druilerige weer van gisteren en vanochtend. En dan komt het onvermijdelijke: weer terug naar boven lopen. Met de trap. Een eindeloze trap met de zon die ondertussen stevig brandt. Ik zwoeg naar boven. Het uitzicht is dan wel weer een cadeautje.


De reis gaat verder, naar een camping met zwembad. De rug therapie voor Wil René.  Ik vind de dichtstbijzijnde net voorbij het einde van het meer van Lugano – weer in Italië. Uurtje rijden met prachtig uitzicht op het meer, afgewisseld met donkere tunnels. Hoewel we rond 3 uur bij de camping zijn, die 200 plaatsen heeft, zijn er nog weinig plekken over. Oh ja, het hoogseizoen is begonnen. Dat merken we ook aan de prijs: 47 euro voor een nacht. We vinden een plekje in de schaduw. De camper moeten we er wel schuin inzetten, anders staan we nog op het pad. Het zwembad zit vol met kinderen met bandjes en zwembanden, beetje zigzaggend lukt het om een aantal baantjes te trekken en af te koelen. De wasmachine is vrij, nog snel een wasje draaien. Nu hopen dat de was snel droogt. Nou nee, een schaduwplek betekent weinig zon en de bomen die voor de schaduw zorgen dempen de wind. Gelukkig is het een droge nacht. De campinggasten blijken bijna allemaal Nederlandse gezinnen, wat als voordeel heeft dat het zwembad om 7 uur verlaten is, die zitten allemaal aan het avondeten. Ook de volgende dag komen we onderweg veel Nederlanders tegen. In deze twee dagen hebben we er meer gezien dan in de afgelopen twee maanden.

We rijden langs het Comomeer, via de Majolapas, St. Moritz naar Oostenrijk. Wil René rijdt de hele route omdat hij weet dat ik zo blij wordt van het uitzicht op de bergen. En rijden èn rondkijken, gaat niet samen. Bovendien op die smalle wegen, waar dan ineens de middenstreep

weg is en een vrachtwagen ons tegemoet komt…. Het zweet zou op mijn voorhoofd staan. Nu draai ik het zijraam open en zeg alleen – nog 10 cm, nog 5 cm ruimte… 


Ik geniet van het prachtige uitzicht. Zeker vanaf de Majola pas. Ik had verwacht weer met haarspeldbochten af te dalen maar we blijven op hoogte en dan is het gek om zoveel zeilers, surfers en kite-vliegers te zien in het Silsermeer en Silvaplanermeer. De route naar boven en naar Saint Moritz is een klein stukje van de Grand Tour Zwitserland. Leuke naam, trouwens 😉. De naam hoort bij een roadtrip[i] van 1643 kilometer waarin de highlights van Zwitserland verbonden worden.

We volgen rivier de Inn, waarvan ik niet wist dat die in Zwitserland ontspringt. Hoe verder we naar

het Oosten rijden, hoe meer regenwolken we zien. Net over de grens met Oostenrijk is het wegdek nat maar nieuwe regen laat op zich wachten tot in de avond. We hebben een camperplaats gevonden naast een camping waar we voor 15 euro kunnen staan (itt de 44 euro van de camping) mits we geen gebruik

maken van de wc of douche. Geen probleem. We hebben mazzel, vandaag is het tent-restaurant geopend waar we een ‘schnitzel mit pommes’ kunnen eten. De kok is een gepensioneerde kok die vroeger in berghutten kookte maar die het koken niet kan laten. Nou wij kunnen het koken vandaag best wel laten, en schuiven met een bord vol aan een picknick tafel.  Ook deze camping blijkt vol te zitten met Nederlanders. Kajakkers zo te zien.    


Wil René’s rug gaat een klein beetje beter maar niezen is nog altijd verboden, net als dingen oprapen van de grond. Hij is afhankelijk van mij. Ik help hem zijn schoenen aan te trekken en te strikken. “Ik voel me nu echt een oude man”, zucht hij. Eigenwijs als hij is, pakt hij toch dingen uit de lage kastjes met een kaarsrechte rug en een knie op de grond. Het ziet er komisch uit.            


De volgende ochtend hangen de wolken laag in het dal maar het is droog. We wandelen ’n half uur voordat we weer verder trekken, de Inn volgend.  Als ik achter het stuur zit, besluit Wil René dat hij niet via Innsbrück wil rijden en dirigeert me in een dorp de heuvel op. Met enkele haarspelbochten komen we in het lauglaufdorp Seefelt in Tirol. Het ligt op een plateau en is levendiger dan ik verwacht had. Meestal zijn wintersportplaatsen in de zomer saaie en doodse plekken. Hier zijn veel wandelende en fietsende toeristen, de kabelbanen draaien. Van daaruit is het nog 10 kilometer naar de Duitse grens. Terwijl ik met 80 de berg af rij, valt de Tomtom vanaf het dashboard naar beneden. Meteen knippert de display van de auto dat ik de motor in de parkeerstand moet zetten (we hebben een automaat) en valt de motor uit. Omdat we naar beneden rijden, heb ik dat nog niet eens in de gaten. Wil René ramt op de alarmlichten en roept – “remmen! Je moet stoppen en de motor opnieuw starten.” Spannend moment want op een 2-baansweg waar auto’s 100 mogen, te gaan stilstaan… Gelukkig sta ik niet in een bocht, zijn er weinig tegenliggers en de motor is ook weer zo gestart. Waarschijnlijk is de routeplanner op de contactsleutel gevallen. Zonder kleerscheuren rijden we Duitsland binnen dat er meer Tirol-kitsch

huizen, klederdracht heeft dan dat ik in Tirol zag. De natuur is prachtig met meren, bossen en rotsen. Even overweeg om hier een plek te zoeken maar dan moeten we morgen zo ver rijden. Dus karren we nog anderhalf uur verder de vlakte in. Vlak bij Rosenheim is weer een camperplek

in een klein dorp voor 15 euro. Er zijn 31 plekken, dat leek me genoeg maar om half vijf hebben wij plek 30. We staan

ingeklemd tussen twee Duitse campers. De naam van dit dorp begint, net als veel andere Duitse dorpen met Bad. Op wikipedia[ii] lees ik dat dat betekent dat er een kuuroord zit. Pas dan keurt de overheid de toevoeging Bad goed. De camperplaats ligt naast dat kuuroord. Kan niet beter voor Wil René’s rug. Gelukkig hebben ze ook een gewoon buiten zwembad dat tot 7 uur open is. De zon schijnt nog en met 20 graden is een buitenbad nog prima. Kunnen we meteen douchen.

 

De rouwkaart van Marij, die overleed op de camping in de bergen, krijg ik vandaag per mail.  Die rouwkaart doet me denken aan de A3-aanplakbiljetten in Italië. Het zijn eenvoudige posters die op publicatieborden zijn opgeplakt en waarop staat vermeld wie is overleden. Soms is het een dikke laag posters. Ergens lees ik dat in Italië geen rouwbrieven worden verstuurd omdat de begrafenis al 24 tot 48 uur na het overlijden plaatsvindt. Ik zag ze in Sicilië waar ik me dat vanwege de

temperatuur goed kan voorstellen. Maar ik zag het ook in de Alpen. Het zijn niet alleen mededelingen maar vaak ook een aankondiging van de begrafenis. Of een herinnering  - de x-ste verjaardag van het overlijden. Deze meldingen hebben bijna altijd een foto van de overledene.  In Rhêmes-Saint-Georges hangt het overlijdensbericht naast de reclame van de pizza foodtruck en de gemeentelijke berichten. Dood hoort bij het leven, denk ik dan.  


Voetnoten

© 2025 Hellie van Hout

bottom of page