- 22 dec 2025
- 7 minuten om te lezen
Los Madriles, 9 – 21 December 2025

Weer een uurtje zuidelijker. We rijden aanvankelijk over de snelweg tussen stoffige landbouw percelen en de toeristische kust. Vlak voor Cartagena buigen we naar het westen, en verlaten de snelweg. We rijden door de Sierra de la Muela, een kustgebergte en tevens natuurgebied. De Tomtom stuurt ons via een hele smalle weg. Duimen dat we geen andere auto tegenkomen. Natuurlijk is de eerste een vrachtwagentje en de tweede een camper. Voorzichtig manoeuvreren we langs elkaar. De omgeving is prachtig, met hier en daar een haarspeldbocht. En het uitzicht op de baai is adembenemend. Heel in de verte zien we de camping liggen waar we een weekje zullen blijven. (zie de blauwe pijl)


De camping heb ik gekozen vanwege het verwarmde zwembad. Wil René zwemt immers graag, en dat is dan ook het eerste wat hij doet. 28 Graden maar liefst, terwijl de lucht 19 graden is. Als ik ’s avonds het afval buiten de poort breng, zie ik dat het zwembad bijna leeg is. Dagelijks verversen ze het water, lees ik. Het warme water komt uit de bergen achter ons en is zout. Het is waarschijnlijk onderdeel van een groot ondergronds stelsel. 4 km verderop ligt Cueva del Agua, een grot waar warm water de zee instroomt. Nieuwsgierig naar de herkomst van dat water, doen ze al 50 jaar onderzoek. Met duikers en speleologen is inmiddels 7 km aan gangen en grotten in kaart gebracht en nog altijd is het einde niet in zicht[1]. Waarschijnlijk put de camping uit een van de nevengangen. In ieder geval is het heerlijk zwemmen, als ik niet te vroeg kom. Om 8 uur is het zwembad open maar pas rond 9 uur is het vol genoeg om goed te zwemmen.
Als wij een paar dagen later gaan kijken bij de grot, is er net een groepje duikers dat de grot is ingegaan. Niet geheel zonder gevaar. Buiten de grot hangen twee herinneringsplaten van overleden duikers. Een bord waarschuwt voor de hoog technische moeilijkheidsgraat. In
januari is er nog een duiker omgekomen bij een toeristische duikexpeditie. Haar partner wordt grove nalatigheid verweten. Dat weerhoudt duikers niet, telkens als we boodschappen doen komen we langs de grot en zien daar duikers.
In de zee zwemmen is met zo’n warm zwembad geen aantrekkelijk alternatief. Hoewel het strand maar 15 minuten lopen is. Bijna dagelijks wandelen we langs het strand in 25 minuten naar het dorp waar een lekker terras zit. De route via de weg is korter maar saaier. Iedere dag ziet de zee, de lucht, de kust er anders uit.
Het terras ligt bij de kerk die op zee uitkijkt. Ik zie naast de kerk een groep vrouwen met matjes hun lijven in conditie houden (of brengen). Warm gekleed, sommige zelfs met muts, want de wind komt vandaag uit het Nood-oosten. En de zon heeft zich verstopt achter een dikke laag wolken. Ondanks de 15 graden zit het terras bij de koffietent vol. Ik hoor Duits, Engels, Vlaams maar geen Spaans. Ergens lees ik dat de helft van de bevolking (450 personen) van Isla Plana niet-Spaans is. maar de bron ontbreekt.
“Hebben we een camping met verwarmd zwembad en dan wordt ik ziek,” verzucht Wil René. Buikpijn, blaffen, snotteren en geen energie zijn de symptomen. Zelfs geen zin in schilderen. Dan ben je echt niet lekker. Uitzieken, er zit niks anders op.
Onze buren zijn een jong gezin met twee kinderen. Ze reizen met een grote caravan. Al na een uur komt de buurman een praatje maken en legt ongevraagd uit. waarom ze hier zijn. Zijn oudste dochter is leerplichtig, maar raakte zwaar overspannen van school. Telkens opnieuw proberen ze het, maar het gaat niet. Psycholoog, orthopedagoog hebben geadviseerd haar ziek te melden voor het jaar. Langer kan niet. En ieder jaar moet ze opnieuw naar school, en wordt weer ziek. Ze hebben geprobeerd of zij ze niet zelf thuis kunnen onderwijzen. Home-scholing mag in Nederland alleen als je reist. Dus hebben ze hun huis verkocht, deze caravan gekocht en zijn op pad gegaan. Hij werkt in de ICT dus dat kan hij overal. En terwijl hij vertelt, heeft hij al drie sigaretten opgestoken. Na drie dagen vertrekken ze naar vrienden in Malaga, ik wens ze veel sterkte.
De meeste mensen die ik spreek ontvluchten het Nederlandse weer, niet de regels. Omdat het klimaat hier aangenaam is of omdat het lijf het hier beter doet. De reuma minder heftig, de luchtwegen minder kwetsbaar. De nachten zijn hier bij de kust warm (13 graden) en overdag is het zo’n 16 tot 18 graden, wisselend bewolkt en zonnig.
De nieuwe buren zijn Duits en blijven tot ergens maart. Ze komen hier al 10 jaar. Het kooktentje wordt met boormachine en schroefharingen vastgenageld net als een zwart kleed. Ze staan nog nauwelijks, als bevriende landgenoten ze komen begroeten. Het kooktentje blijkt ook een vriendententje te zijn, waar gezellig bijgepraat en gedronken wordt.
En dan, na een paar zonnige dagen, regent het ineens. We zitten net de schilderen als de eerste
druppels op de luifel vallen. Stug gaan we door. Maar er vallen er steeds meer en de wind maakt dat er druppels op het schilderij vallen. Snel opruimen. ’s Nachts breekt het onweer los met stevige regenbuien. Op diverse plekken in Spanje is code rood afgegeven. Ook de volgende nacht hoost het weer en schrik ik wakker van de lichtflitsen en de - binnen 2 tellen - donderslagen. Geen overlast van water hoewel we de dagen erna nog plassen en opgedroogde modder zien in de straten.
Wat hier opvalt, is dat er veel, heel veel wildkampeerders zijn. Campers staan langs het strand, staan dagen geparkeerd in het dorp, staan in de ramblas (droge rivierbedding) en zelfs op het strand. Hier wordt het blijkbaar (nog) gedoogd. Vorig jaar januari stuurde de politie veel wildkampeerders weg in Spanje, het gonsde van de verhalen. Nu nog niet.

Op zaterdag wandelen weer naar het dorp waar het terras veel voller zit dan twee dagen terug. Toen hoorde ik bijna geen Spaans, en nu alleen maar. Er stromen muzikanten naar het terras. Ik zie gitaren, een soort mandoline, een luit-achtig instrument, kleine gitaren, viool, tamboerijn en castagnetten. Al snel speelt een groepje en een jonge vrouw zingt

met haar ogen dicht. Ze zingt waarschijnlijk een malagueña uit Murcia (flamenco stijl). [2]. Jammer dat het spelen snel stopt en overgaat naar een podium waar een ingestudeerd optreden begint, van een veel mindere kwaliteit.
Na 10 dagen camping, strandwandelingen naar het dorp, schilderen, lezen, boodschappen, ben ik echt toe aan iets anders. De camping voelt als een soort val. Een terrassencamping op het zuidoosten: uitkijkend

over zee en bergen, - van 9 tot 5 uur zon - als de zon schijnt -, een verwarmd zwembad, supergoeie douches, dicht bij het strand en een dorp met een goed terras en supermarkt. Eigenlijk superideaal en toch merk ik een onrust. Elke dag is min of meer hetzelfde. Ik wil ook nieuwe dingen zien, ontdekken.
Vandaag lijkt het eindelijk droog te blijven en kunnen we de bergen in fietsen. Het is zo’n 15 graden, de blauwe lucht is bedekt met witte sluiers, de wind houdt zich koest. We stijgen zo’n 300 meter en als beloning krijgen we een prachtig uitzicht over de baai, waar wij kamperen. Een paar
bochten verder krijgen we uitzicht op de baai en haven van Cartagena. We fietsen hoog boven de zee naar de Disney-achtige kantelen van de oude gevechtsbatterijen. Deze oude verdedigingswerken beschermden vroeger de havenstad Cartagena. De rotspunt die ver de zee
inloopt heeft op diverse plekken nog grote kanonnen staan. Een collega-fietser vraagt of ik hem wil fotograferen terwijl hij leunt tegen de 10 meter lange loop van het kanon. Ik zou zelf het uitzicht kiezen maar a la. In zijn hesje zit een busje pepperspray. Het blijkt dat deze solo-fietser het liefst de ongebaande paden uitkiest, en daarbij af en toe op loslopende honden stuit. Hij vertelt dat hij een keer vier honden tegelijk op zich af zag komen. Hij gebruikte zijn fiets als blokkade en zat klaar met zijn spuitbus. “Dit wordt mijn dood”, dacht hij. Totdat het baasje de honden terugfloot. Daarom die peperspray binnen handbereik.
De sluierbewolking lost op en in een lekker zonnetje geniet ik het uitzicht. Jammer dat hier geen drone mag vliegen (natuurgebied én te dicht bij het militaire vliegveld van Cartagena). Ik vind zelfs de industriehaven en de olietankers mooi om naar te kijken. Die grote schepen lijken vanaf hierboven heel klein, totdat een stipje snel over het water scheert. Een vissersboot denk ik.

Ook op de terugweg word ik getrakteerd op mooie panorama’s. Om de haverklap stap ik af om rustig te kijken en foto’s te maken. De weg is een prachtig stuk asfalt en er zijn weinig auto’s dus

slalommen we op hoge snelheid (40 km/u) naar beneden. Op de kaart heb ik gezien dat er in het dal een alternatieve/kortere route loopt, door de ramblas (droge rivierbedding) naar de kust. Soms is dat te doen maar ik heb ook wel eens een stuk vloekend gelopen omdat het niet te fietsen was. Dit keer is het te doen, mede omdat het bergafwaarts is. Naar boven was het een lijdensweg geworden, denk ik. Inmiddels heeft de blauwe lucht plaats gemaakt voor een grijze bewolking. De temperatuur daalt en de wind is sterker geworden. Toch fiets ik met een glimlach door. Deze fietstocht heeft me goed gedaan.
Met 15-16 graden is het hier vergelijkbaar met de rest van de Spaanse Zuidkust (oa Malaga, Almeria, Cadiz). Zodra je de binnenlanden ingaat, daalt de temperatuur met sprongen en neemt de kans op regen snel toe. Daarmee zakt de wens om andere dingen te zien. Steden en dorpen zijn minder mooi als de zon niet schijnt en de wind door de straten jaagt. Dagelijks bekijken we weersvoorspellingen om te zien dat binnenlanden (te) koud zijn en het zuidelijker niet beter is. Dus blijven we hier nog n tijdje hangen, denken we. Sinds vandaag is het officieel winter.
Voetnoten:
[2] Vergelijkbaar Murciaans optreden maar dan met een mannelijke zanger https://www.youtube.com/watch?v=YO1-STRXVdA















































































































