top of page
  • 19 mei 2025
  • 6 minuten om te lezen

12 – 19 mei 2025 - Po Delta, Commachio, Ravenna, Igea


We zakken verder naar het Zuiden en passeren de Po. Ik heb bedacht dat we de naar de Po-delta rijden waar een oude energiecentrale staat. Lijkt me een mooi contrast tussen de natuur en industrie. De centrale is ontmanteld, alleen de toren staat er, en die is van kilometers ver te zien. Als we het terrein willen oprijden, zien we vrij nieuwe borden staan: privéterrein. We rijden toch stapvoets verder om ‘n plekje te zoeken, waar we de drone kunnen laten opstijgen. Dan zien we een auto verschijnen die stil gaat staan. Er zit niets anders op, dan om te keren. De auto volgt ons tot we het terrein af zijn en rijdt ons dan voorbij.  En een tweede auto volgt. Het terrein is dus niet zo verlaten als ik hoopte. We rijden een klein weggetje in, dat naar de dijk voert om vandaar te kunnen filmen.  Maar ook die is afgezet. Het plan om beide werelden te filmen is definitief mislukt. We hobbelen over de dijk de andere kant op waar koereigers maar niet snappen dat we echt de dijk af moeten rijden (keren kan niet). Ze landen telkens 20 meter verderop om dan weer op te stijgen, en weer op de weg gaan zitten. Als we de oude dijk af zijn, kunnen we langs de weg parkeren en eten een boterham met de grote schoorsteen aan de horizon.

 

We koersen naar Ravenna maar gezien de popcorn-buien willen we niet te vroeg aankomen. We maken een tussenstop bij wederom een klein zusje van Venetië: Commachio.

Dit zusje is nog kleiner dan Chioggia, dus gaan we wandelen. Wel met de paraplu in mijn rugzak, want de lucht aan de horizon is dreigend. Na een half uur hebben we het dorpje wel gezien.


Tegen het eind van de middag rijden we Ravenna binnen en parkeren op de laatste vrije camperparkeerplaats. Deze ligt aan de rand van het centrum. Voor 2,70 euro mogen we 24 uur staan. Het is een gewone parkeerplaats met een aantal wat grotere vakken.  


Hier kunnen we niet buiten zitten maar wel de stad inlopen, op zoek naar een pizzeria. De eerste deze reis. Onze Nederlandse magen beginnen rond 6 uur al te knorren maar hier kun je niet voor 7 – 7:30 uur terecht. We hebben er één gevonden die om half zeven open is en uiteraard zijn we de eerste gasten. Als we onze pizza al bijna op hebben, stapt er een tweede stel binnen. Ook Nederlanders. Als we na een toetje afrekenen komt het derde stel binnen – Engelsen. Al dwalend door het centrum zien we dat de terrassen voller worden met Italiaanse eters. Terwijl wij vinden dat we genoeg gewandeld hebben, en thee verdiend hebben. Morgen gaan we fietsend de stad verkennen.   


Vier jaar geleden hebben we de schitterende oude mozaïeken in basilieken en doopkerkjes van Ravenna bekeken. Daar heeft Wil René toen een filmpje[i] van gemaakt. Dit jaar zoeken we de moderne tijd op. We willen street-art gaan bekijken. Op internet lezen we dat er een route is èn een fietskaart, te verkrijgen bij het Toeristeninformatiepunt. Als ik er naar vraag, krijg ik een

fietskaart van Ravenna en omgeving die ik om mijn stuur kan vouwen. Prachtig slim ontwerp, al zit mijn display een beetje in de weg. Alleen de street-art info ontbreekt. “Oh, die hebben we, maar moet ik even printen. Hij dateert uit 2016 dus niet alle werken zullen er nog zijn en u kunt het beste fietsen. Oh ja u wilde een fietskaart… ”. Gecombineerd met de website die ik gevonden heb over de wijk Darsena [ii] komen we een heel eind. En zien dat er een aantal muren verdwenen zijn en anderen verbleekt. Toch nog genoeg te zien. 



’s Middags bekijken we moderne mozaïek in het museum.


Ravenna heeft een gerenommeerde kunstacademie voor mozaïek [iii] Je kunt er een cursus van vijf dagen doen, misschien de volgende keer.


Als we na twee nachten de parkeerplaats verlaten zien we dit prachtige exemplaar staan. “Zoiets lijkt me wel wat maar dan met een supernieuwe luxe binnenkant,” zegt Wil René. “Minder inbraakgevoelig, denk ik”.

 

 

Na 2 nachten parkeerplaats en stad wil ik meer groen en rust.  Veel campings heeft Italië niet. Behalve aan de kust, en dan nog zijn dat grotendeels camperplaatsen. In Igea ligt een grasveld omzoomd door groene struiken en enkele grote parasoldennen. Er is een huisje met één wc en drie douches (1 euro voor 2 minuten – effectieve waterbesparing). Je kunt er alleen kamperen met een camper, lees in

de reviews.  Iemand die reisde met een stationcar werd geweigerd omdat hij geen camper was. Het grasveld kan heel vol worden als ik de elektriciteitspaaltjes tel. Dan sta je wel op z’n Italiaans. Luifel aan luifel. Maar nu hebben we alle ruimte. In de vijver naast ons ontluiken iedere dag de waterlelies terwijl de goudvissen tussen de bladeren zwemmen. De kikker roept in de schemer naar zijn buren.


Het strand ligt honderd meter verderop. Daar is het doordeweeks rustig en in het weekend iets drukker. Het vakantieseizoen begint eigenlijk pas 7  juni als de schoolgaande kinderen vrij hebben. Dan begint de langste schoolvakantie van Europa –  op 14  september aan ze pas weer naar school. Meestal gaan de Italianen zelf in augustus op vakantie. Dan liggen ze op een rij onder parasols op het zandstrand van Venetië tot aan Rimini. Als je op google earth dit deel van de kust bekijkt zie je rijen en rijen parasols en bedjes (zie ook film van Ravenna [i]). Nu worden er nauwelijks bedjes gehuurd. Sporadisch zie je  iemand liggen.


Deze kust is wat prettiger dan bij Sottomarina. Je kunt over een boulevard lopen en fietsen, waar de auto te gast is (althans als hij zich aan de 30 km een richtingsverkeer houdt). Opvallend veel bloemen en perkjes, trouwens.  Links liggen de hotels en restaurants. Rechts de zee, strand met strandtenten. Het is net een straat met huisnummers. Iedere strandtent heeft een nummer. Bij nummer 91-92 doen we een drankje. In de meeste strandtenten wordt geklust, planten vervangen, een zwembadrand geschilderd, een pingpongtafel neergezet. Bij nummer 91-92 wordt een kinderspeeltoestel gerepareerd. Verder zijn ze er al klaar voor. De tafel met de plattegrond voor de strandstoelverhuur ligt klaar. De hele dag zitten ze te wachten op een gast die een bedje

wil reserveren. Ondertussen checken ze kun mobiel of lezen ze de krant.  Verderop zit op een bijna verlaten strand, de  badmeester naast een paal met een witte vlag. Hij zal zijn best moeten doen om niet weg te soezen.   

Behalve de badmeester die in zijn hok zit, pal voor het beachvolleybal-toernooi. Die moet zijn best doen om de zee in de gaten te houden. Er zijn wel 50 velden waar 2 tegen 2 of 4 tegen 4 gespeeld wordt. Jonge meiden in kleine sportsetjes, gozers met gebruinde bovenlijf en lange shorts. Wielrenners onderbreken maar wat graag hun training, om even te kijken naar het “spelverloop”. Een DJ zorgt voor energieke muzikale begeleiding. Het toernooi duurt drie dagen. “Drie dagen met een hoog testerongehalte”, grinnikt Wil René. 



We gaan boodschappen doen in Rimini, zo’n 13 kilometer verderop, uiteraard met de fiets. Mijn associatie bij Rimini is zoiets als het Spaanse Benidorm. Dat zal ook wel zo zijn aan de kust. Het blijkt echter ook een gewone stad te zijn. Een oude stad gesticht door de Romeinen. Een poort van bijna 2500 jaar markeert de ingang van de stad. Veel oude gebouwen zijn er niet meer want de stad is aan het eind van de tweede Wereldoorlog platgebombardeerd.


Chips! Ik stoot mijn cafetière kapot tegen de kraan. Het idee dat ik nu géén koffie kan zetten,

wordt ik chagerijnig. Dus ga ik op zoek naar een cafetière-glas. Eigenlijk is zo’n French Press zoeken in Italië niet te doen. Hier zetten ze in iedere Italiaanse keuken koffie met een Bialetti Mokka. Zo’n zeshoekige, metalen koffiepot die je op het vuur zet zodat de damp via de koffie in een bovenste deel lekt. In bijna 100 jaar is het ontwerp ongewijzigd. Italiaans design. Dus koop ik zo’n schattig kleine perculator. En ik wordt verrast: de koffie is echt super lekker. De zoektocht naar een cafetière heb ik meteen gestaakt. 


Behalve strandwandelen, koffie drinken en boodschappen doen, zijn we weer aan het schilderen. Ik moet altijd over een drempel heen, als ik een tijdje geen kwast in mijn handen heb gehad. Ik wil graag Wil René portretteren maar begin met het naschilderen van een Toorop. Uitstelgedrag. Dus na twee dagen begin ik er toch maar aan. Ergens in de komende weken zal ik het af maken. Nu gaan we eerst de binnenlanden in.      

 


 Voetnoten


  • 12 mei 2025
  • 5 minuten om te lezen

 Onderweg, Sella, Sottamarina, 6 - 12 mei 2025


Eindelijk zon, verzucht ik na ruim 1200 km. Julia lacht me uit. “In Nederland schijnt de zon ook – nog steeds.” Als het nou in Zuid Duitsland mooi weer was geweest ….. maar het was er vochtig. Èn koud. Met 4 graden in het bos wakker worden, is tegelijkertijd prachtig én onaangenaam.

Het is een grappige kampeerplek naast het Wald-café. Zo’n plek waar je  na een wandeling wat gaat drinken en geniet van het uitzicht over een bloeiende alm met in de verte de alpen. Maar het begint hier te regenen, dus gaan we niet wandelen maar rijden we verder naar Oostenrijk.

We slingeren tussen de bergen over de Fernpas. De bewolking hangt laag en regelmatig gaan de ruitenwissers aan. We vermijden tolwegen en rijden dwars door Innsbrück naar de Brennerpas.

Daar nemen we wel de tolweg. Stom – want we komen in een enorme file terecht - wegwerkzaamheden. Alweer – ook in Duitsland hadden we de nodige vertragingen. Het goede nieuws is, dat de zon schijnt.

Met een uur vertraging bereiken we de Italiaanse grens. Meteen weer van die tolweg af. We slingeren onder, naast, boven de tolweg en zien dat ze daar na 20 km weer stilstaan. “Kijk, dat was dus een verstandige beslissing”, juich ik. Om 10 kilometer verderop ook vast te komen te staan. Nee geen wegwerkzaamheden, nu niet. Maar een rotonde waar zoveel verkeer vanaf de tolweg komt, dat de auto’s en vrachtwagens voor ons er maar druppelsgewijs tussenkomen. Later schuiven we wel in 'n rij door werkzaamheden aan 'n bruggetje. Het zorgt voor meer dan 45 minuten vertraging, in de zon én later een hoosbui. Wel zijn de bergen prachtig met sneeuw op de toppen.

Om 5 uur zijn we het zat: de files, de regen. We zetten de camper op een parkeerplaats in een dorp. Nog altijd in de regen. De ochtend is iets warmer - 11 graden - wel grijs met veel laaghangende bewolking. Na drie dagen autorijden wil ik wel iets anders. Ik vind op 45 minuten rijden een beeldentuin. Laten we dat doen. Arte Sella[i] heet het terrein dat beelden in het bos en weiland heeft gezet op 900 mtr hoogte. Bereikbaar met de camper, mits je in de ochtend naar boven rijdt en pas na 1 uur ’s middag weer naar beneden gaat. Dat betekent waarschijnlijk dat het een smalle weg is met haarspelden. Nou dat klopt. Al na 3 km komen we een vrachtwagen tegen die zo ver mogelijk aan de kant gaat. We schuiven er heel voorzichtig langs. Daarna nog 10 kilometer, waar we bij iedere bocht duimen dat we niet nog meer auto’s tegenkomen. Gelukkig niet. Als we de parkeerplaats oprijden zien we al 4 touringcars staan en 40 kleuters. De beeldentuin is pas 10 minuten open…

We kiezen voor een wandeling van 1,5 km. Er zitten prachtige kunstwerken tussen. Een van de mooiste vind ik de Common Root – een boom met een knoop (Henrique Oliveira -2019) en ook de houten doorkijk met de bijzondere titel 0121-1110=115075 (Jaehyo Lee, 2015) is prachtig. We komen groepen scholieren tegen die worden rondgeleid. Gelukkig zijn die rustiger dan de gillende kleuters die we op de parkeerplaats tegenkwamen. Met stilte is het fijner wandelen en kijken. De andere wandelingen laten we voor wat ze zijn – mijn heup zeurt al een tijdje dat het lang genoeg is geweest.

Na de lunch dalen we 600 meter zonder tegenliggers. We vervolgen de route, inmiddels in de zon,

langs de rivier Brenta de Italiaanse Alpen uit. De overgang van de groene en rotsachtige bergen naar de vlakte is groot. Hier rijden we langs huizen, winkels, benzinepompen, bedrijfjes. De dorpen rijgen zich aaneen. We volgen de Brenta naar de monding in Adriatische Zee bij Sottomarina. Hier kiezen we een van de vele campings langs de kust. We krijgen een plek vlak bij de poort naar het strand, waar we net een glimp van de zee kunnen zien. We zetten onze stoelen in de zon. Eindelijk 😉


Het is weekend dus de camping stroomt vol met Italiaanse gasten. Dit gebied is gericht op Italiaanse toeristen, die andere Europeanen staan bij Jesolo, oostelijk van Venetië. Deze camping kent voor Italiaanse begrippen ruimte plekken. Dat betekent dat we niet luifel aan luifel staan. Alleen bouwen die Italianen zelf hun plek helemaal vol. De caravan heeft een voortent die een luifel heeft waar zeilen aanhangen, soms uitgebreid met een kooktent en partytent. Zodanig dat ze geen blauwe lucht kunnen zien. Vreemd genoeg hebben de caravans geen extra tentdaken die de brandende zon in de zomer kan blokkeren. Dus die overkapping van de kampeerplek lijkt niet voor de warmte te zijn. Zou de afgeschermde ruimte ze een thuisgevoel geven van de flat in de stad waar ze ook geen buiten hebben?


Dat afbakenen zien we ook op het strand waar iedere camping, strandtent zijn eigen stuk heeft. Op dat stuk staan de campingbedjes keurig in het gelid met de parasol er tussen. De eigen stukken zijn afgezet met hekken en touwen. Dus je kunt niet zomaar van het ene zonnebed naar het andere overstappen. Daarvoor moet je omlopen.  Als een jong stel een handdoek uitspreidt op het zand vlak bij de branding, stapt een eigenaar direct op ze af. Ze mogen hier niet

op hun handdoek zitten. Daarvoor moeten ze een paar 100 meter verderop zijn. Ze kunnen natuurlijk een comfortabele stretcher huren. Bizar dat het strand hier bezit is. De opbouw van de kustlijn bij Sottomarina is uniform zoals bij veel strandgebieden. Tussen de weg en de zee zit dus het strand met zonnebedjes en strandtenten, dan een strook parkeerplekken – uiteraard in bezit van de strandeigenaar. Aan de overkant van de weg zitten horeca, hotel en appartementen. En daarachter, parallel aan de weg zitten winkels.  Zo voorspelbaar.



Naast Sottomarina ligt het oude Chioggio. Het zijn een paar eilanden met bruggetjes en steegjes. Het kleine zusje van Venetië. Een vissersdorp dat de lagune met Venetië deelt. Door het voorseizoen is het minder druk met toeristen en kunnen we fietsend door het stadje. Alleen sommige bruggen zijn door de treden niet fietsbaar. De kades van het centrale kanaal is een aaneenschakeling van horeca. De buitenste kanalen van de eilanden is het domein van de vissers.


Na vier dagen zijn we wel tot rust gekomen en hebben we van de zon mogen genieten. Aan het begin van de avond groeien donkere wolken aan de noordelijke hemel. Het duurt uiteindelijk tot 9 uur voordat het begint te druppelen en te rommelen. Het lijkt wel of het normale natte Nederlandse weer hier, in Noord Italië op vakantie is, en het Italiaanse weer uitrust in Nederland. Morgen gaan we weer iets zuidelijker.  


voetnoot


  • 5 mei 2025
  • 8 minuten om te lezen

De Meern, 27 januari - 6 mei


Zo het klussen zit er op. ik heb vorige week het laatste stuk muur geschilderd. Dat klussen begint eind januari met de sleutel van ons nieuwe huis. En ons zijn: dochter Julia met Tom (inmiddels formeel een stel) en Wil René en ik. Wij beneden, zij boven.


Voordat we kunnen gaan klussen, bivakkeren we twee weken bij mijn broer en zijn vrouw. We hebben de sleutel half januari ingeleverd bij de nieuwe eigenaren en het idee is om gewoon in

de camper te overwinteren. Nu was januari depressief grauw, nat en erg koud. Mijn broer en zijn vrouw hadden ons uitgenodigd om de camper op hun terrein te zetten en daar te logeren. Nou lijkt dat vanzelfsprekend, maar mijn broer en ik waren niet echt close (we zagen elkaar 1 a 2 maal per jaar). Dus zowel hij als ik staan niet te juichen bij het idee, dat we elkaar dagelijks gaan zien. Dus nee, we koken en slapen gewoon in de camper. Zijn we gewend.

De kou en nattigheid maakt dat we het aanbod van een

logeerkamer met douche en toilet graag aannemen. Dus ja we zien elkaar toch dagelijks. Tot groot plezier van mijn schoonzus die graag een vol huis heeft. Zij en Wil René concluderen al snel dat wij, broer en zus, best op elkaar lijken. En sinds die tien dagen logeren, spreken we elkaar bijna dagelijks. Ook omdat we Spelwijze online spelen en aan het eind van de dag daarover uitwisselen.  


Nu onze klussen er op zitten, kunnen we weer gaan reizen. Behalve dat de douche nog niet af is. Dat is een klus van de badkamerwinkel. En na 12 weken is die nog niet klaar. De douchewand ontbreekt nog. Man, man, wat een frustrerende aankoop is dat geworden. Het begon in oktober waar we met de badkamerwinkel regelden dat ze

een douche maken in de hal. Geen zoek-en-vervang-badkamer maar bouwen. Van het maken van een aansluiting op de riolering (nee er zit geen kruipruimte onder het huis), het slopen van een halve muur, tot het betegelen en het plaatsen van wastafel, douche én dus een douchewand. Niet eenvoudig maar zelfs de eenvoudige dingen leiden tot problemen. Een urinoir met softclose kunnen ze niet regelen. Ik slaap straks aan de andere kant de muur, dus ja, ik wil persé softclose. Dus koop ik die zelf online. In de week dat ze gaan beginnen met de aanleg, horen we dat de tegels niet leverbaar zijn. “Waarschijnlijk pas eind maart als het meezit.” Grrr. Dan maar terug naar de winkel en andere tegels uitgezocht. Minder mooi maar acceptabel.

Na deze eerste tegenvaller komt de tweede. Ze kunnen/willen geen warmwaterleiding aanleggen die vanaf de 2e etage moet komen. We moeten een elektrische boiler kopen. De post voor onvoorzien is in een keer op. Ze stellen een grote boiler voor, dus zoek ik een kleinere en duurzame uit. Die willen ze dan wel regelen en plaatsen.

Voor de aansluiting op de riolering moeten ze door de betonnen buitenmuur. Daarvoor komt een externe boor-specialist. Als de badkamerwinkel later komt controleren, blijkt dat het gat onder de riolering zit. Een week later lukt de tweede keer wel.

De derde tegenvaller komt na 5 weken als alles betegeld en gemonteerd is. De fabriek komt de douchewand inmeten. Althans dat denken we. De meet-man wil niet meten want de houten rand op de muur zit er niet. Alles moet af zijn voordat ze inmeten – niemand die ons dat verteld heeft. Die houten rand heeft volgens ons geen invloed op de douchewand maar toch werkt het niet zo. De man is niet de beroerdste. Over een week heeft hij wel een gaatje. Wel moeten we de badkamerwinkel laten regelen dat hij een nieuwe meting mag doen. We maken de houtrand zelf en na vier dagen is die met 3 laklagen klaar en waterproof. De badkamerwinkel heeft nog geen opdracht gegeven maar gelukkig is de inmeet-man flexibel. Hij komt toch inmeten zonder opdracht. Die formele inmeetopdracht krijgt hij pas 2 weken later.

Sindsdien is het radiostilte vanuit de badkamerwinkel. Zelfs een indicatie van de levering kan de badkamerwinkel niet geven. Als ik zelf de fabriek een mailtje stuur, krijg ik per omgaande te horen dat  begin mei de douchewand de Duitse fabriek zal verlaten. Teleurstelling nummer vier: dat is pas over zes weken.

Gelukkig is de douche wel bruikbaar door een plastic zeil aan het plafond.  En het goede nieuws is ook dat de kleine boiler groot genoeg is voor ons tweeën en het vocht in de slaapkamer nihil is. We hebben namelijk een badkamer-en-suite gemaakt.


In de weken dat de douche gestaag vorm krijgt, maken wij onze etage naar onze smaak. Die bestaat uit een privé-deel (woonkamer-slaapkamer-badkamer) en een openbaar deel (gang,wc, keuken en eetkamer). Én we gebruiken één slaapkamer op de 2e etage als atelier. De eerste én tweede etage zijn namelijk het huis van Julia en Tom.

In tegenstelling tot Julia en Tom’s etages, is de onze kleurrijk: we schilderen alle muren met een kleur: blauwgroen, groen, geel, crème. Terwijl alle plafonds, kozijnen, deuren gewoon wit worden. Het ontwerp dat ik in Spanje maakte voor de lange muur, teken ik met behulp van een beamer (en Julia en Wil René want ik blijf techniek ingewikkeld vinden) op de muur. De vormen schilder ik rood, blauw, vanille, grijspaars en oker.



Onze hele lange eettafel uit Woerden zaagt Wil René in een “kleine” organische vorm van bijna 2 meter. Het overblijvende hout verwerken we in een tafeltje, vensterbank en schappen. Bij een metaalbedrijf bestellen we een blank stalen onderstel. De muur tussen de badkamer en slaapkamer is horizontaal gehalveerd. Het litteken van die muur in het plafond en zijmuur stuc ik. Niet slecht voor een amateur.

Als laatste pakken we de gang aan. Terwijl ik die weer schilder, plaatst Wil René met behulp van YouTube en doe-‘t’zelf zaak zelf een kozijn en muurtje voor een deur die we via op Marktplaats op de kop hebben getikt. Het vormt de afscheiding tussen onze woningen. Aanvankelijk staat de deur niet waterpas (en kraakt). Maar met wat duwen en nieuwe schroeven, verplaatsen we het houtenframe waar het kozijn aan vast zit, en de deur sluit perfect.


Behalve de badkamer en de keuken van Julia en Tom, hebben we ook de tuin uitbesteed. We willen de camper op eigen terrein kunnen zetten. Samen met nog wat andere tuinwensen en aan de hand van het eigen ontwerp maakt de tuinman in een paar weken een mooie nieuwe tuin. Met

het zonnige voorjaar lunchen we bijna dagelijks op het terras omringt door nog ieniemienie plantjes en het geluid van spelende kinderen. Er zitten meerdere scholen, kinderopvang en sporthal op steenworp afstand. En langzaam beginnen we meer aandacht te hebben voor iets anders dan klussen in huis. We willen wel weer op reis,  maar de douchewand is er voorlopig niet. Met het gedoe dat we tot nu toe hebben, willen we niet Julia en Tom opzadelen. Dus groeit het plan om in de buurt te gaan camperen. Het is prachtig weer, dus Nederland is prima.


Het wordt Oost Brabant. Daar zijn we nog nauwelijks geweest. In een boek met fietsroutes zie ik Oudenbosch. En katholieker dan dat dorp kun je het nauwelijks  krijgen. Hoog boven de huizen

torent de basiliek uit. Een replica van de Sint Pieter maar dan op een schaal van 1 op 16. Niet alleen die basiliek maar ook voormalige, statige, rode bakstenen kloosters en kloosterscholen maken dat je je met gemak het katholieke leven van eind 18e eeuw kunt voorstellen. Een pastoor die als Wim Pijbes (kunstpaus van Rijksmuseum en tegenwoordig in Rotterdam) groot dacht, nam het initiatief en regelde de financiering. Hij zorgde voor een katholiek jongensinternaat en haalde een vrouwelijke orde over om zich in Oudenbosch te vestigen. De blik is niet alleen gericht op het dorp, of op de provincie, maar op de wereld. Hier worden broeders en zusters opgeleid die over de hele wereld het geloof aan de man brengen. En de meisjes en jongens komen vanuit de hele wereld voor hun opleiding naar Oudenbosch. Dat is inmiddels geschiedenis. De zusters hebben tegenwoordig hun hoofdvestiging in Afrika en de laatste broeders slijten hun dagen in het verzorgingstehuis. Alleen de gebouwen, kerken, kapellen en begraafplaats herinneren aan deze tijd. Én de lokale VVV houdt die herinnering levendig met de titel Ontdek de 9 wonderen van Oudenbosch. Wandel- en fietsroutes, folders en rondleidingen. Toch word ik niet in verleiding gebracht om die te ontdekken. Ik blijf moeite hebben met het instituut kerk.

Wij gaan fietsen, in zon tussen de weilanden en de sloten. Tot onze verbazing zien we een man een grote karper uit zo'n sloot hengelen. Na een foto met zijn vangst zet hij de enorme vis weer terug in de sloot. Het aas: mais. En die wordt daar nu overal gezaaid.


De dag erna gaan we het 20 km verderop gelegen Willemstad ontdekken. Een stad genoemd naar Willem van Oranje omdat hij daar werd vermoord. Bijzondere motivatie. De stad is een kleine vestingstad en zou een dorp zijn als het geen stadsrechten had. Wel een mooie, met zevenpuntige verdedigingswal en gracht, oude straatjes en dito huizen. Het brede water van het Hollandsdiep beschermt de stad aan de noordzijde. In een stadstuin onder een grote parasol is het genieten van een heerlijke lunch.


Op de terugweg gaat de telefoon: de douchewandfabriek.  Of ze morgen de douchewand kunnen monteren. Tuurlijk! Na twee dagen zijn we dus weer terug in ons huis. We maken vast plannen om na Julia’s 30e verjaardag en het weekend te vertrekken naar de zuidpunt van Italië of Albanië, of ….. We spreken met vrienden af om ze nog te bezoeken.


En dan komt teleurstelling nummer vijf. Een douchewandprofiel is verkeerd. De monteurs hebben de wanden klaar staan maar het klopt niet. Helaas ze kunnen niets doen en binnen een uur zijn ze vertrokken. "Nee, we hebben geen idee hoe lang het gaat duren." Met "Daar zijn we niet van" laten ze ons in verbijstering achter met alle douchewand-onderdelen. Als Wil René de montagehandleiding doorleest, zucht hij diep. Niet alleen het profiel klopt niet, maar ook de bevestiging van het andere glas klopt niet. We bellen de badkamerwinkel die al een mailtje heeft gehad van de fabriek, dat ze het gaan uitzoeken. We raden nog aan dat ze de bevestiging moeten komen controleren maar ja daar zijn ze niet van. Ik spring zowat uit mijn vel. Niemand weet iets, en ligt de verantwoordelijkheid bij de ander. Een ding weet ik wel, dit gaat lang duren. Ineens moet ik denken aan de toeslagen-affaire. Telkens geconfronteerd worden met conclusies, besluiten waar je geen grip op hebt. Mensen die zeggen dat ze er achter aan gaan en vervolgens blijft het weken stil. Bij hun ging het om inkomen, schulden ed. Bij ons gaat het slechts om een douchewand. Dus na het weekend vertrekken we. Eind augustus zijn we weer terug en kijken dan wel hoe de vlag er bij hangt. We hangen een nieuw plastic zeiltje voor de douche.


In de dagen voor we vertrekken bezoeken we nog vrienden en familie. We brengen ook het schilderij dat Wil René heeft gemaakt van Ron, een mede-camperaar die in februari overleed,

naar Marcella. Die ons meeneemt naar de Bazaar in Beverwijk waar zij en haar dochter een schaafijstent hebben. Dat heb ik nog nooit gegeten en verwacht door de kleuren dat het mierzoet is. Nee hoor, lekker dorstlessend. De zon had wel wat uitbundiger mogen zijn. En die Bazaar, die lijkt echt op de markten, de souks in Marokko. Je kijkt je ogen uit.

© 2025 Hellie van Hout

bottom of page