top of page
  • 27 feb
  • 8 minuten om te lezen

El Berro, Cieza, 16 – 25 februari 2026

 

Na 4 dagen kattenwasjes en droogshampoo wil ik weer een douche. We hebben een campingplek geregeld in de bergen van Espuña. Een uur het binnenland inrijden. Maar eerst koffie. Althans dat was de bedoeling maar het gas is op. We hebben vier maanden met de fles gedaan. Bij de eerste beste benzinepomp zien we de oranje gasflessen staan. Voor 16 euro ruilen we de fles om. De nieuwe fles weer aansluiten in het kleine vak is altijd een gepruts. Je moet een regelaar met kracht op de fles drukken. Omdat de gasfles met regelaar 2 mm hoger is dan het vak, probeert Wil René de regelaar in het vak er op te drukken. Soms lukt dat, nu niet. Op dat moment loopt er een Marokkaanse man voorbij die in zijn beste Nederlands “Goedemorgen” roept. Ik groet terug en vraag of hij ons wil helpen. Natuurlijk. Hij blijkt alleen Duits te spreken, hij heeft familie in Rotterdam en Haarlem, vandaar. Ook hij krijgt de regelaar niet op de fles. We moeten de regelaar eerst ontkoppelen. De glasfles uit zijn vak en dan kan de regelaar er eenvoudig op. De man zet zonder problemen de zware fles weer in zijn vak. Nu kunnen we weer zo’n 4 maanden vooruit. Dan valt mijn oog op een gebouwtje achter het tankstation. Doucha (douche) – staat er in grote letters op. Dat had ik moeten weten, dan was ik hier eerder naartoe gefietst. 

Om bij de camping te komen, kronkelen we de laatste 15 km naar een hoogte van 600 meter. Voor  het dorpje El Berro staat een verbodsbord voor vrachtwagens langer dan 12 meter en bij de volgende splitsing staat verboden voor vrachtwagens langer dan 8 meter. Hoewel we maar 7 meter zijn, slaan we toch maar af, en volgen de campingbordjes, die ons om het dorpje leiden. Maar goed ook, want als we de volgende dag door het bergdorpje wandelen zien we hoe smal de hoofdstraat is. Daar wil je geen camper tegenkomen.  

In El Berro is geen winkel, geen bar open, het restaurant alleen in het weekend. De camping heeft daarom een klein winkeltje en een bar waar je pizza en tapas kunt krijgen. Behalve campinggasten komen hier ook dorpelingen ontbijten en bergwandelaars pauzeren. Het enige waarvoor we dagelijks het dorp in lopen is de bakker. De eerste keer dat we daar binnen liepen, waren de schappen bijna leeg. We wilden eigenlijk twee stokbroden. Geen probleem. De bakker loopt naar achteren, en haalt daar twee broden uit de oven. Verser kan niet. We verwonderen ons dat er nog een bakker in dit dorp is, dat die zijn brood zelf maakt, want er wonen maar 130 mensen. Misschien omdat er nog ca 100 campinggasten brood kopen?


De camping is een terrassencamping en verschuilt zich tussen de bomen. Om hier mijn dagelijkse wandeling te maken, betekent dat helling op en af. Ik loop of een rondje rond het dorp,

of volg een kwartier lang een pad om datzelfde pad weer terug te lopen. Wel mooie vergezichten.

Eén pad is een opgedroogde rivierbedding met veel keien die door een kloof loopt met rondom

dennenbomen. Het is goed opletten, want je zwikt zo je enkels. Na een kwartier draaien we om en zien de Engelse buurman van de camping rennend de rivierbedding volgen. Later spreken we hem en blijkt hij aan trailrunning te doen - “so enjoyable”. Kan ik me niks bij voorstellen. Hij woont sinds 5 jaar in zijn camperbus. Daarvan zit hij 5 maanden in Spanje en Marokko, en 7 maanden in de UK om te werken en zo voldoende geld te hebben voor die 5 maanden. Hij werkt dan in de supermarkt voor minimumloon maar omdat hij in zijn bus woont, is dat genoeg.  Nog 8 jaar te gaan.

 

En dan gaan we eindelijk het stuwmeer bekijken dat ik al twee keer wilde doen, maar wat tot nu toe mislukte. Het is 13 km naar beneden fietsen. Halverwege de route verruilen we asfalt voor gravel/zand. En dan ontvouwt zich een bijzonder en vooral prachtig landschap: Barrancos de Gebas – De ravijnen van Gebas. Water heeft in miljoenen jaren de bodem uitgesleten waardoor er een half woestijnlandschap is ontstaan met scherpe ruggen en kloven. We fietsen eerst naar het formele uitkijkpunt. Daar is ook een parkeerplaats voor wie minder zuinig is op zijn auto. We zien twee camperbusjes staan met tafel en stoelen buiten. Ze staan naast het bord verboden te kamperen. De Nederlandse en Vlaamse eigenaren gokken er waarschijnlijk op dat politie niet de 3 km slechte weg gaat rijden.

Het uitzicht is er adembenemend.

Wil René stuurt zijn drone de lucht in, over de Barrancos naar het stuwmeer van Algeciras dat zo’n 3,5 km verderop ligt. Er loopt ook een pad naar toe. Even twijfelen of we die gaan fietsen want de regen van de afgelopen maanden heeft diepe sporen getrokken. We doen het. Dat


betekent ook 200 meter dalen en 100 meter stijgen deels door de kloven en deels boven langs. Pittig én prachtig. Opnieuw gaat de drone de lucht in om het blauwgroene water tussen de witte kloven te filmen.


Rond lunchtijd beginnen we aan de terugweg, wat 650 meter stijgen betekent. Via het gehucht Gebas. Daar zitten twee restaurants. Althans het ene gaat pas op vrijdag open, het andere is een hotel waarvan we verwachten dat daar wel wat te eten is. Dat blijkt al een jaar op zoek te zijn naar een nieuwe eigenaar… We eten een mueslikoek en een banaan op de picknickbank in de verwaarloosde hoteltuin. Dan trappen we gestaag langs de amandelboomgaarden naar het dorp aan het einde van het dal. Daar bestellen we een pizza. Het helpt dat ik honger heb want het zijn uiteraard diepvries-pizza’s.

Half februari en de amandelbloesem bloeit volop. Wit en roze bloemen zien we op plateaus

tussen de bergen en naast de kloven. Prachtige plaatjes, zeker als de bomen in weilanden met witte bloemen staan. Deze bloesem ruik je sterk. De geur doet denken aan   goedkope wc-verfrisser. De bloesem doet me ook denken aan een stad dat een uurtje verder landinwaarts ligt. Cieza – centrum van de perzikteelt. Daar waren we twee jaar geleden eind maart. Te laat. De paarse bloesem was uitgebloeid, op een paar kleine veldjes na. Nu ik die amandel zo zie bloeien ben ik benieuwd hoe de vallei met de perzikbomen in volle bloei eruit ziet. Hopelijk zijn we niet te vroeg…..


Langs de route naar Cieza zien we heel veel amandel-boomgaarden. De ramen zijn dicht dus de geur blijft buiten. We kiezen voor dezelfde camperplaats als toen. Toen was het net geopend en nu zie ik dat de ielige boompjes tussen de plekken inmiddels bomen zijn die op een zonnige dag als vandaag wat schaduw geven. Het is even discussiëren hoe we de camper het beste kunnen neerzetten. Het is kiezen tussen de hele dag zon (met de deur naar het zuiden) of de stevig frisse wind blokken (de deur naar het oosten). Het wordt het laatste en als eind van de middag de wind gaat liggen zitten we achter de camper nog tot 6 uur in de zon. Ongelooflijk.    

Reuze nieuwsgierig fietsen we naar Cieza, in ongeveer een half uur. Daar zoeken we een terras om onze schoonzoon te bellen die jarig is. Terwijl we bellen, hoor

ik een harmonie dichterbij komen. Het gesprek wordt gesmoord door koperblazers.

Tegenover ons is een groep mannen bezig om een plaquette te plaatsen. Althans twee mannen in werkkleding en nog zo’n zeven oudere mannen die aanwijzingen geven. De plaquette hangt in een paars puntige

stellage dat duidelijk tijdelijk is. Pas als het doek er af is en de plaat driftig wordt gepoetst, begrijp ik waar ik naar kijk. Het is het logo van de broederschappen van Cieza voor Semana Santa 2026. Gezien het zwarte doek dat er na de poetsbeurt weer overheen wordt gehangen, wordt het binnenkort onthuld. De heilige week, waarin het sterven van Jezus centraal staat, begint over ruim maand met processies en de bekende puntmutsen van de boetelingen. De plaquette is niet zo bijzonder, de poster van dit jaar is prachtig.   

  

Dan fietsen we eindelijk de bloesemroute in de vallei van Cieza. Althans een van de routes met uitzichtpunten. Bij het toeristenbureau heeft Wil René gevraagd waar we het beste heen kunnen fietsen. Uitkijkpunt La Macetua is de plek waar de meeste bloesem op dit moment te zien is. Elf

kilometer fietsen we tussen boomgaarden waarvan sommige in volle bloei staan, terwijl andere nog helemaal kaal zijn. En ik zie ook hier en daar helemaal groene bomen die al uitgebloeid zijn. Maar het gros staat een beetje in bloei, nog niet uitbundig. Daar zijn we dan toch een beetje te vroeg voor. Maar de schaal is indrukwekkend. Zie video. Op een info bord staat dat hier jaarlijks op 13.000 ha maar liefst 200 miljoen kilo zacht fruit wordt gekweekt (perziken, abrikozen ed). Onvoorstelbaar. Zo’n industrieel landschap waar bomen in de kale grond staan, geeft ondanks de kleur een treurig gevoel. Ik kijk toch liever naar een klein veld in een mooie omgeving. Zie video

In een poging een kortere route terug te fietsen lopen we vast in de boomgaarden en zit er niets anders op dan keurig de route te volgen.


In El Berro schilderden we iedere middag. De wind werd door de vele bomen en de campers afgeschermd. Het huisje zetten we niet op zodat we in de ochtend (12 graden) in de zon buiten zitten. Ook in Cieza schilderen we regelmatig, tot ik tijdens het schilderen wil opstaan en een scherpe steek in mijn rug voel. Verdorie. Ik weet dat het goed mis is. We hebben net vanochtend afgesproken om in het campingrestaurant  te eten. Ik beweeg me voorzichtig naar het restaurant met twee pijnstillers. Als ik eenmaal zit en me niet beweeg, gaat het goed. Ook deze keer vergis ik met in de omvang van de salade die als voorgerecht op de kaart staat. Weer een complete maaltijdsalade. De timing van het eten is slecht, het eten zelf is redelijk. Wil René zijn voorgerecht komt als eerste en omdat het warm is, eet hij die meteen op. Na een tijdje komt dus mijn salade en terwijl ik de eerste happen op heb, komt zijn hoofdgerecht. Halverwege mijn salade komt mijn hoofdgerecht. De halve moot vis is vermoedelijk voorgegaard en daarna op de gril van een bruin korstje voorzien. Daarmee is het visvlees gortdroog. Zonde van de vis. Het toetje sla ik over. Langzaam sta ik op en haal een paar keer adem. Ik loop krom als een oude vrouw met kleine stapjes richting de camper. Eenmaal ga ik op bed liggen en blijf de rest van de middag plat op mijn rug. Gggrrr. De avond moet ik wel mijn bed uit want zodra de zon is gezakt, zakt de temperatuur al snel. En dan wil Wil René niet meer buiten zitten.

’s Ochtends gaat het iets beter met mijn rug. Voorzichtig blijven bewegen. Ik weet dat ik ieder

moment weer een steek kan voelen bij een verkeerde beweging, zoals bij het aantrekken van mijn broek. Mijn sokken laat ik dus maar zitten, ook al is het nog maar 11 graden. Ik heb twee dagen terug een bindweefselmassage geboekt op de camping. Hoe verzin ik het. De vrouw spreekt geen Engels maar ik red me met mijn kleine beetje Spaans en kan uitleggen dat ze niet mijn onderrug moet masseren, alleen mijn schouders, nek en benen. Gelukkig is de massage liggend en kan ik me van de massagebank laten glijden. De rest van de zomerse dag (24 graden) lees en schrijf ik, afgewisseld met korte wandelingetjes. Nee, geen 30 minuten wandeling naar het café naast de bezinepomp voor een kop koffie, zoals eergisteren. We waren net weg bij de bar toen ik me realiseerde dat we onze bodywarmers waren vergeten. We keren om en even later stopt er een auto. Het is de man die aan de bar zat en met wie ik een paar Spaanse woorden heb gewisseld. Hij vist onze jasjes van de passagiersstoel. “Muchas gracías” zeg ik. De nada (geen moeite). En hij keert zijn auto en rijdt terug naar het café. Wauw wat een vriendelijkheid.


Na twee weken bergen en heuvels vertrekken we richting zee én naar een plek waar ik al heel lang heen wil. Nu duimen dat mijn rugpijn snel verdwijnt.


Schilderwerk:

 

 

 

 

  • 17 feb
  • 13 minuten om te lezen

Jammer maar het weer in Zuid Spanje blijft pet. Regen en storm. Dus reizen we weer zo’n 100 km naar het noorden. Als we wegrijden zie ik in mijn zijspiegel dat er al een camper op ons plekje parkeert. Een gewilde camperplek. Of de volgende dat ook zal zijn? Wil René stuurde ze een mailtje of er plek is en direct was het antwoord: je bent welkom.


We rijden naar Lorca om boodschappen te doen en gaandeweg komt de zon tevoorschijn. We willen als eerste naar de supermarkt Consum omdat ze daar Cola zero zero in 1,25 literflessen verkopen, evenals mandarijn-waterijsjes en goede havermelk. Als we de straat inrijden, geeft onze routeplanner ineens alarm: de weg is verboden voor voertuigen langer dan 6 meter. Uh, echt? Bij de rotonde zien we ook een verkeersbord met hetzelfde verbod. Dus keren we om, en parkeren buiten de zone. We lopen die anderhalve kilometer wel. Heb ik vandaag ook weer gewandeld. Wat ons opvalt is dat dit Lorca groot-stedelijker is dan het schattige centrum dat we vorig jaar zagen. Toen leek het een provinciestadje van zeg 30.000 inwoners, dachten we: zie onze video over Lorca en Puerto Lumbreras uit 2023 . Het blijkt de derde stad van Provincie Murcia te zijn met zo’n 100.000 inwoners.

Als we terug bij de camper zijn, betrekt de lucht en begint het te waaien en de regenen. Balen, ik hoopte om straks buiten te kunnen zitten. We doen de rest van de zware boodschappen bij een supermarkt waar we de camper dichtbij kunnen parkeren, en rijden dan 15 kilometer naar het westen richting Águilas. De camperplek ligt niet aan de doorgaande weg maar net aan het begin van de Sierra de Almenara. Net voorbij Purias, een klein gehucht van 100 inwoners.

We krijgen een plek tegenover de stal met 1 paard en 2 ezels. "Een is een authentieke Spaanse ezel", legt de eigenaar uit. Uh…? “Het is de kleine ezel”. De eigenaar is een Nederlands stel die sinds vorig jaar deze camperplek is begonnen. Ook al woont hij al 30 jaar in Spanje, zijn Amsterdamse accent is onmiskenbaar. 

Achter ons is nog een plek leeg, naast een hele grote camper. Alle twintig plekken zijn groot maar we gaan liever daar staan. Die grote camper blokt de wind de komende dagen, denken we. En kunnen we ons stoffen huisje weer opzetten. Buiten zitten is (nog) geen optie. Het is gewoon te koud. De volgende dag begint koud met 10 graden maar zodra de zon over de heuvel is, warmt het iets op. Maar echt warm wordt het niet. Ik schilder met een fleecejas onder mijn schilderjas, tot het echt te koud wordt.

En dan komt storm Leonardo over Portugal en Spanje. De eerste dag betekent het hier regen en kou. Als het in de loop van de ochtend een beetje droog lijkt te worden, springen we op de fiets en rijden naar een overdekte shopping mall. Volgens mij fietsen we niet goed, maar Wil René heeft de tomtom. Ik mopper want het is verder weg, koud én de modder zit al tot aan mijn knieën. Dan loopt de route vast op een nieuw huis. Of we fietsen ver om, of we proberen om het perceel te fietsen. Dat laatste dus en lang leve de dikke banden: want het blijkt dat we door de vette klei met plassen moeten zwoegen. In het winkelcentrum koop ik 5 shirts en als we terugrijden komt waarachtig een klein zonnetje tevoorschijn.


Dat zonnetje wordt de volgende dag een grote zon en de temperatuur stijgt tot 20 graden. We

besluiten om naar het dorp te wandelen waar een koffiehuis zit. Daar zien we op een groot Tv-scherm de beelden van de gevolgen van storm Leonardo in Oost Andalusië. Dorpen waar in een paar uur tijd 60 cm regen valt. Rivieren die buiten hun oevers staan, overstroomde wegen, scholen, treinspoor, een camping…..  En wij zitten in de zon met een matige wind. Bizar.   

Het koffiehuis is ruim 45 minuten lopen. Op de heenweg heuvel af en wind in de rug. De terugweg is dus pittiger. Met een pauze op een bankje, red ik het. Een nieuw record.

Een ander record vestigen we in de middag. We zijn aan het schilderen als de wind plotseling toeneemt. Binnen een kwartier stormt het (windvlagen tot 90 km). We moeten als een idioot de tent afbreken en de luifel indraaien. De tentwanden zijn zo neergehaald. Opvouwen doen we later wel. Gewoon een waterfles van 8 liter er op, dan blijft het wel liggen. En dan komt het moeilijkste. De luifel zien in de draaien, zonder dat de wind ‘m tegen de camper aandrukt of over de camper heen tilt. Ik roep de hulp in van twee buren en met z’n 4-en lukt het zonder schade. Dan begint het te spetteren. We gooien snel de tentwanden de camper in. Het blijft bij spetteren. Met wat gehannes lukt het om de tentdelen op te vouwen. We ploffen op de bank. Na 1,5 uur lopen, een uurtje schilderen en een race tegen de storm zijn we gesloopt.

De wind blijft stevig, ook de volgende dag. Evenals de zon. Zonder tent kunnen we niet schilderen. Dan maar fietsen. Naar Lorca – zo’n 15 km verderop. Ik heb op internet nog een kleine tentoonstelling gevonden in een oud stadspaleis uit de 19e eeuw. Geen idee of dat wat is, maar het geeft onze fietstocht een bestemming.


We staan net in de tuin van palacio Huerto Ruano, twijfelend of we hier onze fietsen wel kunnen stallen, als er een vrouw langs loopt en in rap Spaans iets zegt. “Despacio, por favor.” (langzaam aub). “Er is een mooie tentoonstelling binnen, die moeten jullie bekijken.” Nou, dat waren we net van plan, en aangezien ze niets over onze fietsen zegt, laten we ze hier staan. We wandelen naar

binnen waar een schoonmaakster de zalen wijst die we kunnen bekijken. Dus beginnen we links. Prachtige zaal met een enkel mooi schilderij en enkele die ons niet kunnen bekoren. De zaal erachter is prachtig in moorse stijl. Van vloer tot plafond. De beelden die er in staan vallen weg tegen zoveel kleurenpracht.


We komen de vrouw tegen die we buiten spraken. Ze spreekt nauwelijks Engels maar ze wil ons de zalen boven laten zien, en wijst en passant op de unieke trap waarvan de

leuning is gemaakt van glas. In de zalen boven vertelt ze dat de expositie door de Fundacion Cristina Valera is georganiseerd. Zij blijkt de voorzitter te zijn. Dan excuseert ze zich want er zijn vrienden aangekomen die ze even later aan

ons voorstelt. Ze blijken volgende week af te reizen naar België (Genk) en Nederland. Hij is pottenbakker en hij heeft potten gemaakt voor de Bonsai-tentoonstelling daar[1]. Nadat we boven de twee zalen hebben bekeken, is er nog een zaal beneden over. Daar kunnen we snel door heen, het gaat over een bekende inwoner van Lorca. We zien oude foto’s, schilderijen uit zijn huis. Voordat we gaan, wil ik de vrouw nog even dag zeggen. Maar ze zet ons samen met haar vrienden bij een muur om een video te kijken. Een video over het leven en werk van Antonio Valero Torres – bekende inwoner van Lorca, oprichter van de Fundatie, oud-wethouder, advocaat, projectontwikkelaar, eerste redacteur van de lokale krant. En ….. haar vader, die in december is overleden - 96 jaar oud. Veel van de gesproken tekst heb ik niet verstaan maar och oude beelden vind ik altijd wel interessant. Dan nemen we toch echt afscheid, tot onze verrassing omhelsd ze ons - Rosa Valera.


De volgende dag nemen wij afscheid van de camperplaats van Henri en Irene, Ranch Purias. Onze bestemming is een camperplek bij Dolores waar we al vaak hebben gestaan. Maar dat is niet de reden. Een vriendin heeft het vliegtuig gepakt en logeert daar twee weken om haar zoon de favoriete plek van zijn vader te laten zien. Het is ook de plek waar wij elkaar in 2023 hebben ontmoet. 


Onderweg rijden we langs het berggebied Sierra Espuña. Daar is een stuwmeer met een mooi uitzichtspunt. Kunnen we wel even gaan kijken. Hemelsbreed 3 kilometer van de snelweg. Uiteraard is er geen rechte weg maar een omweg van 15 km is prima. Onze routeplanner stuurt ons door een olijfplantage. Ik heb google maps ook open en daar zie ik dat de weg iets verderop de heuvels in gaat. Uiteraard tussen de kassen. Totdat de weg vastloopt op een hek en de zijwegen voorzien zijn van rode borden met een witte streep. Er is nog een ander uitzichtspunt maar daarvoor moeten we veel verder omrijden. Doen we de volgende keer wel, als we hier voorbij komen.     


Nu eerst hagelslag kopen, én komijnekaas. Wil René miste zijn hagelslag zo dat hij pure chocolade reep kocht en met een mes er chocola af raspte. In de regio van Almería waren er geen Nederlandse winkels. Het vooruitzicht doet het water in zijn mond lopen.  Als we dan toch in de Nederlandse winkel zijn worden er ook dropkogels ingekocht. En zien we tompouces in de koelvitrine liggen. Die nemen we ook mee.


De camperplek zelf is ongewijzigd, nog altijd die matige douches. De activiteiten daarentegen zijn toegenomen. Er is iedere dag wel wat te doen in de loods – vandaag mambo workshop en daarna salsamuziek. Onze vriendin logeert in een huisje dat in die loods is gebouwd. Verrassend knus en compleet. Met de spullen uit onze en haar koelkast maken we een salade en als toetje peuzelen we de tompouces op. We missen daardoor wel de mambo workshop. Maar niet het salsa dansen zelf.

In heel ver verleden heb ik salsa les gevolgd maar veel is er niet blijven hangen. Na een tijdje te hebben gekeken naar Spaanse dansparen die rondwervelen, gaan we gewoon op onze manier dansen. Wil René en ik proberen nog even de mambo stappen met behulp van een

stappenplaatje van internet. Zonder succes maar wel met groot plezier. Zodra wij met onze vrienden “gewoon” op de salsamuziek dansen, durven we meer mensen mee te doen. Tot groot enthousiasme van de DJ annex dansleraar. Het is een hele leuke avond. Met iets te veel wijn merk ik de volgende ochtend.


Gisteren niet gewandeld, wel gedanst. Vandaag wandelen wel, via een dorp met koffiepauze, langs de artisjokkenvelden. 45 minuten met wat stijven spieren van gisteren, niet slecht.  

   

Vanmiddag is er in de loods een fototentoonstelling, soundbath en pizza.  De geportretteerden zijn o.a. mensen met Down. De campingeigenaar leidt ze rond over de camperplek en vol verwondering kijken ze naar de campers, de glampingtent en auto met daktent. Ik vraag of ze een camper van binnen willen zien. Natuurlijk! Dus omstebeurt komen ze kijken naar het kleine huis.

Het lukt me in het Spaans wat dingen te benoemen: het huis heeft een keuken, en zelfs een douche. En een bed dat tegen het plafond zit en zakt om te slapen.  En dan willen ze snel verder want er komt pizza. En lekkere pizza, moet ik zeggen. Ik bestel een cuatro queso en tot mijn verrassing gaat er walnoten en honing over heen. Wel lekker.


De campingeigenaar was zo vriendelijk twee nachten te regelen maar daarna zit hij vol. Met nog geen geregelde plek vertrekken we. Nu de Zuidkust van Spanje nog steeds de een na de andere storm over zich heen krijgt, stroomt de oostkust vol met overwinteraars uit de Costa del Sol, Malaga, Gibraltar en Cadiz. Het is dringen, denk ik. Met verbazing kijk ik dan ook naar de bijna lege camperplaats die aan de buitenrand van Alcantarilla ligt. Nou ja helemaal verbaasd ben ik niet, want het is de parkeerplaats van een motelrestaurant dat aan de overkant van de weg ligt. Een ommuurde parkeerplaats waar je wel water kunt tappen en je wc kunt legen. Voor 8 euro per nacht. Er staan twee vrachtwagen-campers die op geen enkele normale camping of camperplaats passen, noch welkom zijn. Hier hebben ze de ruimte om hun zijkanten uit te schuiven. Even later gaan de achterkleppen open en rijden ze hun auto’s er uit. Ik kijk dus uit op ruim 2 miljoen aan reismaterieel ….

Even later rijdt er een Nederlandse camper het terrein op, die net zo verbaasd is als ik. Nog zoveel plek! Ze hebben al voor de poort van campings overnacht omdat het overal vol is. Ze zijn inderdaad gevlucht voor het slechte weer in Zuid Spanje. Hier schijnt de zon volop. De temperatuur loopt op tot ruim 24 graden. Hoewel campinggedrag formeel niet toegestaan is, zetten we onze schildertafels in de schaduw van onze camper. Eind van de middag fietsen we de stad in. Doel: een heladería. Bij dit zomerse weer past een ijsje.  


Deze stad is geen toeristische bestemming. Alcantarilla is een industriestadje (43.000 inwoners) met Hero en Bayern als bekende fabrieken. Een groot industriegebied delen ze met Murcia. Als we door het stadje fietsen vallen de vele graffiti tags op (een soort handtekeningen). Er zijn ook veel kale gevels en leegstaande panden. Die zichtbare tags zijn vaak ook een teken dat er een grote tolerantie is voor street art. Dus open ik de Street Art Cities app en inderdaad hier zijn veel

murals te vinden. Ik zet de murals als pins op een kaart en maak er een fietsroute van. Misschien morgen of overmorgen. Want ik denk ook nog aan een andere fietstocht. Naar dat stuwmeer, dat we een paar dagen geleden probeerden te bereiken met de camper. Het is een uur fietsen vanaf hier, wel met een pittige helling aan het einde. Met dit mooie weer en niet te veel wind zouden we dat meer ook kunnen filmen. 


De volgende dag is het vooral bewolkt. En Wil René voelt zich niet zo fit. Dus die helling wordt het zeker niet. De fietsroute door de stad langs de muurschilderingen durft hij wel aan. Als we terug zijn spettert het af en toe. Desondanks stijgt het kwik tot 21 graden


De camperplek wordt door een motel/restaurant uitgebaat dus misschien kan ik er ook wel douchen. Dat klopt. Tegen betaling van 3 euro kan ik een mooie nieuwe douche gebruiken. Op de camperplaats staat ook een keet met wasmachines en drogers. Dus draaien we ook een was. Uiteindelijk is de camperplek meer dan alleen een parkeerplaats zoals ik het in eerste instantie zag. Alleen de elektricitreit werkt vandaag niet en een camper met een gehandicaptenlift vertrekt onverrichter zaken.


Met onze zonnepanelen hebben we geen stroom nodig. En dat is maar goed ook want de volgende bestemming is letterlijk een parkeerplaats. Dit keer zonder voorzieningen. In Pilar de la Horadada staan 3 bevriende koppels net achter de duinen aan het strand (de app Polarsteps laat zien waar ze zijn). We brengen ze een verrassingsbezoek. Zij staan net op het punt om water te gaan tanken en vuilwater en de wc te lozen bij een serviceplek 10 km verderop.  En komen daarna weer terug. Tja dat is het nadeel van een parkeerplaats waar alleen een vuilniscontainer staat. Op de parkeerplek staan zo’n 50 campers. Sinds een paar weken heeft de gemeente deze

parkeerplek voor campers opengesteld, wel is kampeergedrag verboden (geen stoelen en tafels buiten). Maar met een strand zo dichtbij is dat ook niet nodig. De bakker heeft de klandizie al ontdekt, en rijdt ’s morgens toeterend het parkeerterrein op met een auto vol broden, broodjes en koeken.


We zoeken weer een wandeling met een koffiepauze. We kunnen langs en over het strand naar een terras in Torre de la Horadada lopen. Precies 30 minuten. Waar we geen rekening mee hebben gehouden, is de warmte in de middag. Ik zoek een tafel in de schaduw op het terras. De zon die achter sluier-bewolking zit, warmt de lucht flink op en er is nauwelijks wind. Het kwik stijgt naar 24 graden in de schaduw, die het strand niet heeft. Morgen gaan we in de ochtend wandelen. Toch is het zonnige weer een cadeautje: met je blote voeten op het strand in korte broek.


Een van de vrienden zegt: "een brunch, hier op het strand, zou tof zijn". Zeker. Maar door het alleen tegen mij te zeggen, gebeurt er niks. De weersvoorspelling beloofd morgen een strakke

blauwe lucht. Kortom een perfecte dag voor een brunch. ’s Avonds zet ik haar idee in de groepsapp en vul aan: morgen half 12 en iedereen neemt iets mee, oké? Het is oké. En dus staan

er rond 12 uur een rij tafels op het strand gevuld met eten. Veel en lekker. Wauw het is echt zomer. De huid van sommigen van ons wordt zelfs roserood. Het zeewater is met 14 graden te koud om te zwemmen, ik hou het bij pootje baden. Wil René verrast iedereen met ijsjes die hij bij de supermarkt is gaan halen. Zo gek dat het een paar dagen geleden koud en nat was, en nu lijkt het (een Nederlandse) zomer. En de voorspellingen zijn dat het zeker een week aanhoud. Fingers crossed.  


Die zon blijft wel maar er komt wind bij. ’s Avonds, als we met z’n allen in het restaurant zitten, loeit ineens het alarm uit heel veel mobieltjes. En extra hard via de boxen, want de restauranthouder speelt muziek af via zijn mobiel en ontvangt op hetzelfde moment ook de windwaarschuwing voor morgen. Blijf binnen!, is de korte vertaling. De politie heeft het wandelpad naast de duinen al afgezet. We zetten de dakluiken op een kier want slapen zonder frisse lucht vind ik vervelend. 

’s Morgensvroeg rammelt de wind aan onze camper en gaan toch alle luiken dicht. Storm Oriana komt met windstoten van minimaal 90 km/u vanuit het noordwesten. Onze wandelroute via het strand ligt gunstig want de duinen en huizen vormen een prima windscherm. In de loop van de ochtend wordt de wind sterker. De grote campers draaien zodat ze met de kont in de wind staan en de neus naar de zon. Ze hebben vast ook het verhaal gehoord dat zo’n grote Morelo - die dwars op de wind stond – in Portugal is omgewaaid. (Ik heb dat verhaal trouwens niet kunnen terugvinden). Wij staan niet precies in de

windrichting maar met de hydraulische poten staan we een stuk stabieler dan de campers zonder levellers. “Het voelt alsof ik op een schip zit in een zware storm,” omschrijft een van onze vrienden het. De wind trekt nog meer aan en ook wij draaien de camper een stukje. We wandelen het strand op om onder een strakke blauwe hemel de witte koppen op de zee te zien. Niet lang, want we worden gezandstraald. We lopen achteruit weer tussen de duinen door en schuilen in de camper voor de wind. 


Door de storm is gisteren het Jeugd-carnaval afgelast. Vandaag om 11 uur start in San Pedro Del Pilar de carnavalsoptocht. De wind is minder heftig dan gisteren maar toch wel stevig. We fietsen gewoon en dan zien we wel of het doorgaat. Ik heb het parcours op internet gevonden maar als we de straat indraaien, zien of horen we niks. Tja, praalwagens met deze wind is ook niet te doen. Maar aan het einde van de straat horen we muziek en zien we mensen klaar staan. Leuk! Onze Vlaamse vrienden vieren normaal Carnaval in Aalst (B) en via hun kinderen worden ze op de hoogte gehouden van de optocht waar dit jaar zo’n 5000 mensen meelopen in de stoet. Hier schat ik dat er zo’n 500 mensen meedoen. Een ander groot verschil is dat dit bijna allemaal dansgroepen zijn – niks praalwagens of politiek commentaar. Het is meer een Braziliaans carnaval. Hier dansen alle leeftijden, kindergroepen en bejaarden. Alle maten van XS tot XXXXL. Het is een leuke optocht, wel wat fris maar niet zo koud als in België waar de stoet door sneeuw wordt overvallen.

     

 


Voetnoot

  • 2 feb
  • 8 minuten om te lezen

Agua Amarga 21 januari - 1 februari 2026


Vlak voordat we vertrekken, bestuderen we de weersvoorspellingen. Die zijn voor de Zuidkust somber komende week. Veel regen en stormachtige zuidwestenwind. Hmm. “Laten we naar Agua

Amarga gaan, dat kleine plaatsje aan de oostkust.” Twee jaar geleden hebben we daar met veel plezier gestaan. Een camperplek die aan de zuidwestkant door rots wordt beschermd. Op 100 meter van het strand met strandtent. Dus in plaats van westelijk, rijden we een uurtje naar het noorden. Ik bel van tevoren of er plek is, omdat je er niet kan reserveren. Januari is een drukke maand. “If you come in the morning, there is always place”, zegt de camperplek. Als we om half elf aankomen, kunnen we nog net op het laatste plekje staan. Tussen een paar grote campers. Met uitzicht op de achterkant van een ook grote

camper. Niet ideaal, hoewel die grote jongens de wind blokken terwijl de zon ertussen schijnt. In de middag zit ik voor het eerst sinds dagen met een korte broek een boek te lezen. Toch staan we liever aan de zijkant van de camperplaats. We kunnen altijd morgen verplaatsen. Met de eigenaresse bekijken we wie er mogelijk morgen vertrekken. Dat blijken er vier te zijn. We informeren ’s middags bij de eerste twee campers, die melden dat ze gaan verlengen. De derde blijft ook nog maar haar buurman, een Estlander gaat wel vertrekken. Als de buurvrouw dat hoort, zegt ze meteen: “oh dan kunnen mijn vrienden naast me komen staan.” Nou, niet als het aan ons ligt. Die kunnen wel op onze plek. Dat kunnen we nu niet overleggen met de eigenaresse van de camperplek. Ze is er alleen tussen 10 en 12 dus dat doen we morgenvroeg. Die nacht regent en waait het. Onze camper staat redelijk beschut.


De volgende ochtend staan er al campers voor de poort te wachten. De Estlander is nog niet wakker. Om stipt 10 uur rijden de eerste campers al naar binnen, op zoek naar een vrije plek. Wil René gaat bij de eigenaresse navraag doen en krijgt te horen dat hij achteraan in de rij moet aansluiten. Ze spreekt ineens geen Engels meer en is gestrest. Het blijkt dat er veel minder campers vertrekken dan ze verwacht had. Daarnaast heeft ze tegen camperaars gisteren gezegd dat als ze om 10 uur komen, er plek is… We leggen ons er maar bij neer. Om zijn frustratie - afspraak van gisteren bestaat vandaag niet meer - af te reageren, gaat Wil René maar afwassen. “Heel fijn”, denk ik. Ondertussen hebben de eerste nieuwe camperaars een plek en is de

Estlander nog altijd niet in beweging gekomen. Wil René checkt of hij nog wel gaat, en dat is zo. Wil René doet nog een poging bij de eigenaresse, ditmaal met Google Translate, en nu lukt het wel om af te spreken dat wij verkassen en dat een nieuwe op onze plek komt. Tjonge 1,5 uur stress. Maar wel met een goed resultaat: we staan op een veel betere plek: meer zon, meer uitzicht, minder wind. 



De camperplek ligt zo dicht bij het strand (de roze pijl op de foto) dat het geen einddoel van mijn wandeling kan zijn. Wel zijn er meer mogelijkheden: rondje door het dorp met veel bloeiende bougainvilles; de berg op om vanaf boven het dorp met zijn witte huizen te zien; de grotten boven het strand. In de middag wandelen we nog een keer via het strand maar dan naar het terras als doel. Proosten op weer een mooie dag.

 

 

Als we boven de camperplaats wandelen, ziet Wil René nog ‘n wandelpad op de berg bij de zee. Laten we daar morgen gaan wandelen. Op goede geluk zoeken we in het dorp de weg naar boven. Ergens moet dat pad beginnen. Maar we zien ‘m niet. Wel denken we dat pad wat hoger te zien. Dus klauteren we tussen de grassen, struiken en kalksteen naar boven. De laatste meters heb ik ook mijn handen nodig, maar dan staan we wel op het pad hoog boven het strand. Het loopt naar het einde van de baai. Als we bij de hoek komen, voelen we de harde wind. Daarmee

is het smalle pad hoog boven de zee niet veilig. Ik maak een foto van het uitzicht om de hoek. Snel weer de hoek om,  en genieten we van het uitzicht over “onze” baai terwijl we op een oude bunker zitten. 


Met de boodschappen die we onderweg hebben gedaan, koken we vier dagen: maaltijdsalade, venkelschotel, nasi en schnitzel met sperziebonen. Dan moeten we boodschappen doen: met de fiets naar de supermarkt in Carboneras. Acht kilometer verderop. Eerst een pittig klim het plateau op, door het natuurgebied, en weer afdalen. Hier zijn weinig bochten, en met goed asfalt durven we met 57 km per uur af te dalen. Dan langs een cementfabriek, ontziltingsinstallatie en de industriehaven. Hé de hoge pijp van de energiecentrale staat er niet meer. Later lees ik dat de kolencentrale vorige jaar is afgebroken na 40 jaar. Nu wil het energiebedrijf via een internationale inschrijving (inmiddels 14 voorstellen) het gebied nieuw leven inblazen met oa hernieuwbare energie. Het is Futur-e Plan gedoopt. Benieuwd wat we hier de volgende keer aantreffen.


Het stadje zelf is onveranderd. Alleen weet het meisje van de boekhandel niet hoe ze de foto’s die we haar mailen op A3-formaat kan printen. Na een paar pogingen verwijst ze ons naar een imprimera (drukker). In een ander dorp hebben we een keer hele dure kopieën op hoogglanzend karton gekregen omdat de drukker niet begreep dat we gewoon eenvoudige kopieën willen om te gebruiken met schilderen. Met die ervaring lukt het om mooie kopieën op 80 grams papier te krijgen.


We fietsen snel terug. Het is mooi weer dus kunnen we schilderen. Helaas gaat het de komende dagen weer stormen, dus bouwen we ons stoffen huisje nog steeds niet op. De voorspelling is 90 km per uur.  



Die storm klopt. Ze heet Herminia, lees ik in de Spaanse nieuwberichten. Waarschuwingen voor hevige wind en hoge golven. Een paar dagen windkracht 6 – 7 met stevige windstoten tot 110 km per uur. De zee is ruw en mooi om naar te kijken. De echte grote golven zitten verder op zee. De horizon heeft geen donkere lijn van de zee maar een grillige witte. Het water stuift vanaf de golven.  We wandelen een paar keer per dag langs het strand om te kijken. Mijn ogen blijven gefixeerd op de golven, die in de verte hoog opspatten op de kust. Of ik zit in een stoel te kijken naar de langs jagende witte wolken in de blauwe lucht. Het is namelijk niet koud: overdag 16 tot 19 graden en ’s nachts 12 tot 16.


In de wijnbar staat een potje met een rood servet, spar takjes en kerstballen. Ook bij huisdeuren hangen nog kerstkransen of een staat een kerstster. Bij ons het met 6 januari wel klaar met kerst. Hier waarschijnlijk eind januari? De volgende dag krijg ik antwoord. Een weg in het dorp is geblokkeerd door een hoogwerker. Hij is bezig de kerstverlichting er af te halen. Op 28 januari of is de storm aanleiding om het er nu al af te halen? 


Daags daarna vult een lange hoosbui de rambla. Overal lopen kleine stroompjes richting zee. Het strand is een stukje korter geworden. De golven hebben een mini afgrond gemaakt en knabbelt met iedere golf een stukje van het strand af. Ik zie een scheur langs de rand en film om te zien

hoe het afbreekt. De golven spoelen het zand er onder weg, maar de rand blijft fier overeind. Na 10 minuten geef ik het op en waarschijnlijk als ik 25 meter verder ben, is het alsnog afgebrokkeld, alleen ben ik daar geen getuige van.


’s Avonds vangt een aggregaat de uitgevallen stroom op. Alleen op de camping, het dorp zit in het donker. Een volgende dag valt wederom de stroom uit. Net op het moment dat ik me wil gaan douchen. De douche werkt met munten en het apparaat doet het niet zonder stroom. Maar na uurtje doet de stroom het weer. Net lang genoeg om te douchen – dan ligt de stroom er weer af. Wederom wordt de generator gestart en hebben we weer stroom. De accu zit vol we hebben geen enkel probleem en dat geldt waarschijnlijk voor alle campers.  ’s Avonds zijn de bergen om ons heen weer aardedonker. Geen enkel verlicht raam. Ondanks de storm hoor ik de aggregaat brommen. Vannacht gaat het weer spoken, is de voorspelling. Bij stevige windvlagen hoor ik zand op het dak vallen.  


De wind trekt aan mijn lijf tijdens een wandeling landinwaarts. Het smalle pad vraagt dat ik naar de grond blijf kijken om mijn voeten goed neer te zetten, en niet te struikelen over rotsen en takken. De wind maakt dat nog uitdagender. Op sommige stukken is de wind zo sterk dat ik voorover hang om vooruit te komen. Alleen stilstaand kan ik dit stuk natuurgebied bekijken, al

probeert de wind me toch uit balans te krijgen. Plotseling rukt de wind aan mijn arm zodat mijn hand een cactus aantikt. Een lange naald hangt aan mijn pink terwijl een andere n stukje huid heeft losgetrokken. Pijnlijk maar een dag later is alles weer oké. Er bloeien veel bloemen (vooral schijnraket en knikkende klaverzuring) dankzij de regen en de zon.



Na drie dagen worden we wakker en er raast geen wind om de camper en de zon piept naar

binnen. Net als iedere morgen is het rond 10 uur onrustig met campers die een plek willen. Een gewilde plaats. In de rambla naast de camperplek staan iedere dag wel campers hoewel bij de ingang van het dorp een bord staat dat kamperen met campers en caravans verboden is. Zelf in het zicht van het bord. De camper naast ons is in alle vroegte vertrokken. Even denk ik dat ze boodschappen zijn gaan doen, want er staat nog een opstapje. Mensen laten vaker stoelen staan, of een kleed of oprijblokken, waarmee ze aangeven dat ze terugkomen. Later blijkt dat onze buren het opstapje in de haast zijn vergeten. Lastig, lijkt me.


Lastig is ook dat een deel van de verlichting het niet doet. Waarschijnlijk is de schakelaar op het display het probleem. Om daar bij te kunnen moet Wil René eerst een half uur van alles losschroeven (deurtje, plankje, behuizing ed). De schakelaar is binnenin vuil. Hoe dat kan geen idee, maar eenmaal schoon werkt het weer. Fijn zo’n klusser als partner.


Dit gebied is trouwens onderdeel van het grote Natuurpark van  Cabo de Gata. Een droog landschap van schelpenzand  rotsen en vulkanische rotsen. Waar nauwelijks wegen zijn. Eentje naar het noorden - Carboneras - en eentje naar het westen – aansluiting met de snelweg 7 km verderop. Naar het zuiden lopen alleen wandelpaden. Niet fietsbaar. Dus wandelen we iedere dag en telkens iets verder. Met de app Organic Maps kan ik wandelpaden in de buurt zien. Er zitten er hier genoeg.  Zo kan ik telkens een ander pad kiezen. Door de afwisseling vind ik het makkelijker iets langer te wandelen.  Vandaag 45 minuten. Zodra we buiten het dorp zijn, lopen we langs een begraafplaats. Ik wil dat eigenlijk al een tijdje bekijken. Het idee dat er mensen zijn die rouwen heeft me weerhouden. Hier is niemand. Dus durf ik rond te lopen langs de nissen (nichos). Wat opvalt zijn foto’s van de doden met hun beroep of hobby. Een boer met zijn tractor, een mandenvlechter, een jager. Er staat zelfs een speelgoed shovel naast de nis van de chauffeur. Bij een nis is het strand met heuvels van het dorp weer gegeven in geglazuurde tegels. 


Als ik zoek naar de geschiedenis van dit dorp – wat beperkt is tot vissershaven en laadplatform van de ijzererts uit de mijn van Lucainena[1] - zie ik dat er binnen mijn loopafstand (25 min) een meer dan 1500 jaar oude wilde olijfboom staat. In deze omgeving staan weinig bomen, laat staan hele oude. Te droog, denk ik. Deze staat in de rambla, waar soms een klein beetje water door stroomt. Daar zien we ook een amandelboom in volle bloei staan en we horen een rode patrijs, die we gisteren tijdens onze wandeling plotseling zagen wegvliegen. Dat ontdekken we via de vogelapp Merlin Bird ID.    


De laatste dagen is het mooi weer, dat betekent lekker schilderen. De camper naast ons zorgt voor de schaduw in de middag. Geen tentje nodig. Ik oefen verder met verschillende huidskleuren. Wil René waagt zich aan een Rembrandt.

   

 

 


[1] Daar waren we in 2023 - zie ook 2e deel van het filmpje over de ovens waar het ijzererts werd verwerkt - https://youtu.be/nAj1imq2Pjg?si=0JurtyYQ96aBoZZy


© 2026 Hellie van Hout

bottom of page