top of page
  • 10 dec 2025
  • 7 minuten om te lezen

Santiago de la Ribera,  1 – 9 December 2025

 

We rijden een grote camperplaats op met ruim 250 plaatsen. Bij de poort staat “completo”. Dat geldt niet voor ons. Wil René heeft gereserveerd. Vrienden van ons staan hier, 20 minuten lopen van de zee. We krijgen plaats 143 toegewezen. Een goede plek zeggen de vrienden want hier

heb je lang de zon. De overburen zitten verder weg dan bij de rest van de plekken. De plek is net groot genoeg om ons stoffen huisje neer te zetten. Daarvoor moeten we de camper strak tegen de grens parkeren en duimen dat onze buren, die al een paar dagen met de camper weg zijn, het geen probleem vinden dat we soms op hun stukje moeten staan om de verfkisten uit de camper te halen.  


De camperplaats zit vol met veel, heel veel overwinteraars. De prijs van 7 euro p/dag voor langblijvers en de goede douches zijn waarschijnlijk de belangrijkste reden dat ze hier staan. Ze zijn herkenbaar aan de inrichting van hun plek met kooktenten, vloerkleden, plantenbakken, èn kerstsfeer. Er hangen kerstkransen aan hun deur, de struik is versierd kerstballen en lichtsnoeren.

En het dashboard is een kerststal. Heel Spanje is in de ban van Navidad – kerstmis.

De zon is lekker, maar om te schilderen heb je schaduw nodig en in het stoffen huisje zitten ramen zonder gordijnen. We kopen een lap stof, met kerstmotief. Dan passen we ons aan bij de Spaanse (en camperplaats-) cultuur. Navidad is een belangrijk familiefeest hier. Winkels puilen uit met kersversiering, in tuinen en op straat hangt kerstverlichting en de kerststallen zijn of worden opgebouwd.  


De wind neemt toe en draait. Flinke windstoten laten de zijwanden klapperen. We besluiten de voorkant ook maar dicht te maken. Probleem is wel dat de grond keihard is. De haringen gaan er

niet in. We leggen grote waterflessen op de flappen maar de wind schudt ze net zo makkelijk er weer af. De windvlagen trekken hard aan de wanden. We vertrouwen het niet en halen de voorkant en een zijwand er maar weer af. Op de andere wand leggen we vier zes-liter flessen en na heel veel getimmer zitten er toch twee haringen in. Zo kunnen we wel uit de zon zitten, en Wil René plakt zijn schilderij vast aan de ezel zodat die er niet af kan vallen. Ik ben met aquarel bezig, dat kan gelukkig binnen. Beter ook, want mijn hoesten en snotteren gaat nog niet echt beter. Het is een taaie verkoudheid. Wil René blijft ruim een week overeind maar begint dan toch ook te snotteren.   


Halverwege de week horen we om tien uur ’s avonds muziek de camping overwaaien. Ieder uur lijkt het volume toe te nemen. Tot twee ’s nachts. Als we de volgende dag ‘s middags weer muziek horen, besluiten we samen met onze vrienden op onderzoek uit te gaan. 1 km verderop in San Javier zit een  evenementenlocatie. Als we daar in de buurt zijn, blijkt de muziek bij de kermis vandaan te komen. De evenementenhal is wel open en aan tafels zie ik her en der mensen, en vooral kinderen, zitten. Het grote podium is leeg. De dame van de crêperie vertelt ons dat ze

feesten hebben ter gelegenheid van de beschermheilige van het dorp. En dat we zeker dit weekend nog wel wat overlast kunnen verwachten. Maar ook dat er zaterdag een grote paella pan is en maandag een optocht wat meteen het einde van de feestdagen betekent.

De geluidsoverlast is vrijdag al aanzienlijk. Het gaat dwars door mijn oordopjes heen. Dit maal duurt het tot 5 uur in de ochtend.  


Op zaterdagmiddag gaan we kijken naar die paella-pan. We zien, net zoals eerder deze week, mensen aan tafels zitten. Dit keer zijn het er veel meer en staan de lange tafels buiten. Vorige

keer viel me al op dat er een groep kinderen hetzelfde blauwe t-shirt aan hebben, Los Tornados. Toen dacht ik aan een voetbalclub ofzo. Maar ik kon die naam niet vinden bij de sportclubs van deze gemeente. Nu zie ik ze weer zitten. Andere tafels hebben rode of zwarte t-shirts. Mensen hebben eten bij zich. Het lijkt eerder een buurtpicknick. Ik vraag een paar meiden wat hier aan de hand is, maar veel meer dan: gezellig bij elkaar komen, kom ik niet te weten. Ze wijzen naar een tent waarop Penã staat geschreven. Dat is hun tent?! Nog twee andere mensen bevraagd, en dan begrijp ik dat Peña niet rouw betekent, zoals google vertaal zegt, maar een gezelligheidsvereniging is, speciaal voor de feestweken. Vandaag zijn er 33 lokale

clubs die samenkomen. De gemeente zorgt voor gratis paella en gratis bier, ook voor ons. En ja, we kunnen ons ook aansluiten bij een Peña of samen met Hollanders die hier in de buurt wonen, een Peña starten. Een aantal van die groepen heeft een eigen tent op het festivalterrein. De groepen helpen bij de organisatie van de feestweken. El Cantazo, met Tazmanian Devil op rode shirts, organiseerden onlangs een heus oktoberfeest, de meiden gekleed  als dirndl. Ik heb net mijn lunch op dus ik laat de paella zitten, net als het bier – niet om 13 uur.   


We kokkerellen in de camper.  Wil René maakt een keer schnitzels en onze vrienden schuiven

aan. Annet kookt Indonesisch: groente en vlees in kokossaus (sajour lodeh) en wij schuiven aan. Ik krijg twee bossen bleekselderij net afgesneden van het land. Ik maak er een salade van. Om

een klein beetje Sinterklaas-gevoel te krijgen bak ik pepernoten in onze mini oven. En net als met pannenkoeken zijn de eerste een

beetje mislukt. Te zwart. Daarna smaken ze prima. Dat is allemaal maar kinderspel bij Indische maaltijd die Annet zondag maakt. Terwijl zij Pangsit goreng maakt, zitten wij de slotwedstrijd van Formule 1 te kijken.

Verstappen wint maar heeft net twee punten te weinig om wereldkampioen te worden.  Na de wedstrijd eten we Sate Ajam, Gado gado, Lontong en net gefrituurde emping. En als toetje Tjendol – wat ik dan weer niet lekker vind. Annet is al dagen aan het voorbereiden. Er blijft zoveel over dat ik een doggy bag meekrijg. Heerlijk, nog een dag Indisch eten. 

 

De optocht dat het einde van het dorpsfeest van San Javier betekent, is leuker dan verwacht en

ook veel langer. Ruim een uur paraderen groepen en wagens aan ons voorbij. Veel filmthema’s zoals Gostbusters, Aladin, Mad Max, veel keiharde muziek. En ze delen allemaal snoepjes en ballen uit. Sommige vaders zijn fanatieker dan de kinderen in het snoeprapen en het bedelen om ballen. Wil René scoort er een voor Annet. Kinderen stelen de show in de optocht en de kleine mannetjes zijn hilarisch.  


De camperplaats is eigenlijk een dorp waar nationaliteiten elkaar opzoeken. Ik zie Fransen jeu de boule spelen, Duitsers verzamelen zich op het terras. Engelsen kletsen bij de afwas. Nederlanders buurten bij elkaar. Alleen de Zweden lijken elkaar niet op te zoeken.  Er is een camperaar-kapster die met koffer en schort haar klanten bezoekt. Een man met een visserspet komt afscheid nemen hoewel we hem nog niet eerder gezien hebben. Hij gaat naar huis, naar Berlijn. Om hem op te vrolijken zegt Wil René: tot volgens jaar dan maar weer. Nou dat is twijfelachtig. Hij mag waarschijnlijk niet meer autorijden. De volgende ochtend komt zijn zoon hem ophalen. Ze rijden naar Berlijn.

En in een dorp gaat het soms niet goed. We hadden verwacht twee vriendenstellen aan te treffen hier maar een stel is boos vertrokken. Hun oude hond kan haar plas niet meer goed ophouden en de uitlaatplek is soms te ver weg. Ook al gaan ze iedere vier uur. Ze nemen een fles water mee om bij een ongelukje meteen met water na te spoelen. In het reglement staat dat honden niet mogen plassen op het terrein. En daar worden ze op aangesproken door andere gasten. De woordenwisseling loopt hoog op en onze vrienden vertrekken.


We hadden een groot deel van de week geen rechterburen. Als ze terugkomen, kijken ze meteen of we de grens van hun perceel niet overschreden hebben. Toegegeven, onze camper staat dicht tegen de rand aan – maar niet er over heen. En alsof ze een statement willen maken, zetten ze hun fietsen precies bij onze zijdeur, waardoor we die niet kunnen openen. Zo flauw. ’s Avonds zetten ze de fietsen in hun tent achter de camper.  Dan kunnen we er gewoon weer bij. Blij dat we morgen weer verder gaan.    


We wandelen en fietsen af en toe naar zee. Ik zie waterflessen op straat staan. Dat heb ik al

eerder gezien. Grote waterflessen staan bij deuren, op straathoeken en soms zelfs midden op de stoep. Het schijnt een oude gewoonte te zijn om honden en katten te ontmoedigen daar hun behoefte te doen. Ze denken dat het zonlicht dat door het water schittert, de dieren afschrikt. Waar geen bewijs voor is. Maar allicht beter dan het strooien van natriumcarbonaat rond het huis zoals vroeger de gewoonte was. Dat mag tegenwoordig niet meer vanwege gezondheidsgevaar.  Bewoners zetten tegenwoordig de flessen neer zodat mensen met honden plasplekken meteen kunnen wegspoelen. Zo blijft de straat frisser en voorkom je nare geurtjes. In veel gemeenten is het zelfs verplicht dat hondeneigenaren een eigen flesje water bij zich hebben om schoon te maken.


Aan het einde van de week is het prachtig weer met strak blauwe lucht en een warm zonnetje. We fietsen rond en zien dat de stranden gerenoveerd worden. Afval en alg verdwijnt, en het zand ligt in grote bergen klaar om verspreidt te worden. De rotsen en afwatering verdwijnen dan onder het zand.  Een dorp verderop zijn ze klaar en daar bakt een stel in de zon alsof het zomer is.



Wat betreft schilderijen: Wil René maakt een herfstlandschap. En voorlopig zijn eerste en laatste landschap, zegt hij, want dit vindt hij zo lastig. Tja, zoiets riep hij vorig jaar ook over portretten en huidskleur…. En dan heeft hij ook nog een nachtlandschap gemaakt.


Ik maak nog een aquarel van een oude foto die ik vorig jaar in Marokko zag.

En we schilderen allebei een mooi portret waar we een aantal dagen mee bezig zijn geweest. en waar we trots op zijn. Wil René schildert zijn nichtje Jhené.






  • 1 dec 2025
  • 8 minuten om te lezen

Balsares, Sante Fe, Formentera de Segura,  13 - 30 November 2025


Op een kwartier fietsen van de zee, zetten we de camper neer op een nieuwe campercamping. Pas sinds 3 maanden open. Het grind is nog spierwit, de boompjes zijn dunne staken op een enkele oude olijfboom na. “De elektriciteit is vandaag nog niet beschikbaar, misschien morgen.” De zonnepanelen boven het toiletgebouw wekken vandaag te weinig op. Misschien morgen. Onze accu zit, na het rijden vol, dus als het nodig is, melden we ons.


De volgende ochtend ontdekken we wat de mist is: Saharazand dat door storm Claudia naar Spanje is gedreven. De tafel en stoelen die buiten staan hebben een fijn rood zandlaagje. De campers ook. Het lukt de zon nog altijd niet om door de troebele lucht te breken. Desondanks is het warm. Vannacht was het zelfs nog 18 graden. In het Zuiden van Spanje is het noodweer, waar het Saharazand als het modder uit de lucht valt.  Hier lijkt het meer op zeemist. Desondanks fietsen we naar de zee.     


Inmiddels lukt het de zon om af en toe door de mist door te breken en is het redelijk strandweer.  We fietsen langs hoge flats die de toegang naar de zee blokkeren. Aan het einde van het dorp kunnen we via vlonders op palen het strand bereiken. We zien iemand in zee zwemmen. Wil René trekt zijn schoenen uit en gaat het water voelen. Het is kouder dan verwacht. Door de warme lucht uit Afrika, vergeet ik dat het toch al half november is. In de verte zien we Alicante liggen en vliegtuigen overkomen, vol met toeristen, die net als wij, het natte herfstweer ontvluchten.

We fietsen langs de zee van Santa Pola. Hoog boven ons zien we de huizen die bijna alle door niet-Spanjaarden worden bewoond – urbanisaties / gated communties voor Engelsen, Duitsers, Nederlanders. Ze hebben waarschijnlijk een prachtig uitzicht op zee die ze alleen via een grote omweg kunnen bereiken. Ik zie ook een uitkijkpunt die boven de klif hangt. Die wil ik later nog wel van dichtbij gaan bekijken. Santa Pola zelf is een niet zo bijzondere stad, en door de harde wind en mist is het terras koud. Tijd om terug naar de camping te gaan. Om de drukke weg te vermijden fietsen we over grindpaden die af en toe meer mountainbike paden lijken maar veel alternatieven zijn er niet.


Aan de zeekant van die drukke weg, ligt Gran Alcante, 30 jaar geleden werd hier begonnen met bouwen en inmiddels 40 bouwprojecten verder, wonen er 10.000 mensen. Als alles verhuurd is, wonen er zelfs 25.000 mensen.  Er zit een winkelcentrum met Lidl en Jysk, veel eettenten als London Taverne, Hatsikidee. En aan de Hollandstraat zitten een aantal Engelse tenten én een Indiaas restaurant. We realiseren ons dat we in de vier weken dat we onderweg zijn nog niet

uiteten zijn geweest. Dus vanavond gaan we Indiaas eten. Als de zon bijna onder is fietsen we naar de drukke weg. Op google en Komoot is er een weg die aansluit op de brug over de drukke weg. Als wij daar aankomen, blijkt die aansluiting er niet meer te zijn. Een afrastering van 50 cm staat tussen het zandpad en de oprit naar de brug. Aangezien er geen alternatieven zijn, tillen we de fietsen er maar overheen.    


Een dag later fietsen we via een omweg naar de sky walk bij de vuurtoren. Vanaf Santa Pola stijgen we langs de flats en hebben een prachtig uitzicht op de stad en de zee. Van de verharde weg komen we op een grindpad en ja hoor, het verandert vanzelf in een rotsig mountainbike pad. Drie kilometer zigzaggend om de scherpe stenen heen, en stuiterend over losse brokken stijgen we naar de 138 meter. Daar is een brug over de rand van de klif. Na die glazen plateaus van vorige week is dat niet spannend meer. Wil René fietst met gemak over de brug.      


Op deze campercamping mag je je camper wassen. Ze verhuren er zelfs een hogedruk spuit. Nou

die hebben we niet nodig. We hebben een telescoop-borstel bij ons waar je een waterslang op kunt aansluiten. Ik heb de afgelopen dagen de rode aanslag weggehaald waar ik bij kon. Dus het dak niet. Vannacht heeft het geregend, misschien is het rood wel weggespoeld. Nou nee. We

kunnen een trap lenen, en ik merk dat alleen water spuiten niet genoeg is, zelfs niet als dat dak net gecoat is. Er moet gepoetst worden. Gelukkig heb ik geen hoogtevrees. Als ik later de foto zie, moet ik toegeven dat dit niet echt veilig werken is.  


We verkassen. Op de nieuwe plek logeren we met de camper in de tuin van een Nederlands/

Zwitsers stel. Samen met nog 4 andere campers. Daarmee is de tuin wel vol. Én er is een zwembad. Onverwarmd maar nu nog 18,5 graad en de zon schijnt volop. Dus we wagen ons in het water. Nou, na vier baantjes vlucht ik het water uit, om in de zon op te warmen. Wil René houdt het langer vol. Hij gaat de volgende dag nog een keer. En zelfs de dag erna. Het water is dan minder dan 17 graden. En dat is hem toch te koud.


Een half uur fietsen hier vandaan, ligt Elche. Een stad gebouwd door de Arabieren in de

middeleeuwen - al is dat nauwelijks meer te zien. Alleen de vele palmtuinen en het irrigatiesysteem herinneren eraan. In het gerestaureerde fort kunnen we vanaf de muur zo’n grote palmtuin zien. In het oudheidmuseum staan prachtige aardewerken vazen en een beeld dat de naam "de vrouw van Elche" heeft gekregen. Een bijzonder en prachtig beeld van zo’n 2500 jaar oud.

  

Via Polarstaps zie ik dat Vlaamse vrienden in de buurt zijn. We spreken af. In de tuin passen niet nog twee campers dus zoek ik er een overnachtingsplek in de buurt. Dat valt nog niet mee. Veel zit vol. Een kleine camperplaats (12 plaatsen) lijkt wel plek te hebben. Lijkt want de eigenaar spreekt alleen Spaans en mijn Duolingo Spaans is onvoldoende. Via de e-mail met google-vertaal, lijkt het er op dat hij plek heeft over twee dagen. Alleen begint de zin met “Als er plek is….” Ik stuur hem mijn telefoonnummer en kentenken. Voor de zekerheid stuur ik ook de kentekens van de Vlaamse vrienden. Het antwoord: “Genial” geeft meer vertrouwen dat het echt gaat lukken. En dat klopt. Van de 12 plekken zijn er zelfs 6 vrij. We kunnen naast elkaar staan.

Wel kleine plekken. De luifel kan ik niet uitdraaien, en dat is met deze temperatuur ook niet nodig. Een gure wind noopt tot creativiteit. We hangen een picknickkleed en vloerkleden tegen het gaas en kunnen zo toch heerlijk in de zon zitten.  ’s Avonds kookt de Vlaamse madam heerlijk, wij regelen wel het toetje (inclusief parapluutje).

Gelukkig passen we met z’n zessen in één camper, want buiten zitten, is echt te koud. Samen struinen we de weekmarkt in Almoradi af en de vlooienmarkt in Guadamar. Daar liggen tafeltjes en kleedjes vol met snuisterijen, oud keukengerei en tweedehands kleding. Hier kun je uren lang snuffelen en dat doen we ook. Even verderop vinden we een terras in de zon met een dagmenu voor 15 euro (voor-, hoofd-, nagerecht en een drankje). En daar verwacht ik niet zoveel van. Maar dit restaurant  is echt top : “Oasis”.

Met een van de Vlaamse vrienden wissel ik de link van onze website uit met zijn polarsteps. Ik zoek daarin op wanneer we elkaar hebben leren kennen: 2023. Verrast lees ik een uitgebreid profiel van mezelf en een prachtige omschrijving van Wil René. Hij wordt omschreven als een saaie, introverte en serieuze man, die zich geen houding weet als Hellie er niet bij is. Ik lig in een deuk. Wil René ook. Hij confronteert de volgende dag de Vlaming met zijn schrijfsel. “Goh, je hebt me best goed omschreven als saai, introvert en serieus.” De Vlaming krijgt direct rode koontjes. “Ik schreef toen alleen voor mezelf en familie”, excuseert hij zich. “Het is niet erg, het klopt inderdaad, ik ben niet zo’n kletser.” En Wil René lacht hard. Misschien toch wat zorgvuldiger zijn met namen….       


Na drie nachten keren wij weer terug naar de tuin van Casa Rosada met de mooie palmbomen. Ze zijn pas geleden gesnoeid. De onderste bladeren zijn er af gehaald en we zien de “bloemen” zich een weg banen door kokers vanuit de palm.  

In dit gebied rondom Elche zijn er zo’n 200.000 palmbomen. De palmtuinen zijn als UNESCO Werelderfgoed beschermd. Die bescherming van de palmtuinen heeft echter sinds 30 jaar een taaie vijand in de vorm van een rode kever[1]. Een insect van zo’n 4 cm groot, afkomstig uit Zuid-Oost-Azië. De kever legt eitjes in een palmboom en de larven vreten zich in de stam tot ze groot

en sterke kevers zijn, en verwoesten daarmee de palm. De aanleiding voor deze informatie, zijn de vreemde zwarte kegels met groen dakje die Wil René ziet bij zijn dagelijkse wandeling. Om de zoveel meter ziet hij de staan. Het blijken lokdozen te zijn. Het is niet de heilige graal om de palmkever te bestrijden maar beter iets dan niets. De volwassen kevers leven twee tot drie maanden en ze kunnen zich verschillende keren voortplanten. Bovendien kunnen ze in een week tijd zo’n 7 km vliegen…


We kunnen een week blijven, voordat “onze plek” weer gereserveerd is. Het gaat wat meer waaien, dus zetten we onze luifeltent op en schilderen heerlijk in de luwte en warmte van onze

stoffen huisje. Althans dat was mijn verwachting. ’s Avonds voel ik mijn keel en de volgende dag ben ik snot verkouden en voel me beroerder worden. Griep – denk ik. Terwijl ik nog wel een griepprik heb gehaald voor we gingen. Wil René scoort een dag later bij de apotheek goede neusdruppels zodat ik meer lucht krijg en me weer wat beter voel. Kan ik vanavond toch mee. We gaan met alle camperaars en de eigenaars uiteten. Ik bestel een salade als voorgerecht en vis als

hoofdgerecht. Daar zit zelden groente bij, en ik kan wel wat vitamine gebruiken. Nou, alsof ze dat in de keuken gehoord hebben. Ik krijg zo’n groot bord vol, dat de anderen medelijden met me hebben. En met Wil René,

voorgerechtje?!
voorgerechtje?!

die hetzelfde idee had. Dus tegen mijn gewoonte in, eet ik mijn bord niet leeg. En tegen mijn gewoonte in, bedank ik voor het toetje. Ik plof. Of het aan het eten ligt, te laat naar bed, of gewoon niet genoeg uitgeziekt heb, de volgende ochtend heb ik knallende koppijn, een rauwe keel en en loopt het water uit mijn ogen. Als een zielig musje hang ik in mijn stoel. Weer een dag niet schilderen.

 

Zo weinig als we de afgelopen weken uiteten zijn gegaan, zo vaak hebben we deze 2 weken

buiten de deur gegeten. Vandaag gaan we weer en nu met de auto – ik red het niet om een uur heen en een uur terug te fietsen. Het gezelschap bestaat dit keer uit de vrienden die elkaar twee jaar geleden op La Fabrica leerden kennen, waaronder de Vlaamse vrienden. Locatie is een wokrestaurant met de beste sushi van de streek, volgens onze campingbaas. Of dat zo is, kan ik niet controleren maar het is superlekker en supervers. 

 

Het eind van de week nadert. Wel jammer want door kleinschaligheid van de plek, maak ik snel en makkelijk een praatje. Uiteten gaan, helpt ook. De eigenaresse komt iedere ochtend even buurten.  En de laatste dagen drinken we ’s ochtends koffie met wie zin heeft. We lachen veel, dezelfde taal maakt dat zoveel makkelijker. De ochtenden vliegen zo om. We zijn ruimschoots de jongsten en blijven met anderhalve  week ook het kortste. Twee campers staan hier zo’n 6 tot 8 maanden, één blijft 3 maanden. Deze camperplek is voor hun een soort tweede thuis want ze staan er ook al een paar jaar. Onze buren zijn er een maand geweest. Deze plek is goed beschut (en daarmee warm), schoon sanitair, heet afwaswater en voor 15 euro leen je de auto voor een dagje. En als je aardig bent, mag je ook Formule 1 kijken in hun huis.

  

Voetnoten

 

  • 15 nov 2025
  • 7 minuten om te lezen

Benigembla,Relleu 4 – 13 november 2025


We rijden twee uurtjes vanuit Valencia. Het laatste half uur, kronkelen we het gebied van Vall de Pop in. Vorig jaar vertelde Thijm me, dat ik beslist het dorp Benigembla moest bezoeken omdat we graag muurschilderingen bekijken. Daar rijden we nu naar toe. Er zit ook een mooie camping, dus melden we ons bij de receptie. Het is nog november en kunnen we op de bonnefooi een camping oprijden.

We zetten de camper met de opening naar het zuiden om zo lang mogelijk te genieten van de

zon. Maar eerst het dorp een bekijken. Onderweg zagen we al een mooie muurschildering vanwege het 3D-effect. Dat alleen werkt, als je vanaf de weg kijkt. Ik zie bogen die me het idee geven dat er daadwerkelijk ruimte zit onder in het huis. En de hand lijkt echt uit het huis te komen. We kijken voor de zekerheid of de muur vlak is. De kunstenaar is Juandres Vera[1] en in het dorp zijn nog een twee te zien van zijn hand. En hoewel het dorp klein is (400 inwoners) worden jaarlijks door huiseigenaren muren aangeboden om te beschilderen[2]. Dit jaar zijn er weer twee bijgekomen.


Natuurlijk schilderen wij ook. Niet op muren maar op A3 vellen. Ik maak er twee met aquarel. Een landschap dat ik in Frankrijk zag en een prachtige kip die rondscharrelde op de Franse camping. Met olieverf maak ik een impressionistisch schilderij gebaseerd op Derain. Althans ik wil het met paletmessen maken maar de sierlijke lijnen op de kimono dwingen me om aan het einde een kwast te gebruiken.


Wil René maakte een variant op het werk van Karen Mathison Schmidt (Pink path), en schildert onze handen. Bovendien heeft nog drie werken onder handen.


Achter de camping loopt een mountainbike- en wandelpad naar de top – 13 km. Dat is te ver lopen. Ik wil wel n stukje doen. Te voet. En dat is maar goed ook want ik had van zijn lang zal ze leven dat pad niet durven fietsen. Met mijn ogen op het pad, balanceer ik van steen naar steen. De losliggende stenen vermijdend. Daardoor zie ik wel de bloeiende krokussen en de bloeiende rozemarijnstruiken. Na een kwartier heb ik mooi uitzicht op het dal. 



De vallei is ook het terrein van wielrenners. Dat maakt dat we wel durven te fietsen op de enige weg in het dal, omdat automobilisten ruim om je heen gaan. Om boodschappen te doen, zullen we ook wel moeten. De supermarkt ligt in Xálo / Jalon, 11 km bergafwaarts èn wind mee. Met een gemiddelde van 28 km per uur zijn we er zo. We drinken koffie in één van de wielrennerscafe’s. Lekker in de zon en uit de wind, omgeven door oude wielrenshirts, bidons, posters ed.


Met volle fietstassen weer heuvelop en wind tegen. Wel een prachtig uitzicht. In de buurt van Benigembla zien we olijfboomgaarden waar netten onder de bomen liggen om de olijven op te vangen. Het oogstseizoen begint binnenkort. Het dorp blijkt ook goed te zijn in olijfolie.

 


Aan het eind van het dal, 10 km hogerop ligt Castell de Castells. Ook een klein dorp met 400 inwoners. Er is een klein museum over het dorp en over grottekeningen. Leuk uitstapje op de fiets, al moeten we er wel 200 meter voor stijgen. En als laatste de steile straten van het dorp omhoog. Het museum ligt verscholen in de straat naast het gemeentehuis. Als we om de hoek komen, staat Joanna, gids in het museum, toevallig buiten. We kunnen de fietsen binnen zetten en vervolgens neemt ze ons mee door het grootste huis van het

dorp. Ooit eigendom van de rijke dokter, en daarom zelfs een aparte keuken had. Joanna is hier geboren en getogen. Ze vertelt dat er vroeger geen auto’s waren. Haar overgrootmoeder ging soms met de bus naar Dénia. Een uitje naar een stad aan de kust, waar ze chocola en churros at. En dan weer

terug. De meeste mensen leefden van de landbouw. Haar vader had vroeger bijen, ze kijkt verlekkerd naar de honingslingeraar. Maar tegenwoordig zijn er weinig bijen meer, sinds de amandelbomen weg zijn vanwege de besmetting. Na dit verhaal, vallen me de dode amandelbomen op.      

Net als bij de olijfbomen in Zuid-Italië, sterven bomen af door de Xylella bacterie, er is geen remedie voor. Ook de Spaanse overheid besloot de zieke bomen te kappen, én alle bomen in een straal van 100 meter, om verdere verspreiding tegen te gaan. Sinds 2019 zijn er in de provincie al ruim 200.000 amandelbomen gekapt. Tot groot protest van de boeren. De amandelteelt in deze vallei is zo goed als verdwenen.[3] De toekomst voor de telers ziet er niet rooskleurig uit: de bacterie zal zich ook verspreiden onder olijfbomen, wijnstokken, citrus-, perzik- en kersenbomen, rozemarijnstruiken etc.

Het museumpje vertelt niet alleen over de lokale geschiedenis maar ook over muurschilderingen, van ca. 9000 jaar oud. Geen mammoeten, reeën of stieren maar zoiets als religieuze kunst. Althans zo worden de oude tekeningen geïnterpreteerd.

Ruim een uur later stappen we op de fiets voor koffie. Zonder het enthousiasme van Joanna stonden we waarschijnlijk al na 15 minuten buiten.

Het kleine dorpje zelf is ook een plaatje 😉

         

Sinds een paar dagen stormt het, de hele dag. Flinke windstoten dus luifel in, en de deuren goed vasthouden. We hebben de camper zelfs een kwartslag gedraaid om een beetje in de luwte te kunnen zitten.


Het is westenwind dus komt de wind vanuit de bergen door de vallei aanstormen. Nog meer wind mee, als we naar Xalo fietsen. Het is zaterdag en dan is er daar een grote rommelmarkt. Antiekhandelaren, naast kunstenaars en mensen die hun garage hebben leeggehaald. Altijd leuk om te kijken. Al ver voor het dorp staan auto’s in bermen en op velden geparkeerd. Met de fiets kunnen we gewoon naar het begin

fietsen - 600 meter aan spullen die op kleden en tafels liggen. Van kasten tot munten, van geschilderde stenen tot medische instrumenten. 

Kunnen we daar meteen naar de supermarkt, want de camping bevalt goed, we blijven nog een paar dagen. Nadat we boodschappen gedaan hebben, fietsen we weer naar boven, én storm tegen. En zelfs met 20 kilo boodschappen in mijn fietstas, remt de wind me af als ik een stuk daal. Dus ploeter ik naar boven naar de camping. Ondanks de zwaarste ondersteuning, ben ik bekaf als ik daar aankom. ’s Avonds hoor ik, dat één van de campers stormschade heeft opgelopen. Een deur is opengeklapt en het scharnier is afgebroken.


We kijken graag Formule 1 en de camping heeft een giga televisiescherm. Via vier satellieten

hebben ze 2500 zenders – zeggen ze. Wat moet je met zoveel zenders? Voor ons wel prettig dat er ook één de race uitzendt. Het commentaar is wel in het Spaans, maar och, we kennen de rijders, de teams en de regels. De tijden kunnen we lezen. Vervelender is dat de interviews die in het Engels zijn, direct vertaald worden, en daarmee voor ons onverstaanbaar. In de loop van de race komen meer mensen meekijken. Brazilië is ook een spannende wedstrijd. Dat is maar goed ook, want feitelijk zitten we buiten en pas aan het einde voel ik hoe koud ik ben geworden. De temperatuur is gedaald naar 12 graden.


We halen eigenlijk altijd maar voor twee of drie dagen eten in huis. Dus maar weer een keer richting supermarkt. In de vallei zijn maar weinig winkels. En die liggen allemaal richting zee. Vandaag doen we dat in Orba. Verderop ligt een grot (Cova de les calaveres – grot van de schedels), dat lijkt me een omweg waard. We dalen met hier en daar 8%. Een paar herspeldbochten op gloednieuw asfalt, toch rem ik bij 40 km/u terwijl een wielrenner juist lekker doortrapt. Dat durf ik niet. De grot is zoals verwacht heel toeristisch. Het ligt dan ook niet ver van Benidorm. De kaartjes koop ik in een winkeltje met stenen, messen, kettinkjes en marmeren

lampen. Bij de ingang van de grot loop ik onder de restanten van Halloween door en staan er grote kristallen en stenen te koop voor pak ‘m beet 500 euro. Het Nederlands op het bordje dat er bij staat, is ronduit grappig: U niet raak. Aan de spinnenwebben te zien, houden mensen zich daar aan én loopt de verkoop niet echt.  Gelukkig mogen we op eigen houtje rondlopen en rustig foto’s maken. Een vlonderpad brengt ons verder de berg in. Geen bijzondere druipstenen, de schedels die gevonden zijn, worden als replica’s in een vitrine getoont. Wel zijn hebben de grotten mooie plafonds met gaten, groeien er mossen en varens.  Zie ook de video       


Na ruim een week verlaten we de bergen voor de zee. Maar eerst wil ik de Pasarela de Relleu doen. Een wandeling in een kloof over loopplanken (pasarelas) met glazen plateaus. Een uitdaging voor mij qua wandelafstand, een uitdaging voor Wil René qua hoogte. We rijden vroeg

weg door een prachtig berglandschap naar de kloof. Vroeg omdat er een kleine parkeerplaats is bij het begin van de route, en die is snel vol - heb ik gelezen. We zijn net vroeg genoeg. Na een kwartier wandelen komen we bij de ingang van de kloof. We betalen de entree en krijgen een helm. Over vlonders die tegen de wand aan zijn genageld, wandelen we de kloof in op een

hoogte van 60 mtr boven de Amadorio rivier. Nou rivier, net als het stuwmeer staat er weinig water in. Maar de hoogte blijft indrukwekkend. De route is zo’n 300 meter met enkele glazen plateaus. En hoewel ik geen hoogtevrees heb, voelt het toch tegennatuurlijk om op zo'n plateau te stappen. Bij het laatste plateau grapt een voorbijganger, dat we voorzichtig moeten zijn bij dat laatste plateau – dat wiebelt een beetje. Hij heeft uiteraard gezien dat Wil René niet comfortabel is op deze hoogte. Als ik dat zeg, zegt hij dat de wandeling wel de moeite is. Wil René reageert alleen op het woord moeite: "Ja, dit kost hem flink wat moeite". Bij het laatste plateau schuifelt Wil René zelfs  voorzichtig het glazen plateau op - chapeau.  Dan weer de trappen omhoog en terug

naar de camper wandelen. De zon is doorgebroken en het zweet loopt over mijn rug. Ik plof neer in de camper. Een nieuw record van anderhalf uur – chapeau. Zie ook de video    


Dan rijden we de bergen uit, op weg naar de zee.  


Voetnoten

© 2026 Hellie van Hout

bottom of page