top of page
  • 15 nov 2025
  • 7 minuten om te lezen

Benigembla,Relleu 4 – 13 november 2025


We rijden twee uurtjes vanuit Valencia. Het laatste half uur, kronkelen we het gebied van Vall de Pop in. Vorig jaar vertelde Thijm me, dat ik beslist het dorp Benigembla moest bezoeken omdat we graag muurschilderingen bekijken. Daar rijden we nu naar toe. Er zit ook een mooie camping, dus melden we ons bij de receptie. Het is nog november en kunnen we op de bonnefooi een camping oprijden.

We zetten de camper met de opening naar het zuiden om zo lang mogelijk te genieten van de

zon. Maar eerst het dorp een bekijken. Onderweg zagen we al een mooie muurschildering vanwege het 3D-effect. Dat alleen werkt, als je vanaf de weg kijkt. Ik zie bogen die me het idee geven dat er daadwerkelijk ruimte zit onder in het huis. En de hand lijkt echt uit het huis te komen. We kijken voor de zekerheid of de muur vlak is. De kunstenaar is Juandres Vera[1] en in het dorp zijn nog een twee te zien van zijn hand. En hoewel het dorp klein is (400 inwoners) worden jaarlijks door huiseigenaren muren aangeboden om te beschilderen[2]. Dit jaar zijn er weer twee bijgekomen.


Natuurlijk schilderen wij ook. Niet op muren maar op A3 vellen. Ik maak er twee met aquarel. Een landschap dat ik in Frankrijk zag en een prachtige kip die rondscharrelde op de Franse camping. Met olieverf maak ik een impressionistisch schilderij gebaseerd op Derain. Althans ik wil het met paletmessen maken maar de sierlijke lijnen op de kimono dwingen me om aan het einde een kwast te gebruiken.


Wil René maakte een variant op het werk van Karen Mathison Schmidt (Pink path), en schildert onze handen. Bovendien heeft nog drie werken onder handen.


Achter de camping loopt een mountainbike- en wandelpad naar de top – 13 km. Dat is te ver lopen. Ik wil wel n stukje doen. Te voet. En dat is maar goed ook want ik had van zijn lang zal ze leven dat pad niet durven fietsen. Met mijn ogen op het pad, balanceer ik van steen naar steen. De losliggende stenen vermijdend. Daardoor zie ik wel de bloeiende krokussen en de bloeiende rozemarijnstruiken. Na een kwartier heb ik mooi uitzicht op het dal. 



De vallei is ook het terrein van wielrenners. Dat maakt dat we wel durven te fietsen op de enige weg in het dal, omdat automobilisten ruim om je heen gaan. Om boodschappen te doen, zullen we ook wel moeten. De supermarkt ligt in Xálo / Jalon, 11 km bergafwaarts èn wind mee. Met een gemiddelde van 28 km per uur zijn we er zo. We drinken koffie in één van de wielrennerscafe’s. Lekker in de zon en uit de wind, omgeven door oude wielrenshirts, bidons, posters ed.


Met volle fietstassen weer heuvelop en wind tegen. Wel een prachtig uitzicht. In de buurt van Benigembla zien we olijfboomgaarden waar netten onder de bomen liggen om de olijven op te vangen. Het oogstseizoen begint binnenkort. Het dorp blijkt ook goed te zijn in olijfolie.

 


Aan het eind van het dal, 10 km hogerop ligt Castell de Castells. Ook een klein dorp met 400 inwoners. Er is een klein museum over het dorp en over grottekeningen. Leuk uitstapje op de fiets, al moeten we er wel 200 meter voor stijgen. En als laatste de steile straten van het dorp omhoog. Het museum ligt verscholen in de straat naast het gemeentehuis. Als we om de hoek komen, staat Joanna, gids in het museum, toevallig buiten. We kunnen de fietsen binnen zetten en vervolgens neemt ze ons mee door het grootste huis van het

dorp. Ooit eigendom van de rijke dokter, en daarom zelfs een aparte keuken had. Joanna is hier geboren en getogen. Ze vertelt dat er vroeger geen auto’s waren. Haar overgrootmoeder ging soms met de bus naar Dénia. Een uitje naar een stad aan de kust, waar ze chocola en churros at. En dan weer

terug. De meeste mensen leefden van de landbouw. Haar vader had vroeger bijen, ze kijkt verlekkerd naar de honingslingeraar. Maar tegenwoordig zijn er weinig bijen meer, sinds de amandelbomen weg zijn vanwege de besmetting. Na dit verhaal, vallen me de dode amandelbomen op.      

Net als bij de olijfbomen in Zuid-Italië, sterven bomen af door de Xylella bacterie, er is geen remedie voor. Ook de Spaanse overheid besloot de zieke bomen te kappen, én alle bomen in een straal van 100 meter, om verdere verspreiding tegen te gaan. Sinds 2019 zijn er in de provincie al ruim 200.000 amandelbomen gekapt. Tot groot protest van de boeren. De amandelteelt in deze vallei is zo goed als verdwenen.[3] De toekomst voor de telers ziet er niet rooskleurig uit: de bacterie zal zich ook verspreiden onder olijfbomen, wijnstokken, citrus-, perzik- en kersenbomen, rozemarijnstruiken etc.

Het museumpje vertelt niet alleen over de lokale geschiedenis maar ook over muurschilderingen, van ca. 9000 jaar oud. Geen mammoeten, reeën of stieren maar zoiets als religieuze kunst. Althans zo worden de oude tekeningen geïnterpreteerd.

Ruim een uur later stappen we op de fiets voor koffie. Zonder het enthousiasme van Joanna stonden we waarschijnlijk al na 15 minuten buiten.

Het kleine dorpje zelf is ook een plaatje 😉

         

Sinds een paar dagen stormt het, de hele dag. Flinke windstoten dus luifel in, en de deuren goed vasthouden. We hebben de camper zelfs een kwartslag gedraaid om een beetje in de luwte te kunnen zitten.


Het is westenwind dus komt de wind vanuit de bergen door de vallei aanstormen. Nog meer wind mee, als we naar Xalo fietsen. Het is zaterdag en dan is er daar een grote rommelmarkt. Antiekhandelaren, naast kunstenaars en mensen die hun garage hebben leeggehaald. Altijd leuk om te kijken. Al ver voor het dorp staan auto’s in bermen en op velden geparkeerd. Met de fiets kunnen we gewoon naar het begin

fietsen - 600 meter aan spullen die op kleden en tafels liggen. Van kasten tot munten, van geschilderde stenen tot medische instrumenten. 

Kunnen we daar meteen naar de supermarkt, want de camping bevalt goed, we blijven nog een paar dagen. Nadat we boodschappen gedaan hebben, fietsen we weer naar boven, én storm tegen. En zelfs met 20 kilo boodschappen in mijn fietstas, remt de wind me af als ik een stuk daal. Dus ploeter ik naar boven naar de camping. Ondanks de zwaarste ondersteuning, ben ik bekaf als ik daar aankom. ’s Avonds hoor ik, dat één van de campers stormschade heeft opgelopen. Een deur is opengeklapt en het scharnier is afgebroken.


We kijken graag Formule 1 en de camping heeft een giga televisiescherm. Via vier satellieten

hebben ze 2500 zenders – zeggen ze. Wat moet je met zoveel zenders? Voor ons wel prettig dat er ook één de race uitzendt. Het commentaar is wel in het Spaans, maar och, we kennen de rijders, de teams en de regels. De tijden kunnen we lezen. Vervelender is dat de interviews die in het Engels zijn, direct vertaald worden, en daarmee voor ons onverstaanbaar. In de loop van de race komen meer mensen meekijken. Brazilië is ook een spannende wedstrijd. Dat is maar goed ook, want feitelijk zitten we buiten en pas aan het einde voel ik hoe koud ik ben geworden. De temperatuur is gedaald naar 12 graden.


We halen eigenlijk altijd maar voor twee of drie dagen eten in huis. Dus maar weer een keer richting supermarkt. In de vallei zijn maar weinig winkels. En die liggen allemaal richting zee. Vandaag doen we dat in Orba. Verderop ligt een grot (Cova de les calaveres – grot van de schedels), dat lijkt me een omweg waard. We dalen met hier en daar 8%. Een paar herspeldbochten op gloednieuw asfalt, toch rem ik bij 40 km/u terwijl een wielrenner juist lekker doortrapt. Dat durf ik niet. De grot is zoals verwacht heel toeristisch. Het ligt dan ook niet ver van Benidorm. De kaartjes koop ik in een winkeltje met stenen, messen, kettinkjes en marmeren

lampen. Bij de ingang van de grot loop ik onder de restanten van Halloween door en staan er grote kristallen en stenen te koop voor pak ‘m beet 500 euro. Het Nederlands op het bordje dat er bij staat, is ronduit grappig: U niet raak. Aan de spinnenwebben te zien, houden mensen zich daar aan én loopt de verkoop niet echt.  Gelukkig mogen we op eigen houtje rondlopen en rustig foto’s maken. Een vlonderpad brengt ons verder de berg in. Geen bijzondere druipstenen, de schedels die gevonden zijn, worden als replica’s in een vitrine getoont. Wel zijn hebben de grotten mooie plafonds met gaten, groeien er mossen en varens.  Zie ook de video       


Na ruim een week verlaten we de bergen voor de zee. Maar eerst wil ik de Pasarela de Relleu doen. Een wandeling in een kloof over loopplanken (pasarelas) met glazen plateaus. Een uitdaging voor mij qua wandelafstand, een uitdaging voor Wil René qua hoogte. We rijden vroeg

weg door een prachtig berglandschap naar de kloof. Vroeg omdat er een kleine parkeerplaats is bij het begin van de route, en die is snel vol - heb ik gelezen. We zijn net vroeg genoeg. Na een kwartier wandelen komen we bij de ingang van de kloof. We betalen de entree en krijgen een helm. Over vlonders die tegen de wand aan zijn genageld, wandelen we de kloof in op een

hoogte van 60 mtr boven de Amadorio rivier. Nou rivier, net als het stuwmeer staat er weinig water in. Maar de hoogte blijft indrukwekkend. De route is zo’n 300 meter met enkele glazen plateaus. En hoewel ik geen hoogtevrees heb, voelt het toch tegennatuurlijk om op zo'n plateau te stappen. Bij het laatste plateau grapt een voorbijganger, dat we voorzichtig moeten zijn bij dat laatste plateau – dat wiebelt een beetje. Hij heeft uiteraard gezien dat Wil René niet comfortabel is op deze hoogte. Als ik dat zeg, zegt hij dat de wandeling wel de moeite is. Wil René reageert alleen op het woord moeite: "Ja, dit kost hem flink wat moeite". Bij het laatste plateau schuifelt Wil René zelfs  voorzichtig het glazen plateau op - chapeau.  Dan weer de trappen omhoog en terug

naar de camper wandelen. De zon is doorgebroken en het zweet loopt over mijn rug. Ik plof neer in de camper. Een nieuw record van anderhalf uur – chapeau. Zie ook de video    


Dan rijden we de bergen uit, op weg naar de zee.  


Voetnoten

  • 4 nov 2025
  • 10 minuten om te lezen

Daroca, Belchite, Teruel, Valencia 23 oktober - 2 november 2025


De hoop dat de wind misschien in de avond gaat liggen, vervliegt. De wind neemt in Zaragoza alleen maar toe. De nacht is stormachtig én warm (20 graden). En ook de volgende ochtend stormt het nog. Wel met een blauwe lucht en een zonnetje. Dus geen beelden van Zaragoza vanuit de lucht. En vandaag ook niet van een ruïne-dorp, een uur verderop. We rommelen vandaag

maar wat aan, want morgenochtend is de wind een stuk rustiger – voorspellen ze. Nog een nacht op de parkeerplaats is geen aantrekkelijk vooruitzicht, bovendien verlang ik wel naar een douche. We rijden daarom een uur zuidelijker naar een camping. In Spanje zijn de campings niet zo dicht bezaaid als in Nederland of Frankrijk. Dus rijden we een uur om lekker te douchen. De camping ligt aan de rand van een leuk dorpje (3000 inwoners). Daroca ligt in een kloof en heeft nog (deels) stadmuren. We wandelen door een van de poorten het stadje in. We lijken de enige toeristen te zijn maar dat kan ook met het tijdstip te maken hebben: het is 4 uur – dus nog siëstatijd. 

 

Als Wil René ’s avonds terugkomt van de douche, meldt hij dat het water lauw is, en adviseert om de kraan niet te ver open te draaien. Ik snel naar de douche om te ontdekken dat mijn douchewater nog nauwelijks warm te noemen is. Teleurgesteld was ik me supersnel. Het warme water blijkt verwarmd te worden door zonnepanelen, en de boiler is nu zo goed als leeg. Grrr.   

Die avond zoek ik uit, hoe laat het ruïne-dorp open is en hoe lang het rijden is. Op ruim een uur rijden, ligt Belchite Viejo, en dat is tussen 10 en 13:30 open en na 16 uur weer. Het dorp is een ruïne uit de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939). In de reviews zie ik dat reserveren wordt aangeraden. Ik twijfel even, maar besluit om dat toch maar te doen. Dan ontdek ik dat het dorp alleen met een (Spaanstalige) gids te bezoeken is en doordeweeks alleen om 12 uur en om 16 uur. Een rondleiding van 1,5 uur in het Spaans klinkt niet heel aanlokkelijk… In een van de reviews, waar een bezoeker daarover klaagt, lees ik het antwoord van de organisatie: er is een Engelstalige audioguide. Over die audioguide is op de website zelf niets te vinden. Morgen maar op tijd weg en dan vragen we het wel bij het toeristenbureau (waar ook de kaartjes verkocht worden).

Als de wekker om 8 uur gaat, is de zon nog niet op, en de temperatuur is 5 graden. Wat een verschil met de 20 graden gisterennacht. Toch maar even de jas én de verwarming aan. We rijden de kortste route naar Belchite, niet via de snelweg. Reistijd is ongeveer even lang maar de route binnendoor is zeker veel mooier. Smalle wegen tussen velden, door een kloof met veel steeneiken, langs een paar dorpen die ook verscholen liggen tussen bergen. De wegen zijn op sommige stukken heel slecht, alleen de bochten zijn nog niet zo lang geleden opnieuw geasfalteerd. De routeplanner stuurt ons in een dorp linksaf terwijl het bord met Belchite rechtsaf gaat. Ik zoek op GoogleMaps uit waarom de Tomtom ons wil omleiden: 15 km verderop is de wegafgesloten. Over 7 km is er nog een weg tussendoor, we gokken het erop. Bij die afslag staat nog steeds niets over een afgesloten route. We blijven de borden volgen. De wegafsluiting blijkt zeer recentelijk te zijn opgeheven. Gloednieuw asfalt waar de witte strepen nog ontbreken. 


In Belchite wandelen we naar de Toeristeninformatie om te horen dat we de audioguide bij de ingang van het ruïne-dorp kunnen krijgen. En dat klopt. Een QR-code met een wachtwoord. Eenmaal door de poort waan ik me in een oorlogsgebied. Alleen het dorre gras, dat tussen de


bergen puin groeit, geeft aan dat de oorlog lang geleden is. De Spaanse burgeroorlog is een ingewikkelde geschiedenis van grofweg twee facties: conservatieve nationalisten én republikeinen die met elkaar strijden[1]. In het oude dorp Belchite, waar zo’n 3800 mensen wonen, en sinds de mislukte coup 6000 (nationalistische) militairen, wordt in 1937 het strijdtoneel tussen Republikeinen en de Nationalisten. Het is een huis-tot-huis, straat tot straat-gevecht. De slag om Belchite duurt twee weken en gaat de geschiedenis in als een van de bloedigste gevechten in de Spaanse Burgeroorlog. In die strijd vallen bijna 5000 doden (waaronder 1400 dorpsbewoners), raken 6000 strijders en bewoners gewond, en worden er (later) 2400 republikeinen gevangengenomen. Met grote verliezen weten de Republikeinen het dorp in te nemen. Een half jaar later herovert Franco het dorp met opnieuw zware bombardementen.

Dat is de ruïne die ik vandaag zie. De gids vertelt verhalen bij de resten van winkels, bar, kerken, ziekenhuis, en het plein rond de waterput over het vroegere leven, toen het nog geen oorlog was. Oude foto’s geven er beeld bij. Ze vertelt over de gruwelijke strijd die hier plaatsvindt, mijn gedachten dwalen af naar Oekraïne, naar Gaza. Waar mensen worden meegesleurd in een oorlog die ze niet willen, die niemand wil. Waar de tegenstander verwordt tot een monster, die uit de weggeruimd moet worden. Ook hier wordt het ziekenhuis gebombardeerd, evenals de kerk waar gewonden worden verpleegd.

 

Op een gegeven moment lukt het me niet meer om zowel me heen te kijken, te luisteren naar de audioguide als mijn gedachten én associaties de ruimte te geven. Ik besluit om vanavond het verhaal opnieuw te luisteren. Wil René maakt drone beelden, totdat een gids hem vertelt dat dat niet mag. De video is daarom wat kort.


Dan valt me op, dat het in de rondleiding voornamelijk gaat over de strijd van die twee weken. Begrijpelijk vanwege de vele doden en gewonden. Maar de bombardementen in het jaar daarna door Franco, is slechts een voetnoot in dat verhaal. Evenmin is er aandacht voor het gevangenenkamp dat vlakbij bij Belchite lag, waar republikeinse dwangarbeiders (in 1940-54) onder barre omstandigheden een nieuw dorp Belchite opbouwen. Franco besloot dat het oude dorp nooit meer herstelt mocht worden én moet dienen als herinnering aan de barbarij van de Roden (Republikeinen). Hij verzweeg gemakshalve zijn bijdrage aan het feit dat het dorp met de grond gelijkgemaakt is. De rondleiders zijn inwoners van het dorp, nakomelingen van Nationalisten en Republikeinen die allebei in de burgeroorlog verschrikkelijke dingen hebben gedaan. In Spanje wordt vooral over de Burgeroorlog gezwegen. “We hebben een imaginaire muur in ons hoofd gebouwd om de oorlog te vergeten”.[2]  Pas sinds 2013, bijna 70 jaar later, zijn er rondleidingen en wordt er geïnvesteerd om de ruïne van het oude Belchite te behouden. Misschien kan de rondleiding over een tijdje meerzijdige verhalen bevatten.

Het bezoek is indrukwekkend én heel vermoeiend. Ik ben blij als ik na twee uur in de camper zit en we nog een uur mogen rijden door het desolate landschap. Ondertussen mijmer ik dat hier ook gevechten hebben plaatsgevonden.

We parkeren onze camper op een camperplek aan de rand van de stad Teruel. Ik maak de fout om met Wil René naar de supermarkt te wandelen. Dat is zwaar en ik ben helemaal leeg. Gelukkig hoeven we alleen maar salade te maken en daarna vroeg naar bed.

Teruel staat al n tijdje op mijn wensenlijstje. De stad is beroemd om de Mudejar-architectuur. Een aantal torens, kerk en trap zijn gebouwd in die mix van christelijke en islamitische bouwstijlen. Rode baksteen, groene en witte schoteltjes, kralen, groen en blauw geglazuurde dakpannen.  

          

We zijn vroeg in het centrum. Althans om 10 uur zijn de straten nog leeg. Alle tijd om de kathedraal en de torens te bekijken. Vanaf het dak van het provinciaalse museum kan ik de daken en torens van de kathedraal goed zien, ze zijn allemaal verschillend. Op een pleintje ernaast zien

we een groepje mensen op de grond zitten die luisteren naar een man bij een schildersezel. Rural sketchers, lees ik op een poster. Vandaag zijn er in de hele stad mensen die straattaferelen, kenmerkende gebouwen tekenen of schilderen. Tussendoor zijn er workshops (in het Spaans). Jammer dat we dat niet wisten dan hadden we ons waarschijnlijk wel aangemeld. Maar misschien ook beter van niet, na gisteren heb ik niet de energie om lang in dit leuke stadje te dwalen. Ik heb de naam Rural sketchers in mijn oren geknoopt.   

 


We gaan op zoek naar een plek waar we een week of zo kunnen blijven. Het weer slaat vanaf morgen om hier in de bergen. We dalen af en volgen de snelweg richting de zee waar we een camping oprijden. De entree is veelbelovend, de plek echter een teleurstelling. Een modderig grasveldje waar ik meteen door muggen wordt geprikt. We pakken de fiets op zoek naar een terras aan zee. De camping ligt aan de rand van een toeristen enclave. Geen grote flats, wel veel rijtjes witte huizen. De straten zijn leeg. Af en toe is er een doorgang naar zee maar ook de stranden zijn verlaten. Een deprimerende omgeving. Na 20 minuten fietsen is in het volgende gebied wel een terras. Alleen gaat dat net sluiten. Iets verderop is een hotel - met terras – wel geopend. Veel tafels zijn bezet, zal wel het enige in de buurt zijn. We doen boodschappen en gaan terug naar de camper, want buiten zitten op de camping gaat niet. De muggen en de vochtige grond zijn een domper, de douches daarentegen zijn super: heet, harde straal. ’s Nachts begint het te regenen en het modderige veld wordt een moeras. Kortom niet geschikt om een langer dan een nacht te blijven. We zitten dicht bij Valencia. Daar zit een campercamping weet ik nog van vorig jaar. Prima om daar een weekje te blijven, zeker als de volgende dagen de zon schijnt. Eerst maar eens tot rust komen en een beetje schilderen.   


Het is één jaar geleden dat in de provincie Valencia overstromingen 237 doden veroorzaakten. Afgelopen zaterdag demonstreerden nog 50.000 mensen tegen het provinciebestuur dat destijds uren te laat het sms-alarm in werking zette. Ze eisen nog altijd het aftreden van Mazon, de hoogste baas (inmiddels is hij afgetreden). Vorige week werd er nog een dode geborgen, 70 km verderop. Er is een gedenkdienst in het bijzijn van de koning. Als wij een dag later door Valencia fietsen, zie ik een stapel van 229 reddingsdekens met daarbij namen van alle slachtoffers uit deze stad. Gisteren lag het hele plein vol, zie ik in de krant.       


Als ik mijn broer vertel dat we bij Valencia zitten, roept hij: “mijn vrouw ook, vanaf donderdag”. Wat een bizar toeval. Ze logeert in het hartje van het oude centrum. Natuurlijk spreken we af. Het lijkt wel zomer als we met mijn schoonzus rondwandelen. We zitten een tijdje op een bankje in de stralende zon en kijken naar de mensen die voorbijlopen. We zijn niet de enige die kijken, blijkt als we een “oude” krantenpagina uit 1923 krijgen met onze foto erin. 

We wandelen over de Mercado Central, de grote overdekte markt met groente, fruit, noten, kruiden, vis en vlees. En ja hoor, bij de slager zie ik ze liggen, varkensoor. Naast de poten. Vorig jaar hebben we dat gegeten als tapas, althans we hebben het geprobeerd. Wil René, die zich niet wilde laten kennen, begon uiteindelijk toch te kokhalzen. Als ik het oor zie liggen, griezel ik weer.

 

Nu we toch in Valencia zijn wil ik graag l`Etno bekijken, het volksmuseum van de stad. Mijn oog viel op de slogan:  It’s not easy to be a Valencian. Het museum wil mensen laten nadenken over

culturele identiteit en de spanningen die dat met zich meebrengt. Sommige mensen zijn blij met diversiteit in de stad, terwijl anderen er een hekel aan hebben. De tentoonstelling laat zien dat de identiteit verandert in de tijd (vroeger/nu). Bijv. het thuiswerken van vroeger (weefgetouwen in de huiskamer) vs de hub in stad. De knopenwinkel vs de automaat.  En ruimtelijke veranderingen (oa lokaal/globaal) – groenteverbouw voor de lokale markt tot sinaasappelproductie voor de wereldmarkt. 


Onze camping ligt aan de rand van het dorp Albalat del Sorells, waar ons opvalt dat veel huizen werkplaatsen onder in het huis hebben. Herkenbaar aan de grote deuren. Oude of nieuwe

cultuur? In één van de grote werkplaatsen worden hele grote figuren van piepschuim gemaakt.

We spreken Enrique Cardells Martinez die de figuren maakt. Ze blijken voor de Fallas van maart 2026 te zijn. Fallas is een Valenciaans feest waarbij in alle buurten en

veel straten van Valencia en de regio poppen/taferelen staan. Ik vind op internet een van de ontwerpen die hij aan het maken is (budget van 18.700 euro). Ik ontdek dat hij, samen met zijn vader, er in totaal 6 maakt voor voor een bedrag van ca 145.000 euro.  De beelden staan minimaal een week en worden dan op 19 maart 2026  verbrand. Het gaat om zo’n 800! beelden. Fallas staat nog op mijn wensenlijstje, misschien volgend jaar. Alleen ga ik niet die laatste nacht hier slapen want piepschuim verbranden lijkt me heel ongezond.


Rural sketchers had ik in mijn oren geknoopt, en zoekend of er in Valencia niet zoiets is, stuit ik op een aankondiging: zondag 2 november om 10 uur onder de negende brug van het stadspark Turia. Natuurlijk ga ik meedoen. We verzamelen onze potloden, houtskool, tekenblokken en aquarelspullen en fietsen een uurtje in de zon naar de ontmoetingsplek. Omdat ik getreuzeld heb zijn we een uur later maar in het park zien we her en der mensen op bankjes en krukjes tekenen. Het is even zoeken naar een uitzicht én zitplek. Even is het gek om te tekenen in dit hele drukke park dat de groene long van Valencia is. Er joggen, fietsen, wandelen mensen voorbij. Hoog boven me rijden de auto’s en bussen het centrum in. Maar al snel heb ik alleen hoog voor de compositie, afmetingen en kleuren. Wil René werkt met houtskool maar vindt het te lastig en gaat

op koffie halen, wat ik uiteraard een heel goed plan vind. We zoeken een betere bank en een ander uitzicht. Om één uur verzamelen de tekenaars zich en een van de organisatoren haalt ons ook op. We dachten dat er maar een paar deelnemers waren maar het zijn er veel meer. Alle


tekeningen worden op het gras gelegd, gefotografeerd en gestempeld. De man die ons ophaalde blijkt ook Vlaams te spreken. Zijn moeder is Vlaamse en zijn vader Spaans. Als hij vraagt hoe het was, zeg ik met mijn Duolingo Spaans: muy bien (heel goed).  Hij roept: Molt bé. Zo zeg je dat in het Valenciaans, dat een officiële taal is in deze provincie. Nou dat kan ik dan weer vlot vergeten want morgen gaan we de provinciaalse grens over, verder zuidelijk.


Voetnoten

[1] Directe aanleiding voor de burgeroorlog is een mislukte staatsgreep door militairen in 1936. Ze wilden terug naar de tijd voor 1931 toen Spanje nog een katholiek koninkrijk was. Niet de republiek met een gekozen regering van liberalen, socialisten met communistische steun die het in 1936 was. In de jaren voor de burgeroorlog was er al een groeiende politieke polarisatie tussen rechts conservatieven (militairen, nationalisten, monarchisten, fascisten) en links republikeinen (liberalen, socialisten, communisten, anarchisten). Er was een grote economische kloof tussen de rijke grootgrondbezitters (oa kerk) en industriëlen versus arme land- en fabrieksarbeiders in een periode dat het economisch slecht gaat. De militairen geleid door generaal Franco rukken vanuit het Zuiden van Spanje op, gesteund door Nazi Duitsland en Italiaanse fascisten. De republikeinen worden gesteund door Sovjet-Unie en internationale vrijwilligers waarin socialisten, communisten uit heel de wereld de republikeinen te hulp schieten. Drie jaar oorlog kosten 500.000 levens en leidt uiteindelijk tot de overwinning van de militairen en de dictatuur van Franco (tot 1976).


[2] Uitspraak van oud-burgemeester Belchite, opgeschreven door Alex Tieleman, De oorlog die Belchite niet meer wil vergeten, Trouw,  15 juli 2016 https://www.trouw.nl/nieuws/de-oorlog-die-belchite-niet-meer-wil-vergeten~b082f1265/

  • 25 okt 2025
  • 8 minuten om te lezen

De Meern, Forêt-de-Tessé, Morlaàs, Jaca, Zaragoza, 16 oktober - 23 oktober 2025


De schuur is geschilderd, de trap gerenoveerd, de camper gecoat en verbeterd en tot slot hebben

we de coniferenhaag groen geverfd. Nee, dat is geen tikfout. De coniferen hebben achter twee schuren gestaan en kwamen daar kaal achteruit.  De tuinman schudde zijn hoofd, toen we

vroegen of íe weer groen zou worden. Dit type kan niet tegen zware snoei of jaren zonder daglicht. Na een half jaar waren de kale plekken inderdaad nog steeds dood. De buren schudden hun hoofd toen we vroegen of ze de haag wilden vervangen door iets anders. Bij hun was die nog altijd groen. Ergens heb ik gelezen dat ze dode buxus

bollen groen schilderen als de buxusmot langs geweest is. Zou dat ook bij onze coniferen kunnen? De tuinman knikt dit keer ja; wel watergedragen verf kiezen. Een verfspuit geleend, overall aan, afdekplastic bij de buren gehangen en een oud laken op de grond gelegd. Na een half uur is de heg weer groen. De voorbereiding en het schoonmaken van de verfspuit, zijn beduidend meer werk. Als we daar mee klaar zijn, begint het te miezeren. Gelukkig spoelt de verf er niet vanaf. Ik ben wel benieuwd hoelang het groen blijft.


Voorlopig zullen wij de heg niet zien, wij gaan weer op reis. Met de regen van de afgelopen dagen, groeit het verlangen om weg te gaan. Eerst maar richting Frankrijk. Wie weet is het daar nog lekker weer. Het valt nog niet mee om Nederland uit te komen. Door een ongeluk net over de grens kruipen we heel langzaam België in. Toch redden we het vandaag om te overnachten op de hoogte van Parijs. Een oude gemeentecamping is een camperplek geworden met uitzicht op koeltorens van een kerncentrale. Niet echt een visitekaartje om te blijven. De ijzige nacht en ochtendmist geven nog meer reden om door te rijden. Nou doorrijden -  de mist hangt als een deken over de weg en de weilanden. Mijn ogen proberen door de mist de weg en tegenliggers te spotten. Eenmaal achter een tankwagen, kunnen mijn ogen ontspannen. Inhalen kan toch niet.

Eind van de ochtend lost de zon de mist op. Toch rijden we door tot een uur of vijf zodat we in een

zuidelijker -  zonniger gebied komen. Het wordt een kleine camping. We mogen zelf een plekje uitzoeken. Gelegen in Forêt-de-Tessé, een gehucht met 10 andere huizen/boerderijen. Fietsend naar de supermarkt, 10 km verderop, komen we door zeker nog 4 andere gehuchten waar buitenlanders (veel Engelsen) oude huizen hebben opgeknapt.


De supermarkt hangt vol met roze strikken (pink ribbon). Gisteren viel ons ook al op, dat ieder dorp roze strikken had op rotondes, aan bruggen en lantaarnpalen. In deze supermarkt is iedere paal, werknemersjasje en zelfs de betaaldisplay voorzien van een roze lintje. In Nederland is het me niet opgevallen terwijl de hele

maand oktober in het teken staat van borstkanker. Hier verlichten ze de heel maand de Eifeltoren roze en heeft iedere stad wel een programma om bewustzijn te creëren en geld in te zamelen. Zou borstkanker hier meer voorkomen of sterven er meer vrouwen aan? Borstkanker blijkt voor vrouwen de meest voorkomende vorm van kanker te zijn in Frankrijk[1]  en in Nederland komt dat op de tweede plaats. Als ik in de cijfers duik, ontdek ik de kans op overlijden aan borstkanker in Frankrijk ongeveer 25% hoger is dan in Nederland  (3000 vrouwen overlijden bij een bevolking van 8.760.000 vrouwen in NL[2]  en 14.750 doden in Frankrijk[3]  waar 34.600.000 vrouwen leven). Dan begrijp ik wel dat pink ribbon hier veel zichtbaarder is.


We hebben vanuit Nederland een kilo ongepelde walnoten meegenomen. Die hebben we in het park geraapt, schoongemaakt en laten drogen. Ze smaken goed, beter als de gepelde van de supermarkt. Op de camping staan ook vijf walnootbomen en nadat het hard gewaaid heeft, raapt Wil René de noten. De campingbaas heeft nog zo’n 180 kilo liggen: dus neem aub een zak mee. Dus liggen er nu twee kilo schoongemaakte noten te drogen in een netje in de camper. Nog minstens twee weken drogen en dan kunnen we die ook kraken. In de supermarkt zien we dat een kilo ongedroogde, ongepelde walnoten 5 euro per kilo kosten. Mijn broer vraagt meteen of ze de zijne niet willen importeren. Hij heeft nog zo’n 100 kilo in de schuur liggen.  


Terwijl we de walnoten schoonmaken wordt de camper belaagd door lieveheersbeestjes. Rode, zwarte, gele gespikkelde kruipen op de camper en vinden hun weg langs de horren naar de binnenkant. ’s Avonds vang ik er meer dan 40 die ik naar buiten gooi. Ze zijn op zoek naar een overwinteringsplek. En uit ervaring weet ik dat de camper daar heel geschikt voor is. Toch weet ik, dat Wil René de camper liever niet deelt met insecten.  


Na drie dagen rijden we in de stromende regen verder naar het Zuiden. Het waait stevig en in de loop van de dag wisselen de buien af met wat zon. We overnachten in de buurt van Pau en steken de volgende dag de Pyreneeën over. Nou we rijden er niet over, maar uiteindelijk met een 8 kilometer lange tunnel passeren we de hoogste toppen. Voordat we dat doen, rijden we door het dal van de Aspe die begint bij het stadje Oloron Sante Marie. Ik heb de gewoonte om onderweg met Google maps te kijken wat ik zo links en rechts zie. Mijn oog valt op Lindt. Er staat in het

stadje een chocoladefabriek van Lindt. Nou ben ik dit jaar de gember/citroen chocolade vergeten te kopen bij de AH. In deze fabriekswinkel moeten ze toch gemberchocola hebben? Dus ik dirigeer Wil René de weg in naar de fabriek. In de shop waan je je in luilekkerland. Zoveel goede chocola. En na wat speurwerk, vind ik de reep pure chocola met gember/citroen. Ik hou me in met 3 repen. En tot mijn verbazing pakt Wil René helemaal geen chocola. Tja als hij nou nog witte chocola met koffie had gezien – die van de Aldi is zijn favoriet – dan wel….


Na dit korte oponthoud rijden we het dal in, waar de bergen prachtige herfstkleuren hebben met rotsen in de achtergrond. Het is super rustig op de weg. We kunnen zo al rijdend, rustig rondkijken.



Eindbestemming van vandaag is Jaca – de poort van de Pyreneeën, volgens het toeristenbureau.

Aan de rand van het oude centrum ligt een camperplek met zo’n 20 plekken. Wees er vroeg bij staat er in de reviews. Nou we zijn er om 2 uur om te ontdekken dat al die plekken bezet zijn. Er naast ligt een parkeerterrein voor bussen die bijna leeg is. Met enige twijfel parkeren we onze camper daar. In de reviews lezen we ook dat de politie vaak komt surveilleren… We besluiten om de stad te bekijken, en als er geen plek vrij komt, rijden we verder.  Dan ziet Wil René een stel uit het centrum naar een camper lopen en vraagt of ze nog blijven. Dat is niet het geval. We krijgen hun plekje. We kunnen met

een gerust hart het stadje in en vanavond hier slapen. Nu eerst een terras opzoeken en genieten van de zon. Want deze camperplek (en de meeste andere) heeft als grootste nadeel dat het een parkeerplaats is en je geen stoel buiten kunt/mag zetten. Het alternatief is een bankje in het park/speeltuin naast de camperplek. (in de rode cirkel staat onze camper)


Om half zeven gaan we een simkaart regelen, want onze provider Odido, die we sinds onze verhuizing hebben, heeft ons al waarschuwingsmailtjes en SMS-en gestuurd. We hebben in de EU meer data gebruikt dan in NL en als we dat niet aanpassen, gaan ze 1,5 euro per Gb die we in EU gebruiken berekenen!  We zijn allebei verbaasd, want bij de vorige provider nooit last van gehad. We hebben vergelijkbaar abonnementen afgesloten met totaal 60 Gb, omdat we wisten dat we op reis niet altijd wifi hebben. Uiteraard hebben we Odido gebeld na de waarschuwingsmailtjes en sms-en: ze strijden tegen misbruik. Dat mensen in NL goedkoop een abonnement regelen, en dan in het buitenland gaan wonen. De oplossing die ze geven is:  in Nederland meer data gebruiken.  Nou dat valt niet mee. Ik heb films gestreamd die ik niet keek, wifi uitgezet en hotspot aan, programma’s gedownload, weggegooid en opnieuw gedownload. Bizar, het voelt zo tegenstrijdig. En dan nog zal het niets oplossen, want de eerste maanden in NL hebben we via de wifi weinig data gebruikt. En nu we zijn maar 2 maanden in Nederland geweest. Dus een Spaans simkaartje in mijn telefoon. En dat is goedkoper dan gedacht. Bij de Orange-winkel koop ik een prepaid databundel van 60 Gb per maand (kleiner kan niet). Verplicht 3 maanden afnemen omdat we geen woonadres in Spanje hebben. Kost 30 euro daarna kan ik opwaarderen per 10 euro (60 Gb) en die kan ik ook in EU gebruiken! Dus nu heb ik een Spaans en Nederlands telefoonnummer. Kan ik het Nederlands abonnement aanpassen.


Zaragoza is de volgende stop. “Twee uur rijden, zal ik beginnen?” vraag ik aan Wil René. “Nou jij kijkt het liefst naar buiten in de bergen, dus laat mij maar.” Dat klopt. Ik kijk naar de grilligheid, de afwisseling, de donkere wolken die de bergtoppen verhullen, de herfstkleuren, de

wegwerkzaamheden…. Ze leggen een 2 baansnelweg aan naast de huidige weg waarmee het uitzicht meteen een stuk minder is. Sommige stukken zijn al klaar en zoeven we over nieuw asfalt. De ruimte voor aanleg is smal dus zijn de twee richtingen gesplitst. Richting Hueca gaan we de hoogte in. We krijgen een prachtig uitzicht, onderin zien we de snelweg richting Jaca liggen. Die ligt ook onder ons als we een tunnel in gaan, terwijl boven ons de oude weg de berg in verdwijnt. Als we de bergen uitrijden, blijven de wolken achter.  De zon straalt over de vlakte waar landbouw het landschap bepaalt.

 

In Zaragoza ligt naast het voetbalcomplex een camperplek. Dit keer een nog grotere

parkeerplaats. Op de foto is maar een deel te zien. Achterin, om de hoek, staan er ook nog een aantal. Hoewel we aan de rand van de vierde stad van Spanje staan (ruim 680.000 inwoners), fietsen we in 20 minuten naar het centrum.


Aan de overkant in van de Ebro zien we de indrukwekkende kathedraal El Pilar liggen. Het plan is om die met de drone te filmen maar de

windvlagen blijken veel te krachtig. De drone blijft in de fietstas vandaag.


Iets verderop ligt La Seo, een kathedraal waarvan een buitenmuur Mudejar architectuur heeft. Een unieke mix van moslim en christelijke bouwstijlen uit de middeleeuwen. Ik vind die bakstenenstijl erg mooi. De gotische spitsboog gecombineerd met arabesken met blauw tegels.


Zoals onze gewoonte is, fietsen we kriskras door het centrum. Wel aardig, maar niet van het kaliber Madrid of Sevilla. Helaas wordt het Goya museum gerestaureerd en hoewel er genoeg andere musea zijn, is er geen één waar we zin in hebben. Bovendien zijn ze allemaal, inclusief de kathedralen, de hele middag gesloten. Die gewoonte van een siësta snap ik in de zomer maar in de herfst… Wij gaan maar boodschappen doen bij de supermarkt (die geen siësta houdt) en ik schrijf weer een stukje.

Als het tegen vijven is, fietsen we weer naar de stad en bekijken het Origami museum. Er blijkt in deze stad al decennia enthousiaste vouwers te wonen. Indrukwekkend hoe ze met 1 vel papier,

zonder lijm of schaar de meest bijzondere dingen vouwen. Het museum blijkt ook een school te zijn waar je het vouwkunst kunt leren. Mij niet gezien, daar heb ik het geduld niet voor. Zelfs een lelijke dikke kat vraagt meer dan 100 vouwen, aldus de uitleg op de muur. Er zijn dus mensen die uitvogelen hoe je een figuur of dier vouwt. Pet af. Bij binnenkomst hebben we een kleine origami gekregen. Een gevouwen mond die open en dicht kan, en doordat het vel rode vlakken heeft, zijn de lippen rood. Wel grappig als je dat kunt maken.  

 


Voetnoten

[1] Frankrijk: Breast cancer is the most common cancer in women - it accounts for 33% of new cancer cases every year. It affects more than 60,000 women a year in France https://institut-curie.org/breast-cancer

[2] Borstkanker is de tweede meest voorkomende kankersoort in Nederland. 15.572 diagnoses in 2024. 3000 vrouwen sterven er jaarlijks aan.  https://www.kwf.nl/pink-ribbon/borstkanker/cijfers-feiten-over-borstkanker

© 2025 Hellie van Hout

bottom of page