top of page
  • 22 dec 2025
  • 7 minuten om te lezen

Los Madriles,  9 – 21 December 2025



Weer een uurtje zuidelijker. We rijden aanvankelijk over de snelweg tussen stoffige landbouw percelen en de toeristische kust. Vlak voor Cartagena buigen we naar het westen, en verlaten de snelweg. We rijden door de Sierra de la Muela, een kustgebergte en tevens natuurgebied. De Tomtom stuurt ons via een hele smalle weg. Duimen dat we geen andere auto tegenkomen. Natuurlijk is de eerste een vrachtwagentje en de tweede een camper. Voorzichtig manoeuvreren we langs elkaar. De omgeving is prachtig, met hier en daar een haarspeldbocht.  En het uitzicht op de baai is adembenemend. Heel in de verte zien we de camping liggen waar we een weekje zullen blijven. (zie de blauwe pijl)


De camping heb ik gekozen vanwege het verwarmde zwembad. Wil René zwemt immers graag, en dat is dan ook het eerste wat hij doet. 28 Graden maar liefst, terwijl de lucht 19 graden is. Als ik ’s avonds het afval buiten de poort breng, zie ik dat het zwembad bijna leeg is. Dagelijks verversen ze het water, lees ik. Het warme water komt uit de bergen achter ons en is zout. Het is waarschijnlijk onderdeel van een groot ondergronds stelsel.  4 km verderop ligt Cueva del Agua, een grot waar warm water de zee instroomt. Nieuwsgierig naar de herkomst van dat water, doen ze al 50 jaar onderzoek. Met duikers en speleologen is inmiddels 7 km aan gangen en grotten in kaart gebracht en nog altijd is het einde niet in zicht[1]. Waarschijnlijk put de camping uit een van de nevengangen. In ieder geval is het heerlijk zwemmen, als ik niet te vroeg kom. Om 8 uur is het zwembad open maar pas rond 9 uur is het vol genoeg om goed te zwemmen. 

Als wij een paar dagen later gaan kijken bij de grot, is er net een groepje duikers dat de grot is ingegaan. Niet geheel zonder gevaar. Buiten de grot hangen twee herinneringsplaten van overleden duikers. Een bord waarschuwt voor de hoog technische moeilijkheidsgraat. In

januari is er nog een duiker omgekomen bij een toeristische duikexpeditie. Haar partner wordt grove nalatigheid verweten. Dat weerhoudt duikers niet, telkens als we boodschappen doen komen we langs de grot en zien daar duikers.


In de zee zwemmen is met zo’n warm zwembad geen aantrekkelijk alternatief. Hoewel het strand maar 15 minuten lopen is. Bijna dagelijks wandelen we langs het strand in 25 minuten naar het dorp waar een lekker terras zit. De route via de weg is korter maar saaier. Iedere dag ziet de zee, de lucht, de kust er anders uit.


Het terras ligt bij de kerk die op zee uitkijkt. Ik zie naast de kerk een groep vrouwen met matjes hun lijven in conditie houden (of brengen). Warm gekleed, sommige zelfs met muts, want de wind komt vandaag uit het Nood-oosten. En de zon heeft zich verstopt achter een dikke laag wolken. Ondanks de 15 graden zit het terras bij de koffietent vol. Ik hoor Duits, Engels, Vlaams maar geen Spaans. Ergens lees ik dat de helft van de bevolking (450 personen) van Isla Plana niet-Spaans is. maar de bron ontbreekt.


“Hebben we een camping met verwarmd zwembad en dan wordt ik ziek,” verzucht Wil René. Buikpijn, blaffen, snotteren en geen energie zijn de symptomen. Zelfs geen zin in schilderen. Dan ben je echt niet lekker. Uitzieken, er zit niks anders op.


Onze buren zijn een jong gezin met twee kinderen. Ze reizen met een grote caravan. Al na een uur komt de buurman een praatje maken en legt ongevraagd uit. waarom ze hier zijn. Zijn oudste dochter is leerplichtig, maar raakte zwaar overspannen van school. Telkens opnieuw proberen ze het, maar het gaat niet. Psycholoog, orthopedagoog hebben geadviseerd haar ziek te melden voor het jaar. Langer kan niet. En ieder jaar moet ze opnieuw naar school, en wordt weer ziek. Ze hebben geprobeerd of zij ze niet zelf thuis kunnen onderwijzen. Home-scholing mag in Nederland alleen als je reist. Dus hebben ze hun huis verkocht, deze caravan gekocht en zijn op pad gegaan. Hij werkt in de ICT dus dat kan hij overal. En terwijl hij vertelt, heeft hij al drie sigaretten opgestoken. Na drie dagen vertrekken ze naar vrienden in Malaga, ik wens ze veel sterkte.


De meeste mensen die ik spreek ontvluchten het Nederlandse weer, niet de regels. Omdat het klimaat hier aangenaam is of omdat het lijf het hier beter doet. De reuma minder heftig, de luchtwegen minder kwetsbaar. De nachten zijn hier bij de kust warm (13 graden) en overdag is het zo’n 16 tot 18 graden, wisselend bewolkt en zonnig.


De nieuwe buren zijn Duits en blijven tot ergens maart. Ze komen hier al 10 jaar. Het kooktentje wordt met boormachine en schroefharingen vastgenageld net als een zwart kleed. Ze staan nog nauwelijks, als bevriende landgenoten ze komen begroeten. Het kooktentje blijkt ook een vriendententje te zijn, waar gezellig bijgepraat en gedronken wordt.


En dan, na een paar zonnige dagen, regent het ineens. We zitten net de schilderen als de eerste

druppels op de luifel vallen. Stug gaan we door. Maar er vallen er steeds meer en de wind maakt dat er druppels op het schilderij vallen. Snel opruimen. ’s Nachts breekt het onweer los met stevige regenbuien. Op diverse plekken in Spanje is code rood afgegeven. Ook de volgende nacht hoost het weer en schrik ik wakker van de lichtflitsen en de - binnen 2 tellen -  donderslagen. Geen overlast van water hoewel we de dagen erna nog plassen en opgedroogde modder zien in de straten.


Wat hier opvalt, is dat er veel, heel veel wildkampeerders zijn. Campers staan langs het strand, staan dagen geparkeerd in het dorp, staan in de ramblas (droge rivierbedding) en zelfs op het strand. Hier wordt het blijkbaar (nog) gedoogd. Vorig jaar januari stuurde de politie veel wildkampeerders weg in Spanje, het gonsde van de verhalen. Nu nog niet.



Op zaterdag wandelen weer naar het dorp waar het terras veel voller zit dan twee dagen terug. Toen hoorde ik bijna geen Spaans, en nu alleen maar. Er stromen muzikanten naar het terras. Ik zie gitaren, een soort mandoline, een luit-achtig instrument, kleine gitaren, viool, tamboerijn en castagnetten. Al snel speelt een groepje en een jonge vrouw zingt

met haar ogen dicht. Ze zingt waarschijnlijk een malagueña uit Murcia (flamenco stijl). [2]. Jammer dat het spelen snel stopt en overgaat naar een podium waar een ingestudeerd optreden begint, van een veel mindere kwaliteit.    


Na 10 dagen camping, strandwandelingen naar het dorp, schilderen, lezen, boodschappen, ben ik echt toe aan iets anders. De camping voelt als een soort val. Een terrassencamping op het zuidoosten: uitkijkend

over zee en bergen, - van 9 tot 5 uur zon - als de zon schijnt -, een verwarmd zwembad, supergoeie douches, dicht bij het strand en een dorp met een goed terras en supermarkt. Eigenlijk superideaal en toch merk ik een onrust. Elke dag is min of meer hetzelfde. Ik wil ook nieuwe dingen zien, ontdekken.



Vandaag lijkt het eindelijk droog te blijven en kunnen we de bergen in fietsen. Het is zo’n 15 graden, de blauwe lucht is bedekt met witte sluiers, de wind houdt zich koest. We stijgen zo’n 300 meter en als beloning krijgen we een prachtig uitzicht over de baai, waar wij kamperen. Een paar

bochten verder krijgen we uitzicht op de baai en haven van Cartagena. We fietsen hoog boven de zee naar de Disney-achtige kantelen van de oude gevechtsbatterijen. Deze oude verdedigingswerken beschermden vroeger de havenstad Cartagena. De rotspunt die ver de zee

inloopt heeft op diverse plekken nog grote kanonnen staan. Een collega-fietser vraagt of ik hem wil fotograferen terwijl hij leunt tegen de 10 meter lange loop van het kanon. Ik zou zelf het uitzicht kiezen maar a la. In zijn hesje zit een busje pepperspray. Het blijkt dat deze solo-fietser het liefst de ongebaande paden uitkiest, en daarbij af en toe op loslopende honden stuit. Hij vertelt dat hij een keer vier honden tegelijk op zich af zag komen. Hij gebruikte zijn fiets als blokkade en zat klaar met zijn spuitbus. “Dit wordt mijn dood”, dacht hij. Totdat het baasje de honden terugfloot. Daarom die peperspray binnen handbereik.  

De sluierbewolking lost op en in een lekker zonnetje geniet ik het uitzicht. Jammer dat hier geen drone mag vliegen (natuurgebied én te dicht bij het militaire vliegveld van Cartagena). Ik vind zelfs de industriehaven en de olietankers mooi om naar te kijken. Die grote schepen lijken vanaf hierboven heel klein, totdat een stipje snel over het water scheert. Een vissersboot denk ik.

Ook op de terugweg word ik getrakteerd op mooie panorama’s. Om de haverklap stap ik af om rustig te kijken en foto’s te maken. De weg is een prachtig stuk asfalt en er zijn weinig auto’s dus

slalommen we op hoge snelheid (40 km/u) naar beneden. Op de kaart heb ik gezien dat er in het dal een alternatieve/kortere route loopt, door de ramblas (droge rivierbedding) naar de kust. Soms is dat te doen maar ik heb ook wel eens een stuk vloekend gelopen omdat het niet te fietsen was. Dit keer is het te doen, mede omdat het bergafwaarts is. Naar boven was het een lijdensweg geworden, denk ik. Inmiddels heeft de blauwe lucht plaats gemaakt voor een grijze bewolking. De temperatuur daalt en de wind is sterker geworden. Toch fiets ik met een glimlach door. Deze fietstocht heeft me goed gedaan.  


Met 15-16 graden is het hier vergelijkbaar met de rest van de Spaanse Zuidkust (oa Malaga, Almeria, Cadiz). Zodra je de binnenlanden ingaat, daalt de temperatuur met sprongen en neemt de kans op regen snel toe. Daarmee zakt de wens om andere dingen te zien. Steden en dorpen zijn minder mooi als de zon niet schijnt en de wind door de straten jaagt. Dagelijks bekijken we weersvoorspellingen om te zien dat binnenlanden (te) koud zijn en het zuidelijker niet beter is. Dus blijven we hier nog n tijdje hangen, denken we. Sinds vandaag is het officieel winter.  


Voetnoten:

[2] Vergelijkbaar Murciaans optreden maar dan met een mannelijke zanger https://www.youtube.com/watch?v=YO1-STRXVdA



  • 10 dec 2025
  • 7 minuten om te lezen

Santiago de la Ribera,  1 – 9 December 2025

 

We rijden een grote camperplaats op met ruim 250 plaatsen. Bij de poort staat “completo”. Dat geldt niet voor ons. Wil René heeft gereserveerd. Vrienden van ons staan hier, 20 minuten lopen van de zee. We krijgen plaats 143 toegewezen. Een goede plek zeggen de vrienden want hier

heb je lang de zon. De overburen zitten verder weg dan bij de rest van de plekken. De plek is net groot genoeg om ons stoffen huisje neer te zetten. Daarvoor moeten we de camper strak tegen de grens parkeren en duimen dat onze buren, die al een paar dagen met de camper weg zijn, het geen probleem vinden dat we soms op hun stukje moeten staan om de verfkisten uit de camper te halen.  


De camperplaats zit vol met veel, heel veel overwinteraars. De prijs van 7 euro p/dag voor langblijvers en de goede douches zijn waarschijnlijk de belangrijkste reden dat ze hier staan. Ze zijn herkenbaar aan de inrichting van hun plek met kooktenten, vloerkleden, plantenbakken, èn kerstsfeer. Er hangen kerstkransen aan hun deur, de struik is versierd kerstballen en lichtsnoeren.

En het dashboard is een kerststal. Heel Spanje is in de ban van Navidad – kerstmis.

De zon is lekker, maar om te schilderen heb je schaduw nodig en in het stoffen huisje zitten ramen zonder gordijnen. We kopen een lap stof, met kerstmotief. Dan passen we ons aan bij de Spaanse (en camperplaats-) cultuur. Navidad is een belangrijk familiefeest hier. Winkels puilen uit met kersversiering, in tuinen en op straat hangt kerstverlichting en de kerststallen zijn of worden opgebouwd.  


De wind neemt toe en draait. Flinke windstoten laten de zijwanden klapperen. We besluiten de voorkant ook maar dicht te maken. Probleem is wel dat de grond keihard is. De haringen gaan er

niet in. We leggen grote waterflessen op de flappen maar de wind schudt ze net zo makkelijk er weer af. De windvlagen trekken hard aan de wanden. We vertrouwen het niet en halen de voorkant en een zijwand er maar weer af. Op de andere wand leggen we vier zes-liter flessen en na heel veel getimmer zitten er toch twee haringen in. Zo kunnen we wel uit de zon zitten, en Wil René plakt zijn schilderij vast aan de ezel zodat die er niet af kan vallen. Ik ben met aquarel bezig, dat kan gelukkig binnen. Beter ook, want mijn hoesten en snotteren gaat nog niet echt beter. Het is een taaie verkoudheid. Wil René blijft ruim een week overeind maar begint dan toch ook te snotteren.   


Halverwege de week horen we om tien uur ’s avonds muziek de camping overwaaien. Ieder uur lijkt het volume toe te nemen. Tot twee ’s nachts. Als we de volgende dag ‘s middags weer muziek horen, besluiten we samen met onze vrienden op onderzoek uit te gaan. 1 km verderop in San Javier zit een  evenementenlocatie. Als we daar in de buurt zijn, blijkt de muziek bij de kermis vandaan te komen. De evenementenhal is wel open en aan tafels zie ik her en der mensen, en vooral kinderen, zitten. Het grote podium is leeg. De dame van de crêperie vertelt ons dat ze

feesten hebben ter gelegenheid van de beschermheilige van het dorp. En dat we zeker dit weekend nog wel wat overlast kunnen verwachten. Maar ook dat er zaterdag een grote paella pan is en maandag een optocht wat meteen het einde van de feestdagen betekent.

De geluidsoverlast is vrijdag al aanzienlijk. Het gaat dwars door mijn oordopjes heen. Dit maal duurt het tot 5 uur in de ochtend.  


Op zaterdagmiddag gaan we kijken naar die paella-pan. We zien, net zoals eerder deze week, mensen aan tafels zitten. Dit keer zijn het er veel meer en staan de lange tafels buiten. Vorige

keer viel me al op dat er een groep kinderen hetzelfde blauwe t-shirt aan hebben, Los Tornados. Toen dacht ik aan een voetbalclub ofzo. Maar ik kon die naam niet vinden bij de sportclubs van deze gemeente. Nu zie ik ze weer zitten. Andere tafels hebben rode of zwarte t-shirts. Mensen hebben eten bij zich. Het lijkt eerder een buurtpicknick. Ik vraag een paar meiden wat hier aan de hand is, maar veel meer dan: gezellig bij elkaar komen, kom ik niet te weten. Ze wijzen naar een tent waarop Penã staat geschreven. Dat is hun tent?! Nog twee andere mensen bevraagd, en dan begrijp ik dat Peña niet rouw betekent, zoals google vertaal zegt, maar een gezelligheidsvereniging is, speciaal voor de feestweken. Vandaag zijn er 33 lokale

clubs die samenkomen. De gemeente zorgt voor gratis paella en gratis bier, ook voor ons. En ja, we kunnen ons ook aansluiten bij een Peña of samen met Hollanders die hier in de buurt wonen, een Peña starten. Een aantal van die groepen heeft een eigen tent op het festivalterrein. De groepen helpen bij de organisatie van de feestweken. El Cantazo, met Tazmanian Devil op rode shirts, organiseerden onlangs een heus oktoberfeest, de meiden gekleed  als dirndl. Ik heb net mijn lunch op dus ik laat de paella zitten, net als het bier – niet om 13 uur.   


We kokkerellen in de camper.  Wil René maakt een keer schnitzels en onze vrienden schuiven

aan. Annet kookt Indonesisch: groente en vlees in kokossaus (sajour lodeh) en wij schuiven aan. Ik krijg twee bossen bleekselderij net afgesneden van het land. Ik maak er een salade van. Om

een klein beetje Sinterklaas-gevoel te krijgen bak ik pepernoten in onze mini oven. En net als met pannenkoeken zijn de eerste een

beetje mislukt. Te zwart. Daarna smaken ze prima. Dat is allemaal maar kinderspel bij Indische maaltijd die Annet zondag maakt. Terwijl zij Pangsit goreng maakt, zitten wij de slotwedstrijd van Formule 1 te kijken.

Verstappen wint maar heeft net twee punten te weinig om wereldkampioen te worden.  Na de wedstrijd eten we Sate Ajam, Gado gado, Lontong en net gefrituurde emping. En als toetje Tjendol – wat ik dan weer niet lekker vind. Annet is al dagen aan het voorbereiden. Er blijft zoveel over dat ik een doggy bag meekrijg. Heerlijk, nog een dag Indisch eten. 

 

De optocht dat het einde van het dorpsfeest van San Javier betekent, is leuker dan verwacht en

ook veel langer. Ruim een uur paraderen groepen en wagens aan ons voorbij. Veel filmthema’s zoals Gostbusters, Aladin, Mad Max, veel keiharde muziek. En ze delen allemaal snoepjes en ballen uit. Sommige vaders zijn fanatieker dan de kinderen in het snoeprapen en het bedelen om ballen. Wil René scoort er een voor Annet. Kinderen stelen de show in de optocht en de kleine mannetjes zijn hilarisch.  


De camperplaats is eigenlijk een dorp waar nationaliteiten elkaar opzoeken. Ik zie Fransen jeu de boule spelen, Duitsers verzamelen zich op het terras. Engelsen kletsen bij de afwas. Nederlanders buurten bij elkaar. Alleen de Zweden lijken elkaar niet op te zoeken.  Er is een camperaar-kapster die met koffer en schort haar klanten bezoekt. Een man met een visserspet komt afscheid nemen hoewel we hem nog niet eerder gezien hebben. Hij gaat naar huis, naar Berlijn. Om hem op te vrolijken zegt Wil René: tot volgens jaar dan maar weer. Nou dat is twijfelachtig. Hij mag waarschijnlijk niet meer autorijden. De volgende ochtend komt zijn zoon hem ophalen. Ze rijden naar Berlijn.

En in een dorp gaat het soms niet goed. We hadden verwacht twee vriendenstellen aan te treffen hier maar een stel is boos vertrokken. Hun oude hond kan haar plas niet meer goed ophouden en de uitlaatplek is soms te ver weg. Ook al gaan ze iedere vier uur. Ze nemen een fles water mee om bij een ongelukje meteen met water na te spoelen. In het reglement staat dat honden niet mogen plassen op het terrein. En daar worden ze op aangesproken door andere gasten. De woordenwisseling loopt hoog op en onze vrienden vertrekken.


We hadden een groot deel van de week geen rechterburen. Als ze terugkomen, kijken ze meteen of we de grens van hun perceel niet overschreden hebben. Toegegeven, onze camper staat dicht tegen de rand aan – maar niet er over heen. En alsof ze een statement willen maken, zetten ze hun fietsen precies bij onze zijdeur, waardoor we die niet kunnen openen. Zo flauw. ’s Avonds zetten ze de fietsen in hun tent achter de camper.  Dan kunnen we er gewoon weer bij. Blij dat we morgen weer verder gaan.    


We wandelen en fietsen af en toe naar zee. Ik zie waterflessen op straat staan. Dat heb ik al

eerder gezien. Grote waterflessen staan bij deuren, op straathoeken en soms zelfs midden op de stoep. Het schijnt een oude gewoonte te zijn om honden en katten te ontmoedigen daar hun behoefte te doen. Ze denken dat het zonlicht dat door het water schittert, de dieren afschrikt. Waar geen bewijs voor is. Maar allicht beter dan het strooien van natriumcarbonaat rond het huis zoals vroeger de gewoonte was. Dat mag tegenwoordig niet meer vanwege gezondheidsgevaar.  Bewoners zetten tegenwoordig de flessen neer zodat mensen met honden plasplekken meteen kunnen wegspoelen. Zo blijft de straat frisser en voorkom je nare geurtjes. In veel gemeenten is het zelfs verplicht dat hondeneigenaren een eigen flesje water bij zich hebben om schoon te maken.


Aan het einde van de week is het prachtig weer met strak blauwe lucht en een warm zonnetje. We fietsen rond en zien dat de stranden gerenoveerd worden. Afval en alg verdwijnt, en het zand ligt in grote bergen klaar om verspreidt te worden. De rotsen en afwatering verdwijnen dan onder het zand.  Een dorp verderop zijn ze klaar en daar bakt een stel in de zon alsof het zomer is.



Wat betreft schilderijen: Wil René maakt een herfstlandschap. En voorlopig zijn eerste en laatste landschap, zegt hij, want dit vindt hij zo lastig. Tja, zoiets riep hij vorig jaar ook over portretten en huidskleur…. En dan heeft hij ook nog een nachtlandschap gemaakt.


Ik maak nog een aquarel van een oude foto die ik vorig jaar in Marokko zag.

En we schilderen allebei een mooi portret waar we een aantal dagen mee bezig zijn geweest. en waar we trots op zijn. Wil René schildert zijn nichtje Jhené.






  • 1 dec 2025
  • 8 minuten om te lezen

Balsares, Sante Fe, Formentera de Segura,  13 - 30 November 2025


Op een kwartier fietsen van de zee, zetten we de camper neer op een nieuwe campercamping. Pas sinds 3 maanden open. Het grind is nog spierwit, de boompjes zijn dunne staken op een enkele oude olijfboom na. “De elektriciteit is vandaag nog niet beschikbaar, misschien morgen.” De zonnepanelen boven het toiletgebouw wekken vandaag te weinig op. Misschien morgen. Onze accu zit, na het rijden vol, dus als het nodig is, melden we ons.


De volgende ochtend ontdekken we wat de mist is: Saharazand dat door storm Claudia naar Spanje is gedreven. De tafel en stoelen die buiten staan hebben een fijn rood zandlaagje. De campers ook. Het lukt de zon nog altijd niet om door de troebele lucht te breken. Desondanks is het warm. Vannacht was het zelfs nog 18 graden. In het Zuiden van Spanje is het noodweer, waar het Saharazand als het modder uit de lucht valt.  Hier lijkt het meer op zeemist. Desondanks fietsen we naar de zee.     


Inmiddels lukt het de zon om af en toe door de mist door te breken en is het redelijk strandweer.  We fietsen langs hoge flats die de toegang naar de zee blokkeren. Aan het einde van het dorp kunnen we via vlonders op palen het strand bereiken. We zien iemand in zee zwemmen. Wil René trekt zijn schoenen uit en gaat het water voelen. Het is kouder dan verwacht. Door de warme lucht uit Afrika, vergeet ik dat het toch al half november is. In de verte zien we Alicante liggen en vliegtuigen overkomen, vol met toeristen, die net als wij, het natte herfstweer ontvluchten.

We fietsen langs de zee van Santa Pola. Hoog boven ons zien we de huizen die bijna alle door niet-Spanjaarden worden bewoond – urbanisaties / gated communties voor Engelsen, Duitsers, Nederlanders. Ze hebben waarschijnlijk een prachtig uitzicht op zee die ze alleen via een grote omweg kunnen bereiken. Ik zie ook een uitkijkpunt die boven de klif hangt. Die wil ik later nog wel van dichtbij gaan bekijken. Santa Pola zelf is een niet zo bijzondere stad, en door de harde wind en mist is het terras koud. Tijd om terug naar de camping te gaan. Om de drukke weg te vermijden fietsen we over grindpaden die af en toe meer mountainbike paden lijken maar veel alternatieven zijn er niet.


Aan de zeekant van die drukke weg, ligt Gran Alcante, 30 jaar geleden werd hier begonnen met bouwen en inmiddels 40 bouwprojecten verder, wonen er 10.000 mensen. Als alles verhuurd is, wonen er zelfs 25.000 mensen.  Er zit een winkelcentrum met Lidl en Jysk, veel eettenten als London Taverne, Hatsikidee. En aan de Hollandstraat zitten een aantal Engelse tenten én een Indiaas restaurant. We realiseren ons dat we in de vier weken dat we onderweg zijn nog niet

uiteten zijn geweest. Dus vanavond gaan we Indiaas eten. Als de zon bijna onder is fietsen we naar de drukke weg. Op google en Komoot is er een weg die aansluit op de brug over de drukke weg. Als wij daar aankomen, blijkt die aansluiting er niet meer te zijn. Een afrastering van 50 cm staat tussen het zandpad en de oprit naar de brug. Aangezien er geen alternatieven zijn, tillen we de fietsen er maar overheen.    


Een dag later fietsen we via een omweg naar de sky walk bij de vuurtoren. Vanaf Santa Pola stijgen we langs de flats en hebben een prachtig uitzicht op de stad en de zee. Van de verharde weg komen we op een grindpad en ja hoor, het verandert vanzelf in een rotsig mountainbike pad. Drie kilometer zigzaggend om de scherpe stenen heen, en stuiterend over losse brokken stijgen we naar de 138 meter. Daar is een brug over de rand van de klif. Na die glazen plateaus van vorige week is dat niet spannend meer. Wil René fietst met gemak over de brug.      


Op deze campercamping mag je je camper wassen. Ze verhuren er zelfs een hogedruk spuit. Nou

die hebben we niet nodig. We hebben een telescoop-borstel bij ons waar je een waterslang op kunt aansluiten. Ik heb de afgelopen dagen de rode aanslag weggehaald waar ik bij kon. Dus het dak niet. Vannacht heeft het geregend, misschien is het rood wel weggespoeld. Nou nee. We

kunnen een trap lenen, en ik merk dat alleen water spuiten niet genoeg is, zelfs niet als dat dak net gecoat is. Er moet gepoetst worden. Gelukkig heb ik geen hoogtevrees. Als ik later de foto zie, moet ik toegeven dat dit niet echt veilig werken is.  


We verkassen. Op de nieuwe plek logeren we met de camper in de tuin van een Nederlands/

Zwitsers stel. Samen met nog 4 andere campers. Daarmee is de tuin wel vol. Én er is een zwembad. Onverwarmd maar nu nog 18,5 graad en de zon schijnt volop. Dus we wagen ons in het water. Nou, na vier baantjes vlucht ik het water uit, om in de zon op te warmen. Wil René houdt het langer vol. Hij gaat de volgende dag nog een keer. En zelfs de dag erna. Het water is dan minder dan 17 graden. En dat is hem toch te koud.


Een half uur fietsen hier vandaan, ligt Elche. Een stad gebouwd door de Arabieren in de

middeleeuwen - al is dat nauwelijks meer te zien. Alleen de vele palmtuinen en het irrigatiesysteem herinneren eraan. In het gerestaureerde fort kunnen we vanaf de muur zo’n grote palmtuin zien. In het oudheidmuseum staan prachtige aardewerken vazen en een beeld dat de naam "de vrouw van Elche" heeft gekregen. Een bijzonder en prachtig beeld van zo’n 2500 jaar oud.

  

Via Polarstaps zie ik dat Vlaamse vrienden in de buurt zijn. We spreken af. In de tuin passen niet nog twee campers dus zoek ik er een overnachtingsplek in de buurt. Dat valt nog niet mee. Veel zit vol. Een kleine camperplaats (12 plaatsen) lijkt wel plek te hebben. Lijkt want de eigenaar spreekt alleen Spaans en mijn Duolingo Spaans is onvoldoende. Via de e-mail met google-vertaal, lijkt het er op dat hij plek heeft over twee dagen. Alleen begint de zin met “Als er plek is….” Ik stuur hem mijn telefoonnummer en kentenken. Voor de zekerheid stuur ik ook de kentekens van de Vlaamse vrienden. Het antwoord: “Genial” geeft meer vertrouwen dat het echt gaat lukken. En dat klopt. Van de 12 plekken zijn er zelfs 6 vrij. We kunnen naast elkaar staan.

Wel kleine plekken. De luifel kan ik niet uitdraaien, en dat is met deze temperatuur ook niet nodig. Een gure wind noopt tot creativiteit. We hangen een picknickkleed en vloerkleden tegen het gaas en kunnen zo toch heerlijk in de zon zitten.  ’s Avonds kookt de Vlaamse madam heerlijk, wij regelen wel het toetje (inclusief parapluutje).

Gelukkig passen we met z’n zessen in één camper, want buiten zitten, is echt te koud. Samen struinen we de weekmarkt in Almoradi af en de vlooienmarkt in Guadamar. Daar liggen tafeltjes en kleedjes vol met snuisterijen, oud keukengerei en tweedehands kleding. Hier kun je uren lang snuffelen en dat doen we ook. Even verderop vinden we een terras in de zon met een dagmenu voor 15 euro (voor-, hoofd-, nagerecht en een drankje). En daar verwacht ik niet zoveel van. Maar dit restaurant  is echt top : “Oasis”.

Met een van de Vlaamse vrienden wissel ik de link van onze website uit met zijn polarsteps. Ik zoek daarin op wanneer we elkaar hebben leren kennen: 2023. Verrast lees ik een uitgebreid profiel van mezelf en een prachtige omschrijving van Wil René. Hij wordt omschreven als een saaie, introverte en serieuze man, die zich geen houding weet als Hellie er niet bij is. Ik lig in een deuk. Wil René ook. Hij confronteert de volgende dag de Vlaming met zijn schrijfsel. “Goh, je hebt me best goed omschreven als saai, introvert en serieus.” De Vlaming krijgt direct rode koontjes. “Ik schreef toen alleen voor mezelf en familie”, excuseert hij zich. “Het is niet erg, het klopt inderdaad, ik ben niet zo’n kletser.” En Wil René lacht hard. Misschien toch wat zorgvuldiger zijn met namen….       


Na drie nachten keren wij weer terug naar de tuin van Casa Rosada met de mooie palmbomen. Ze zijn pas geleden gesnoeid. De onderste bladeren zijn er af gehaald en we zien de “bloemen” zich een weg banen door kokers vanuit de palm.  

In dit gebied rondom Elche zijn er zo’n 200.000 palmbomen. De palmtuinen zijn als UNESCO Werelderfgoed beschermd. Die bescherming van de palmtuinen heeft echter sinds 30 jaar een taaie vijand in de vorm van een rode kever[1]. Een insect van zo’n 4 cm groot, afkomstig uit Zuid-Oost-Azië. De kever legt eitjes in een palmboom en de larven vreten zich in de stam tot ze groot

en sterke kevers zijn, en verwoesten daarmee de palm. De aanleiding voor deze informatie, zijn de vreemde zwarte kegels met groen dakje die Wil René ziet bij zijn dagelijkse wandeling. Om de zoveel meter ziet hij de staan. Het blijken lokdozen te zijn. Het is niet de heilige graal om de palmkever te bestrijden maar beter iets dan niets. De volwassen kevers leven twee tot drie maanden en ze kunnen zich verschillende keren voortplanten. Bovendien kunnen ze in een week tijd zo’n 7 km vliegen…


We kunnen een week blijven, voordat “onze plek” weer gereserveerd is. Het gaat wat meer waaien, dus zetten we onze luifeltent op en schilderen heerlijk in de luwte en warmte van onze

stoffen huisje. Althans dat was mijn verwachting. ’s Avonds voel ik mijn keel en de volgende dag ben ik snot verkouden en voel me beroerder worden. Griep – denk ik. Terwijl ik nog wel een griepprik heb gehaald voor we gingen. Wil René scoort een dag later bij de apotheek goede neusdruppels zodat ik meer lucht krijg en me weer wat beter voel. Kan ik vanavond toch mee. We gaan met alle camperaars en de eigenaars uiteten. Ik bestel een salade als voorgerecht en vis als

hoofdgerecht. Daar zit zelden groente bij, en ik kan wel wat vitamine gebruiken. Nou, alsof ze dat in de keuken gehoord hebben. Ik krijg zo’n groot bord vol, dat de anderen medelijden met me hebben. En met Wil René,

voorgerechtje?!
voorgerechtje?!

die hetzelfde idee had. Dus tegen mijn gewoonte in, eet ik mijn bord niet leeg. En tegen mijn gewoonte in, bedank ik voor het toetje. Ik plof. Of het aan het eten ligt, te laat naar bed, of gewoon niet genoeg uitgeziekt heb, de volgende ochtend heb ik knallende koppijn, een rauwe keel en en loopt het water uit mijn ogen. Als een zielig musje hang ik in mijn stoel. Weer een dag niet schilderen.

 

Zo weinig als we de afgelopen weken uiteten zijn gegaan, zo vaak hebben we deze 2 weken

buiten de deur gegeten. Vandaag gaan we weer en nu met de auto – ik red het niet om een uur heen en een uur terug te fietsen. Het gezelschap bestaat dit keer uit de vrienden die elkaar twee jaar geleden op La Fabrica leerden kennen, waaronder de Vlaamse vrienden. Locatie is een wokrestaurant met de beste sushi van de streek, volgens onze campingbaas. Of dat zo is, kan ik niet controleren maar het is superlekker en supervers. 

 

Het eind van de week nadert. Wel jammer want door kleinschaligheid van de plek, maak ik snel en makkelijk een praatje. Uiteten gaan, helpt ook. De eigenaresse komt iedere ochtend even buurten.  En de laatste dagen drinken we ’s ochtends koffie met wie zin heeft. We lachen veel, dezelfde taal maakt dat zoveel makkelijker. De ochtenden vliegen zo om. We zijn ruimschoots de jongsten en blijven met anderhalve  week ook het kortste. Twee campers staan hier zo’n 6 tot 8 maanden, één blijft 3 maanden. Deze camperplek is voor hun een soort tweede thuis want ze staan er ook al een paar jaar. Onze buren zijn er een maand geweest. Deze plek is goed beschut (en daarmee warm), schoon sanitair, heet afwaswater en voor 15 euro leen je de auto voor een dagje. En als je aardig bent, mag je ook Formule 1 kijken in hun huis.

  

Voetnoten

 

© 2025 Hellie van Hout

bottom of page